‘Onderhuids zijn er grote spanningen’

De Dalai Lama heeft nog eens gewaarschuwd voor de gevolgen van het streven naar een onafhankelijk Tibet. „Mijn rol is die van een wijze adviseur.”

De Dalai Lama tijdens zijn persconferentie in New Delhi. „China is bijna een politiestaat. Een land dat onder controle wordt gehouden door een bewind van afschrikking”, zei hij. Foto Reuters Tibetan spiritual leader Dalai Lama (C) is interviewed by the media (L and R) during a news conference in New Delhi March 29, 2008. REUTERS/Desmond Boylan (INDIA) REUTERS

Gebedsvlaggetjes in de gang op de derde etage van het Ashok Hotel in New Delhi wijzen de weg naar de plek waar de Dalai Lama het woord zal voeren. De afgelopen week heeft de geestelijk leider van Tibet hier boeddhistische meditatiecursussen gegeven voor volgelingen van de Stichting voor Universele Verantwoordelijkheid, terwijl de ogen van de hele wereld waren gericht op de gebeurtenissen in zijn land. Nu, op zaterdagochtend, is het tijd om de media te woord te staan.

De Dalai Lama (72) is vermoeid. Hij is zeer aangedaan, zegt hij. Gevoelens van grote bezorgdheid en angst spelen voortdurend door zijn hoofd. Net zoals in 1959, toen hij moest vluchten uit zijn vaderland. Maar toch: de geestelijk leider spreekt anderhalf uur met een krachtige stem.

Hij maakt grapjes waar hij zelf nog het hardst om moet grinniken. Maar in veel van die grapjes heeft hij keiharde kritiek verpakt op China: niet op het Chinese volk, „mijn broeders en zusters”, maar op de Chinese regering die met vervalste beeldvorming – „Chinese soldaten in Tibetaanse monnikspijen” – de waarheid omtrent de spontane gebeurtenissen in Tibet wil verdraaien en daarmee een wig drijft tussen het Chinese en Tibetaanse volk.

Nee, zegt de Dalai Lama bijvoorbeeld, ik heb de onlusten in Tibet niet georganiseerd zoals de Chinese autoriteiten steeds herhalen met hun verwijzing naar de „kliek rond de Dalai Lama”. En ik ben ook geen „separatist”, zoals Peking beweert. „Iedereen in de wereld weet dat, maar de Chinese regering niet.”

Hij heeft ook wel een verklaring voor het Chinese misverstand. Het klopt dat jongeren in Tibetaanse gemeenschap in de diaspora niet langer geloven in het nut van de ‘middenweg’, de geweldloze route naar „substantiële autonomie”, en onafhankelijkheid willen, zegt de Dalai Lama. „Zelfs mijn oudere broer, die in de tachtig is, is het niet met mij met eens”. Ha ha ha.

Maar, zegt de Dalai lama: „Sinds 2001 hebben we een democratisch gekozen regering. Mijn rol is die van een wijze adviseur. Het is mijn morele verantwoordelijkheid om te waarschuwen voor de consequenties van het streven naar onafhankelijkheid. Maar ik kan toch niet tegen degenen die er anders over denken, zeggen dat ze hun mond moeten houden. Iedereen heeft het recht op zijn eigen mening. Dat is democratie”, zegt hij. Maar ja, ha ha ha, „de Chinese regering heeft die ervaring niet”.

Even later verwoordt hij zijn kritiek minder omfloerst. Ik stel niet alleen de situatie in Tibet aan de kaak, maar ik heb ook gewezen op de slachtoffers van het Plein de de Hemelse Vrede (1989) en op het geweld dat wordt gebruikt tegen boeren op het platteland die in China protesteren tegen onrecht dat hen wordt aangedaan, zegt hij. „China is bijna een politiestaat. Een land dat onder controle wordt gehouden door een bewind van afschrikking”, zegt de Dalai Lama. „Aan de oppervlakte lijkt het misschien rustig en stabiel, maar onderhuids zijn er grote spanningen.”

De Dalai Lama zegt dat sprake is van „culturele genocide” op het Tibetaanse erfgoed, de religie en de taal. „Opzettelijk”, door beperkingen op te leggen aan het Tibetaanse onderwijs en de boeddhistische geloofsuitoefening door monniken en nonnen in hun kloosters. En „indirect”, door wat hij aanduidt als „demografische agressie”. In de Tibetaanse hoofdstad Lhasa wonen nu al 200.000 Han Chinezen tegenover 100.000 Tibetanen. „Als je wilt winkelen, moet je Chinees spreken”. De afgelopen jaren hebben zich al een half miljoen Chinezen in Tibet gevestigd. „Ik heb gehoord dat er na de Olympische Spelen nog een miljoen Chinezen bijkomen”, somt de Dalai Lama op.

Toch houdt hij strak vast aan zijn ‘middenweg’. „De Tibetanen zijn geweldloos. Ze zijn niet dwaas. Toevlucht nemen tot geweld zou zelfmoord betekenen”, zegt hij. Los daarvan: „In spiritueel opzicht zijn de Tibetanen zeer ontwikkeld. Maar met spiritualiteit alleen vul je geen magen”, aldus de Dalai Lama. Voor economische ontwikkeling, voor banen voor jongeren, is het daarom het beste om gewoon deel uit te blijven maken van de Volksrepubliek, zegt hij. Mits de Tibetaanse cultuur in stand blijft.

Hoe nu verder? „We staan machteloos. Onze enige wapens zijn rechtvaardigheid, waarheid en oprechtheid”, zegt de Dalai Lama. Het wachten is op Chinese bereidheid om een echte dialoog aan te gaan, waarop ook de internationale gemeenschap heeft aangedrongen. „Is de middenweg irrelevant geworden? Ik denk dat het nog te vroeg is om dat te zeggen. Wacht nog maar een paar maanden.”

Aan het einde van de persconferentie laat de Dalai Lama blijken dat zijn leidersrol hem steeds zwaarder begin te vallen. Eerder al droeg hij zijn wereldlijke macht over aan de democratisch gekozen regering (in ballingschap). Ook heeft hij eerder de mogelijkheid geopperd dat zijn geestelijke opvolger, de komende (vijftiende) Dalai Lama, al tijdens zijn leven wordt gekozen – en niet pas als reïncarnatie na zijn overlijden.

Maar de Dalai Lama noemt nu geen datum voor zijn eventuele aftreden. Hij zegt slechts dat er genoeg „jonge, gekwalificeerde geestelijke leiders” klaar staan om in de toekomst zijn taak als hoeder van de boeddhistische gemeenschap over te nemen. Hij laat blijken geen moeite te zullen hebben zijn zware verantwoordelijkheden over te dragen. „Deze oude monnik moet zich langzamerhand eigenlijk gaan voorbereiden op zijn volgende leven”, zegt hij. ’s Avonds grapt hij op de Indiase televisie dat de volgende Dalai Lama best een vrouw kan zijn. „Het liefst iemand die er mooi uit ziet. Dat trekt veel gelovigen aan.”

    • Wim Brummelman