‘Hugo als dode kenden we nog niet’

In Antwerpen is massaal afscheid genomen van Hugo Claus. Er waren veel schrijvers uit Nederland en België. Cees Nooteboom hield de slotrede. „Hij was breekbaar en alert.”

Zo’n 700 mensen namen zaterdag in de Antwerpse schouwburg Bourla afscheid van de 19 maart overleden schrijver Hugo Claus. Foto AFP People attend the funeral service of Belgian writer Hugo Claus in the Bourla Theater of Antwerp, March 29, 2008. Ghent-born Claus, author of "The Sorrow of Belgium", suffered from Alzheimer's disease and had asked for his life to be terminated under Belgium's liberal euthanasia law. He died at a hospital in Antwerp on March 19, aged 78. REUTERS/Sebastien Pirlet (BELGIUM) REUTERS

Antwerpen, 31 maart - „Ik zie hem nog zitten, op rij vier, bij de première van De geruchten. In januari was dat.” De medewerker van de Antwerpse Bourlaschouwburg heeft het over Hugo Claus als over een huisvriend.

Van de op 19 maart overleden schrijver is net afscheid genomen door zijn vriend Cees Nooteboom met de woorden „Kom maar veel spoken” en als Claus dat ergens zal doen, dan is het in deze Antwerpse schouwburg. Eigenlijk doet hij het al. Op de avond van zijn dood werd hier het toneelstuk naar zijn roman De geruchten gespeeld. Komende week staat Josse de Pauw er op de bühne met een monoloog die is gebaseerd op interviewcitaten en op 13 april maakt een groot aantal schrijvers zich op voor een nieuwe hommage: ‘Het verloren manuscript van Hugo Claus’.

Zaterdag was zijn lichaam er nog één keer, midden op het podium, in een kist zonder opsmuk die werd geplaatst op een rode baar met rozenblaadjes. Nooteboom, de laatste spreker, zei nog niet te kunnen wennen aan de „nieuwe gestalte” die de schrijver, dichter, toneelschrijver en schilder Claus heeft aangenomen: „Hugo als dode, die kenden we nog niet.” Hij noemde Claus, die Alzheimer had, in zijn laatste weken „breekbaar en alert”.

De rouwbijeenkomst – Claus wordt later in besloten kring gecremeerd – werd bezocht door zo’n 700 mensen. Onder hen tientallen Vlaamse en Nederlandse schrijvers, voor wie de bijeenkomst soms iets weghad van een reünie. Harry Mulisch moest in de wandelgangen een vrouw beloven om zelf niet dood te gaan en schertste met Remco Campert over hun beider sterfelijkheid. Ook Simon Vinkenoog, Gerrit Komrij, A.F.Th. van der Heijden, Connie Palmen en Kristien Hemmerechts zaten in de zaal, net als leden van de jonge generatie Vlaamse auteurs: Dimitri Verhulst, Annelies Verbeke en Tom Naegels. Ook de burgemeester van Antwerpen, de Vlaamse cultuurminister Anciaux en oud-premier van België Guy Verhofstadt waren aanwezig.

Na afloop van de bijeenkomst kreeg het grote publiek gelegenheid om in de hal van de schouwburg afscheid te nemen van de schrijver. Onder de mensen in de rij waren opmerkelijk veel toneelliefhebbers: van vrouwen in bontjassen tot jongeren met lang haar. Een enkeling kwam in tranen naar buiten. „Ik zag hem vroeger graag spelen”, zei een man met een geleidehond die met enige moeite het gebouw weer verliet. „Hij heeft maar een fout gemaakt: hij had niet zo onaardig tegen de katholieken moeten zijn.”

Het conflict tussen Claus en de kerk was ook binnen ter sprake gekomen, toen schrijver Erwin Mortier harde woorden sprak over kardinaal Danneels, die vorige week Claus’ keuze voor euthanasie had bekritiseerd. „De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad”, aldus Mortier. „Meneer de kardinaal: schaam je!” Mortier noemde de dood van Claus „een afscheid van de naoorlogse geschiedenis van België. Wij leven nu voorgoed in de 21ste eeuw.”

Veel meer dan een treurmis om de dood van Claus, was de bijeenkomst een viering van leven en werk van de schrijver, die meermalen werd beschreven als een ondeugende, schalkse man. In zijn eigen woorden: „een gelukkig mens door de twijfel verrast”. Ook in de laatste tijd voor zijn dood, had Claus veel plezier gehad. „Er was maar weinig nodig om hem in homerisch gelach te doen uitbarsten”, zei zijn biograaf Piet Piryns. De Vlaamse journalist Jef Lambrecht kreeg de zaal zelfs voorzichtig aan het lachen met een uiteenzetting over Claus als parkiet. Suzanne Holzer, zijn vaste redacteur bij De Bezige Bij, vertelde hoe Claus op de kostschool een wedstrijd ‘wie is de leukste’ won en hoe dat jongetje eigenlijk altijd in hem zichtbaar was gebleven. Claus wendde volgens haar ‘artistieke luiheid’ voor, maar was in zijn werk uitermate veeleisend. Piryns noemde hem „een man met meer bewonderaars dan vrienden. Daar was hij te wantrouwend voor.”

De muziek van de plechtigheid was door Hugo Claus en zijn vrouw Veerle uitgezocht: onder meer werk van Thelonius Monk, Strauss, Purcell en het lied Un jour tu verras in een uitvoering van Ischa Meijer, door Claus zelf ooit betiteld als „een slag onder de gordel”. De aanwezigen in de zaal kregen die klap aan het eind van de middag. Toen verscheen het hoofd van Claus reusachtig op een groot videoscherm en las hij prachtig zijn gedicht Sonnet XV voor, een paar meter boven zijn doodskist. „Nu is de wereld sterfelijk als ik/ en daarmee uit.”

    • Arjen Fortuin