O nee, niet weer die achterkamertjes

De benoeming van Van Aartsen tot burgemeester van Den Haag werd geregeld door de gemeenteraad. Eigenlijk moet de burger kiezen, vindt Marieke Bolle.

Als er vroeger één voorbeeld van Nederlandse achterkamertjespolitiek was, dan was dat de burgemeestersbenoeming. De elites van de grote politieke partijen maakten daarover onderling afspraken en verdeelden de vrijkomende burgemeesterposten onder elkaar. En als je in de regering zat, trok je natuurlijk helemaal aan de touwtjes. Vandaar dat het CDA van oudsher veel burgemeestersposten bezette. Partijen die vaak wel een behoorlijke fractie hadden in de Tweede Kamer, maar langere tijd geen regeringsverantwoordelijkheid droegen, zoals indertijd D66, kwamen maar amper in aanmerking voor burgemeestersposten.

Inmiddels is dat veranderd. Maar de direct gekozen burgemeester kwam er niet. Achteraf kun je zeggen: het was te anders, te ongewis. Wie zou je wel niet krijgen als je iedereen toe zou laten tot de burgemeestersverkiezing? Amerikaanse toestanden! En daarmee is de discussie vakkundig lamgelegd. Alsof het niet paternalistisch is om te denken dat de bevolking geen kwaliteit wil, en politieke elite wel. Paternalistisch, en onjuist bovendien. Den Haag heeft goede en slechte benoemde burgemeesters gehad. Gekozen burgemeesters zijn niet slechter, wel herkenbaarder, en daarmee brengen ze het lokale bestuur dichter bij de bewoners.

Tijdens de jaarlijkse burgemeesterslezing constateerde minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst vorig jaar dat de gekozen burgemeester ‘voorgoed van het politieke toneel is verdwenen’ en dat ‘een balans tussen invloed van de raad en van de kroon het meest wenselijke model is’. Dat is een stap terug – naar de achterkamertjesbenoemingen van weleer, en ver verwijderd van een door de bevolking gekozen burgemeester.

Terwijl we de afgelopen jaren zo goed op weg waren. Op dit moment wordt de burgemeester door de gemeenteraad gekozen. Dat wil zeggen: de gemeenteraad doet een voordracht, stelt een profiel op, de commissaris van de koningin stelt de vacature open, en ziet alle sollicitanten. De commissaris doet de ‘voorwas’ voor de vertrouwenscommissie die de gemeenteraad uit zijn midden kiest, en de vertrouwenscommissie doet de ‘hoofdwas’. De vertrouwenscommissie houdt sollicitatiegesprekken. Daar, in die vertrouwenscommissie, worden de kandidaten getoetst aan het eerder vastgestelde profiel. Daar wordt een selectie gemaakt – kwaliteit voorop – en wordt een voordracht voorbereid voor besluitvorming in de gemeenteraad.

De procedure rondom de benoeming van Jozias van Aartsen tot burgemeester van Den Haag is een goed voorbeeld. De Haagse vertrouwenscommissie heeft zorgvuldig en snel gewerkt. De journalist die op een dag belde met de vraag wanneer de gesprekken zouden beginnen, hoorde tot zijn verbijstering dat die al achter de rug waren. De vertrouwenscommissie bestond uit 7 fractievoorzitters (van de in totaal 12 fracties in de Haagse Raad). De buitenwereld werd niet toegelaten. Maar die buitenwereld heeft nog niet goed door dat ze er buiten staat. Die bellen de hele dag met elkaar. Lobbyisten in de Kamer, adviseurs van de vertrouwenscommissie, ministers, partijbobo’s. Iedereen belt met iedereen. Intussen werkte de vertrouwenscommissie gestaag door aan een selectie op basis van het profiel en kwaliteit als belangrijkste criterium. Door niemand gestoord.

Toen er een VVD-burgemeester in Den Haag nummer één bleek te staan op de voordracht, zat de landelijke CDA-top in de bovenste boom. Die partij heeft geen burgemeesters meer in de 17 grootste steden in Nederland. Dat kan niet, vinden de christen-democraten. Maar er is maar één manier om te zorgen voor burgemeesters van je eigen politieke kleur. Politieke partijen moeten hun topkandidaten inzetten als je weet dat andere partijen ook hun zwaarste geschut in stelling brengen. Daar liggen de mogelijkheden voor politieke partijen. Zijn er geen of minder talenvollen beschikbaar, dan gaat de vacature aan je partij voorbij.

Dat is schrikken voor de landelijke politiek. De vertrouwenscommissie maakt de uitkomst onvoorspelbaar. Die stelt namelijk kwaliteit in de eerste plaats, pas later de politieke kleur.

Nu is minister Ter Horst bezig met een wetswijziging. Duidelijk is dat er in ieder geval geen stappen meer in de richting van een direct gekozen burgemeester worden gezet. Hopelijk probeert zij niet via allerlei achterdeurtjes de landelijke politiek weer grip te laten krijgen op de afwegingen van de vertrouwenscommissie en de gemeenteraad. Er is nu een transparante indirecte benoeming via de gemeenteraad, dus dichtbij de bewoners. Als politieke partijen goede kandidaten leveren, rollen de burgemeestersbenoemingen vanzelf binnen. Schaf dus die toetsing door het kabinet af, en laat de gemeenteraad volstaan met de voordracht van één kandidaat in plaats van de twee die hij nu verplicht is voor te dragen.

Laat de gemeenteraad zelf zijn procedure ontwerpen, inclusief de positie die de commissaris van de koningin zou moeten hebben. Dit zou een goede tussenstap zijn op weg naar een direct gekozen burgemeester.

Voorheen achterkamertjespolitiek, nu een professionele indirecte benoeming via de gemeenteraad. En straks hopelijk weer wat meer politiek door de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Gemeentepolitiek is te belangrijk om de kansen om het draagvlak ervoor te vergroten niet te benutten.

Marieke Bolle, voorzitter van de Haagse PvdA-fractie, was voorzitter van de vertrouwenscommissie die leidde tot de benoeming van de burgemeester van Den Haag.

    • Marieke Boll