ik@nrc.nl

Zondagochtend, het giet. Ik schuif de gordijnen van mijn werkkamer open. Op de parkeerplaats achter ons huis schuifelt een grijze buurman zonder paraplu naar zijn auto.

Af en toe kijkt hij achterom. Gaandeweg verpieteren zijn laatste krullen tot slierten die over zijn brilleglazen hangen. Hij aarzelt. Zal hij teruggaan of niet, hij is al op de helft.

Hij besluit door te lopen. Aangekomen bij de auto blijft hij besluiteloos voor het portier staan. Ga toch naar binnen man, denk ik, je wordt zeiknat.

Dan gaat beneden mij de deur van het portiek open. De buurvrouw, met regenkapje, komt met een koket holletje naar buiten snellen. Ze wappert vrolijk met de autosleutels. Haar stem schettert boven het kletteren van de regen uit.

„Ik bén d’r al hoor...”

    • Niek Kalberg