Luidruchtige nachtbrakers in snackbar Martino

Theater Martino van Arne Sierens door Het Vervolg. Regie: Arie de Mol. Te zien t/m 26/4 in Derlon Theater, Maastricht 'Martino' Het Vervolg Tekst: Arne Sierens Regie: Arie de Mol Spel: Mieneke Bakker, Hans van Leipsig, Gerdy Niehof, Rob van Gestel, Judith Pol, Ger Mendel en Freek den Hartogh Decor- en kostuumontwerp: Theo Tienhooven Lichtontwerp: GŽ Wegman Geluidontwerp: Danny Weijermans Dramaturgie: Annelore Kodde Productie: Marc Zwietink en Anna Trentelman Duin, Ben van

Theater

Martino van Arne Sierens

door Het Vervolg. Regie: Arie de Mol. Te zien t/m 26/4 in Derlon Theater, Maastricht

In de Vlaamse stad Gent geniet de Hotsy Totsy Bar terechte faam dankzij de pas overleden Hugo Claus. Hij situeerde er een van zijn mooiste romans, Het Verlangen. Het Maastrichtse theatergezelschap Het Vervolg voert in het stuk Martino nog een befaamde gelegenheid op in Gent, de Martino Snack Express aan de Vlaanderenstraat, een ‘populaire pleisterplaats voor hongerige nachtbrakers en werkneemsters van de rosse buurt’. Dit is de plaats waar uitbater Raymon Noë in 1955 de enige echte, scherpe sandwich ‘Martino’ heeft uitgevonden met onder meer veel pili-pilisaus, mosterd en ansjovis.

De zaal van het Maastrichtse Derlon Theater is omgetoverd tot een zwoele nachtclub annex snackbar Martino. Bezoekers nemen plaats aan tafeltjes, krijgen een glas bier van de zaak. Theatermaker Arne Sierens situeert op deze locatie een heftig familiedrama met een losgeslagen zoon, een lieftallige dochter die het iedereen naar de zin wil maken en een heerszuchtige vader in het verre Spanje. Verwaaide klanten nemen plaats aan de toog, een eeuwig in de liefde teleurgestelde vrouw houdt hen gezelschap. Tot slot is er de mistroostige bokskampioen annex kok die het op de dochter heeft voorzien. Ze luisteren naar exotische namen als Benito, Gaetan, Madame Nowee en Evelyne.

In de regie van Arie de Mol zetten de spelers het eerste deel zo hoog en met overkokende emoties in, dat je verbaasd luistert en kijkt naar zoveel commotie. Dialogen schieten alle kanten op zonder dat er een verhaallijn is te ontdekken. De taal is een gekunsteld Vlaams-Nederlands, zoals Claus dat als eerste heeft gecreëerd en tot grote hoogte heeft gebracht. Sierens heeft een uitvoerig en te langdurig exposé nodig om geleidelijk aan tot een fraaie kalmte en stilering te komen. Het gesmijt in de keuken en het doelloze tieren zijn in deze nachtbar, waar Madame Nowee (Judith Pol) melancholieke nachtliederen zingt, echt overbodig.

Maar dan, de ommekeer komt met Mieneke Bakker die haar vereenzaamde personage Evelyne vol verstilling en diepte neerzet. Zoals zij spreekt over onbereikbare liefde, zo moet dat en niet anders. Ineens ontpopt een nachtbraker die Gaetan heet (Ger Mendel) zich tot een prachtig acterende, oudere man die het leven achter zich heeft, maar het geluk blijft zoeken. Dan is er Willy (Hans Leipsig) die plots in zijn rol als taxichauffeur annex grote redder van het troebele bedrijf de hoopvolle verslagenheid demonstreert van een man die niets omhanden heeft. Gerdy Niehof als Patricia kan niet kiezen welke jurk ze aan wil, en dus trekt ze een eindeloze reeks kleedjes aan. Haar personage is jong, zij moet nog veel van de harde wereld leren.

Door de rust en verinnerlijking die de acteurs aanbrengen wint Martino aan diepte en kracht. Ik begrijp de overwegingen van Sierens en De Mol om eerst een rauwe volksheid uit te beelden, een schemerwereld vol ongeleide projectielen, maar door gemis aan structuur werkt dat niet. Als toeschouwer wil je weten waar al die zeverende felheid vandaan komt, pas dan gaat het mij ook aan. Toen kwam de grote omslag met de vraag van Mieneke Bakker: „Zeg, ben jij weleens verliefd geweest?”

Kester Freriks