Sprankelend wetenschapper, verstrikt in de politiek

Nederland is milieubewuster dan ooit. Maar minister Cramer van Milieu slaagt er nog niet in dat te verzilveren in beleid. ‘Ze is te vakmatig. Dat kan haar opbreken.’

Jacqueline Cramer werd al in 1998 gepolst voor een ministerspost. Maar dat verzoek bereikte haar nooit. Ze was op vakantie. Foto Roel Rozenburg Den Haag:22.2.7 Minister Cramer. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

„Jullie hebben zoveel kritiek – doe het dan zelf!” Na deze uitval stampvoette minister Cramer (Ruimte en Milieu) weg uit de studio van tv-programma Nova, eind september. Het tekende haar frustratie over het politieke spel. De Kamerleden Wijnand Duyvendak van GroenLinks en Halbe Zijlstra van de VVD hadden bij de schmink afgesproken samen op te trekken tegen de minister. Presentatrice Clairy Polak sloot zich bij hen aan. De minister werd van links beschoten omdat ze zich niet uitsprak voor een vleestaks en van rechts omdat ze geen kernenergie wenste. Cramer verloor zich in beleidstaal en onzekere peptalk.

„We hoefden helemaal niet met scherp te schieten,” zegt Halbe Zijlstra. „Ze praatte zichzelf de put in. Cramer is een heel aardig mens, maar een politieke brekebeen.” Duyendak: „Ze vindt dat wij op één lijn zitten en ik haar moet steunen. Ze heeft in het kabinet keihard geknokt om honderd procent binnen te halen. Het werd tien procent. Maar als parlementariër wil ik die honderd procent.”

Jacqueline Cramer zou de wind mee moeten hebben. Ze is de eerste milieuactivist die het tot minister schopt op een moment dat de samenleving milieubewuster is dan ooit. In de vorige periode dat milieu ‘in’ was groeiden voorgangers Ed Nijpels en Pieter Winsemius uit tot de populairste ministers van het kabinet. Dus waarom is Cramer zo weinig zichtbaar?

Een ‘droomkandidaat’. Zo presenteerde Wouter Bos Jacqueline Cramer vorig jaar februari op een PvdA-congres in Zwolle. Met Ella Vogelaar (Integratie) zou ze cruciaal zijn voor het welslagen van de PvdA als regeringspartij. Nog geen jaar later deelt Cramer met Wouter Bos de tweede plaats in de ranglijst van ministers waarin de Nederlander weinig vertrouwen heeft, achter koploper Ella Vogelaar.

Bos nam een risico door de politiek onervaren Cramer te plaatsen in een CDA-driehoek van raspolitici: ‘milieuvervuilers’ Van der Hoeven (Economische Zaken), Eurlings (Verkeer en Waterstaat) en Verburg (Landbouw). En Den Haag leerde haar snel en hardhandig dat ze als minister niet langer vrijelijk kan spreken en inspireren. Ze werd teruggefloten toen ze voorstander bleek van een verbod op gloeilampen en toen ze een strafheffing suggereerde bij hoog energieverbruik. Is dat kabinetsbeleid, wilde de Kamer weten. Zo nee: mond houden.

Cramer lijkt aangedaan door deze politieke ontgroening. Ze oogt vaak defensief, lijkt haar geroemde spontaniteit te hebben verruild voor voorgekookte verhalen. Bovendien laat haar presentatie nog te wensen over. Zo heeft ze de pech dat haar natuurlijke oogopslag op televisie overkomt als een verschrikte blik. Met de soundbite weet ze zich geen raad, in debatten verliest ze zich vaak in details. „Je kunt ook te veel weten voor de politiek”, zucht een insider.

„Voor een wetenschapper is de politiek wennen”, zegt vriend en voormalig collega Egbert Tellegen bedachtzaam. „Een politicus laat zich nooit overtuigen en zegt nooit dat hij iets niet weet. Want dat zijn tekenen van zwakte. In de wetenschap is het andersom.”

Jacqueline Cramer stamt uit een liberaal Amsterdams middenstandsnest. Haar opa begint als kleermaker in de Jordaan met de winkel G en G: Goed en Goedkoop. Vader Jan bouwt de zaak vanaf de Nieuwendijk – naast C&A – uit tot een bescheiden textielketen. Hij is een creatief ondernemer die zelf kleding ontwerpt, als eerste een zaak voor grote maten opent en een kunstgalerie combineert met een kledingzaak. Dochter Cramer wordt boven de winkel geboren. De familie is anti-Duits. Moeder heeft een joodse achtergrond, oom Theo wordt in de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd. Het gezin rijdt na de oorlog liever om dan door de Bondsrepubliek te reizen.

