Rotterdam ontdekt vergeten verleden

Rotterdam opent zijn archieven via internet.

Vanaf vandaag zijn artikelen uit het Rotterdamsch Nieuwsblad ten tijde van de Duitse bezetting gratis te raadplegen.

Het verleden leeft in Rotterdam, al is dat pas sinds kort. „De bestuurders zijn zeer slordig geweest”, zegt schrijver Herman Romer. Rotterdam moest na het vernietigende bombardement van 14 mei 1940 opnieuw worden opgebouwd. Tijd om achterom te kijken had de tweede stad van Nederland niet. „Het verleden kon je maar beter vergeten, vonden de stadsnotabelen.”

Romer (77) schreef bijna veertig boeken (fictie en non-fictie) die vrijwel alle zijn ingebed in de geschiedenis van Rotterdam. Drie jaar geleden verscheen van zijn hand een verhalenbundel over de Tweede Wereldoorlog, getiteld De vlammende stad, een jaar later gevolgd door de historische roman De danszaal in het duister. Zijn boeken vinden gretig aftrek. „Rotterdam heeft zijn verleden eindelijk herontdekt”, zegt Romer.

Vorig jaar stond de stad voor het eerst officieel én massaal stil bij het Duitse bombardement; lichtbundels markeerden op 14 mei de twaalf kilometer lange grens van het gebied dat na de bommenregen in vlammen opging. Het Gemeentearchief zette het eigen 150-jarige bestaan vorig jaar luister bij met films en exposities over het verzwegen verleden.

Bij diezelfde gemeentelijke archiefdienst kunnen internetgebruikers vanaf vandaag alle uitgaven raadplegen van de enige lokale krant die tijdens de bezetting mocht verschijnen: het Rotterdamsch Nieuwsblad. Daartoe zijn zeven jaargangen (1940-1946) gescand door een bedrijf uit Roermond. „Een secuur werkje, want die kranten zijn zoveel jaren na dato uitermate kwetsbaar”, zegt Peter van Wijngaarden, hoofd van de bibliotheek van het Gemeentearchief.

De bijna elfduizend pagina’s kunnen een voor een worden opgeroepen, net als elk bericht. Met een zoekmachine zijn zelfs familieberichten eenvoudig terug te vinden. Met oud-Nederlands is rekening gehouden. Zo levert de zoekopdracht ‘Pasen’ artikelen op met zowel ‘Pasen’ als ‘Paschen’. Later dit jaar worden de edities van 1929 tot en met 1939 toegevoegd aan het digitale archief. De kosten, bijna 1,50 euro per pagina, komen voor rekening van het archief.

Volgens Van Wijngaarden moet de digitale krant vooral worden gezien als „een logisch gebaar” aan geïnteresseerden. „Wij beschikken over een schat aan informatie, alleen: vind maar eens wat je zoekt. Een half uur grasduinen op een microfilm en je bent redelijk dizzy.” Daarbij wint geschiedenis de laatste jaren aan populariteit en heeft Rotterdam een verhaal te vertellen. Hoe meer mensen daar kennis van kunnen nemen, hoe beter, stelt Van Wijngaarden.

Hoezeer het verleden leeft in de Rijnmondregio blijkt ook uit de populariteit van de gratis krant voor 50-plussers, die om de twee weken verschijnt: De Oud-Rotterdammer (oplage 105.000). Het blad richt zich ‘met veel nostalgische verhalen over het Rotterdam in de vorige eeuw’ op senioren. „Geen krant voor de papiermolen, waar naar schatting veertig procent van de huis-aan-huisbladen ongezien terecht komt”, stelt redacteur Hans Roodenburg.

Zoals De Oud-Rotterdammer geregeld stilstaat bij onbekende gebeurtenissen uit het verleden, zo is ook de aanleiding van de lancering van de website van het Gemeentearchief een voetnoot gebleven: het ‘vergeten bombardement’ op Rotterdam van 31 maart 1943. Op die dag, vandaag 65 jaar geleden, troffen geallieerde bommen bedoeld voor de werf Wilton-Feijenoord in Schiedam per abuis de woonwijken Tussendijken en Bospolder in Rotterdam-West. Er vielen 401 doden en honderden gewonden; 2.661 huizen werden vernield.

Schrijver Herman Romer juicht de komst van het digitale ‘oorlogsarchief’ toe, maar plaatst ook een kanttekening. „Het Rotterdamsch Nieuwsblad was van huis uit al een tamelijk brave krant, gericht op neringdoende middenstanders. In de oorlog liep de redactie op last van de censors helemaal aan het handje van de bezetter.” Romer zou graag zien dat het archief wordt uitgebreid. „Bijvoorbeeld met de NRC, want hoewel die krant landelijker opereerde, werkte daar een verslaggever – ene Tammens als ik me goed herinner – die tussen de regels door een goed beeld gaf van wat er werkelijk gebeurde.”

Het ‘neutrale’ Rotterdamsch Nieuwsblad verscheen vanaf september 1944 op onregelmatige basis. Eind februari 1945 werd de publicatie gestaakt. Na de bevrijding kreeg de krant een verschijningsverbod in afwachting van een beoordeling door de Commissie voor Perszuivering. In april 1946 hervatte de krant zijn werkzaamheden.

Archief te raadplegen op gemeentearchief.rotterdam.nl