Sceptisch over nut van strafrecht

De 62-jarige Geert Corstens is benoemd tot president van de Hoge Raad. Zijn commentaren vielen op door een gebrek aan omslachtigheid.

Corstens Foto Roel Rozenburg Den Haag: maart 2008 President Hoge Raad mr. G.J.M. Corstens. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Met de benoeming van Geert Corstens tot president van de Hoge Raad kiest het kabinet voor een opinieleider, die midden in het debat staat en niet bang is om de politiek van repliek te dienen. Hij werd in 2005 breed bekend met kritiek op de voortdenderende antiterreurwetgeving. Hij voorspelde, achteraf correct, dat de verhouding tussen politiek en rechter op scherp zou worden gezet zodra de rechter in terreurzaken verdachten zou vrijspreken.

Corstens is voorstander van een assertieve houding van de rechterlijke macht, gericht op communicatie en uitleg aan het publiek. Maar ook op deelname aan het maatschappelijk debat, waar rechters volgens hem nu te angstig voor zijn. Hij is voorstander van dissenting opinions – het publiceren van afwijkende oordelen van individuele raadsheren, om het publieke debat te stimuleren.

Corstens is voormalig officier van justitie en hoogleraar strafrecht in Nijmegen. Hij publiceerde in 1993 Het Nederlands strafprocesrecht, sindsdien een standaardwerk. En hij is deskundig in het Europese strafrecht. Corstens promoveerde bij Ch. J. Enschedé op vervolgingsbeleid, destijds vloeken in de kerk van de onafhankelijke rechter.

De nieuwe president is niet, zoals gebruikelijk, op volgorde van anciënniteit is benoemd. Twee oudere raadsheren zagen van de post af. Na intern beraad over ‘geschiktheid’ en ‘draagvlak’, aldus de griffier, is de nog relatief jonge Corstens (62) naar voren geschoven. Hij kan nog acht jaar, tot zijn 70ste, de Hoge Raad voorzitten. De laatste drie presidenten dienden niet langer dan drie à vier jaar.

De Hoge Raad staan ingrijpende veranderingen te wachten. Het rechtscollege raakt ondergesneeuwd in minder belangrijke zaken en wordt stevig beconcurreerd door de twee hoogste Europese rechtscolleges, in Luxemburg en Straatsburg. Dit jaar is geadviseerd een ‘selectiekamer’ in te voeren. Zaken over individuen worden alleen nog behandeld als er door fouten van de lagere rechter sprake is van ‘significant nadeel’.

De Hoge Raad wil zich concentreren op juridische regie bij grotere kwesties. Uit het procesverloop van de Dexia-kwestie, waarin honderden gedupeerden met dezelfde rechtsvragen de rechterlijke macht overvielen, is geconcludeerd dat de Hoge Raad eerder en sneller de oplossingsrichting moet aangeven. Dat zal leiden tot rechtspolitieke keuzes en dus tot een minder lijdelijke rol voor het hoogste rechtscollege.

Deze rol lijkt Corstens op het lijf geschreven. Vooral als redacteur van het Nederlands Juristenblad schreef hij commentaren die opvielen door een gebrek aan de omslachtigheid waar raadsheren doorgaans een patent op hebben.

Corstens is sceptisch over het nut van strafrecht, zoals zoveel beoefenaren ervan. Hij vindt dat er een te groot geloof aan wordt gehecht, dat te weinig op feiten is gebaseerd. Hij komt op voor de rechten van de burger en waarschuwt tegen uitbreiding van bevoegdheden voor justitie. Ook rechters moeten zich in dit debat durven mengen, vindt hij. Maar ze mogen best kritiek krijgen, ook vanuit de politiek. Corstens: „Wie zijn onafhankelijkheid koesterend, stilzwijgend blijft, zal worden gemarginaliseerd.”

Ooit schreef hij een commentaar vóór de gekozen burgemeester. En één over verplichte bijscholing voor rechters, op straffe van verlies van promotie. Europese invloed op het strafrecht houdt hij liever af. Herzieningen van strafzaken ziet hij het liefst toegewezen aan de Hoge Raad.

    • Folkert Jensma