In 1969, tussen middelbare school en universiteit, is Cramer een jaar met een beurs in de Verenigde Staten. Ze is geschokt als ze vanaf de heuvels ziet hoe Los Angeles onder een smogdeken verdwijnt. Terwijl Joop den Uyl in Nederland droomt over een autootje voor elke arbeider, ziet Cramer in LA de gevolgen.

Het zijn de jaren van de ‘eerste groene golf’. Ecologen maken zich zorgen over de gevolgen van pesticide DDT en de Club van Rome waarschuwt voor een wereldwijde catastrofe. Cramer besluit biologie te studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daar ontmoet ze haar echtgenoot, Sander Kooistra. „Ik was meer de natuurliefhebber, zij was meer bezig met grote, systematische kwesties.”

Socioloog Egbert Tellegen richt rond die tijd de vakgroep milieukunde op, waar studenten bijvakken kunnen volgen. Cramer is er direct bij. Tellegen: „Bij hoorcolleges ging het er emotioneel aan toe. Het waren manifestaties waarbij je in debat moest met je studenten over noord-zuidverhoudingen. Altijd wierp zich een woordvoerder op, en je hoopte maar dat het geen domkop was want daar zat je dan een jaar aan vast. Jacqueline was gelukkig heel slim en scherp.”

Cramer is een activist, zoals vrijwel elke student, maar niet erg radicaal. Ze raakt betrokken bij de oprichting van de Wetenschapswinkel: de wetenschapper moet zijn nut bewijzen aan de arbeidersklasse. Sommige academici vinden dat met dit soort activiteiten de waardevrijheid van de wetenschap in het geding is. Zodoende komt er, vertelt toenmalig collega Loet Leydesdorff, een studentenbezetting aan te pas om Cramer haar eerste vaste baan te bezorgen als docent ‘Wetenschap en Samenleving’. „Iemand van het college van bestuur belde me. ‘Loet, er is een bezetting bij biologie op Anna’s Hoeve. De studenten willen de benoeming van ene Jacqueline Cramer.’ Ik zei: meteen doen.” Aldus geschiedde, want over de kwaliteit van de in 1976 afgestudeerde kandidaat bestaat geen twijfel. Alle gesprekspartners sommen dezelfde eigenschappen op: intelligent; energiek; sprankelend; motiverend; rationeel; efficiënt; doelgericht.

In 1976 sluiten Cramer en haar toenmalige partner zich aan bij een woongroep van veertien mensen. Ze verbouwen een pakhuis in de Staatsliedenbuurt. De leden betalen naar draagkracht, eten samen en koken om de beurt. In de werkplaats knapt men oude naaimachines op voor Vietnam, en elke vrijdag is er een groepsgesprek. „Iedereen was ergens politiek actief, Jacqueline in de milieubeweging”, zegt huisgenoot Klaas Breunissen. Ex-bewoners kijken nostalgisch terug op de „fantastische jaren zeventig-feesten” waar Cramer op de dansvloer de show steelt.

Chris Westra, die Cramer in het bestuur van Milieudefensie haalde: „In de jaren zeventig ontstond een netwerk van mensen die afknapten op de harde wetenschap. Ze zijn nu vijftig, zestig jaar oud en bekleden in het milieubeleid strategische posities. Topambtenaren, adviesbureaus: het is een heel hecht netwerk.” De laatste jaren komen ze bijeen in het Utrechtse Polmanshuis om te dineren, kennis uit te wisselen en soms een deal voor te koken. Zo speelde de groep een rol in het besluit om gas te boren in de Waddenzee. Cramer zit frequent aan bij de milieusalons.

Begin jaren tachtig is hun mars door de instituties net begonnen. Het zijn de nadagen van de grote betogingen tegen kernenergie bij Kalkar en Dodewaard. Cramer loopt mee als bestuurslid van Milieudefensie. Westra: „Maar ze bleef altijd een nette, academische dame, kon met mes en vork eten en op hoge hakken lopen. Dat gold niet voor iedereen in de milieubeweging, dat was een sfeer van harige kabouters en eitjes eten in het park.” Frank Candel, een vriend uit een latere periode: „Ze zal nooit vloeken. Dan zegt ze: Oh jee!”

Voor zichzelf is ze strikt en compromisloos. Candel: „Als zij haar huis schildert, doet ze dat met verf op waterbasis. Als haar koffiezetapparaat kapot is, zal ze het proberen te repareren. Verspilling komt niet voor in haar woordenboek. Een auto heeft ze nooit gehad.” Maar in haar werk geldt ze juist als soepel, diplomatiek en bovenal praktisch. Eind jaren tachtig stoort Cramer zich aan de sektarische richtingenstrijd bij haar vakgroep Wetenschapsdynamica, een tak van wetenschap die de wisselwerking tussen technologie, samenleving en milieu bestudeert. Ze verkast naar het TNO om het bedrijfsleven te adviseren over duurzaam ondernemen.

Het is de tijd van de ‘tweede groene golf’: milieu wordt beleid. Een „ongelofelijke omslag” voor de kleine groep milieuexperts, denkt voormalig partner Kooistra. „Het was een Gideonsbende van 25, 30 man, door de buitenwereld weggehoond als geitenwollen sokken, vegetariërs.” Onder invloed van giframpen, zure regen en Tsjernobyl raakt hun kennis zeer in trek. Kooistra: „Alle partijen zochten koortsachtig experts. Jacqueline moest met Jan en alleman om tafel, advies geven, programma’s schrijven, in commissies. Zo belandde ze in de polder.”

En in de polder gedijt ze. Cramers modus operandi is niet de confrontatie, maar redelijke argumentatie met een vleugje idealisme. Met de politiek bemoeit ze zich hooguit zijdelings, aanvankelijk in de achterban van GroenLinks. Ze behoort tot de intellectuelen die aandringen op fusie van de linkse splinterpartijen. Als GroenLinks in 1989 gestalte krijgt, benadert politica Ina Brouwer haar voor het lijsttrekkerschap. „We wilden een fris gezicht, een buitenstaander, en Cramer was erg bindend”, vertelt Brouwer. „Ze had gezag en ideeën, ze leek ons ideaal.” Cramer zegt ‘nee’. „Ze vroeg zich af of ze geschikt was voor het politieke spel, hoewel het lokte,” herinnert Brouwer zich. Kooistra: „Ze weifelde over een overstap. Kon ze wat klaarspelen als al die kanonnen op haar gericht stonden?”

Als GroenLinks niet de gewenste doorbraak brengt – zes zetels in 1990, vijf in 1994 – drijft Cramer af richting PvdA. Ze schrijft artikelen voor het wetenschappelijke bureau en werkt in 1994 aan de milieuparagraaf van het PvdA-programma. In 1998, bij de vorming van Paars-II, wordt ze benaderd voor de post van minister van Milieu. De boodschap komt nooit aan: Cramer is op vakantie in Griekenland en onbereikbaar. Ze zou het toen ook niet gewild hebben, zegt Kooistra: „Onze zoon en dochter zaten in de laatste jaren van de lagere school, een cruciale fase.” Een jaar later draagt de PvdA haar voor als kroonlid van de SER.

Cramer blijft het grote bedrijfsleven over duurzaam ondernemen adviseren, wat haar in de bestuurskamers van Philips, Shell en Akzo Nobel brengt. Als ze in 2006, inmiddels gescheiden en de kinderen uit huis, door Wouter Bos opnieuw voor het ministerschap wordt benaderd, zegt ze ‘ja’. Daarvoor moet ze, naast haar hoogleraarschap, vijftien commissariaten en functies in raden, projectgroepen en platforms opzeggen.

Kamerlid Duyvendak (GroenLinks) verwijt haar dat ze in de directiekamers een ‘CDA-achtige’ hang naar vrijwilligheid en convenanten opdeed en daarom onvoldoende munt slaat uit de huidige ‘groene golf’. Het kabinet Balkenende-IV mijdt voorlopig regelgeving of heffingen. Als vrijwilligheid niet werkt, volgen in 2010 hardere maatregelen. „Maar je weet niet hoe de economie er dan voorstaat, bovendien is dit kabinet dan feitelijk uitgeregeerd”, waarschuwt Duyendak.

Het bedrijfsleven is positiever. Werkgeversvoorzitter Jan Kamminga zegt dat de minister het eerste jaar veel krediet heeft opgebouwd. „Maar heeft zij de bestuurskracht om straks de echt moeilijke besluiten te nemen? Ze heeft veel kennis van zowel het bedrijfsleven als het milieu, maar hangt nu met haar redelijkheid in het midden van de trapeze.”

Cramer betwist dat ze naïef vertrouwt op het goede in de ondernemer, ze heeft enorme ervaring in het beïnvloeden van het bedrijfsleven. Zelf hoeft niet zo nodig te scoren in de publieke arena, ze doet haar werk achter de schermen. Haar kwaliteit ligt in het enthousiasmeren van kleine clubjes, zeggen intimi. Maar een minister werkt niet achter de schermen, en Cramer zal zich in Den Haag het métier van polsen, in de week leggen en bilateraaltjes snel eigen moeten maken, om te zwijgen van het debatteren met bewust onredelijke politici. Wetenschapper Loet Leydesdorff: „Ze is ongelooflijk rationeel en capabel. Maar ik denk wél dat ze te vakmatig is om een politiek dier te worden. Dat kan haar opbreken in Den Haag.”

    • Jeroen Wester
    • Coen van Zwol