Hoezo niks nieuws, valt mee, wisten we al?

Nederland is opgelucht: de film ‘Fitna’ van Geert Wilders bracht helemaal niks nieuws.

We zijn het er dus over eens dat Nederland acuut bedreigd wordt door ‘islamisering’?

Er is wel harder uitgehaald naar de islam Tekening Bas van der Schot Schot, Bas van der

Hoera, het viel mee. ‘Mild’ filmpje, eigenlijk, niks nieuws. Dat was de kern van de eerste politieke en maatschappelijke reacties op Geert Wilders’ islamfilm Fitna, die donderdag zijn première beleefde. Opgelucht werd de balans opgemaakt. Over dit ‘derderangs knip- en plakwerk’ hadden we ons misschien niet zo druk hoeven te maken. Presentatoren van ontbijttelevisie keken vrijdagochtend een beetje sip naar CNN, dat ‘het nog steeds niet had’. Denk je wereldnieuws te hebben, komt er niemand kijken.

Die mengeling van opluchting en teleurstelling zegt meer over onze verslaving aan heftige ‘beelden’, en het zelfhypende vermogen van de samenleving en media, dan over de film zelf, een oefening in ideologische propaganda die niet eerder door een Nederlandse politicus is vertoond. Maar ja, geen ‘nieuwe beelden’. Of, zoals VVD-leider Mark Rutte monter opmerkte: dit wist hij allemaal al.

De Franse filosoof Guy Debord ijkte al in 1967 (in een gelijknamig schotschrift) het begrip ‘spektakelmaatschappij’ voor een door zucht naar prikkels beheerste publieke cultuur die elke dag een heftiger feestje wil. Beelden verslaven, zeker, maar ze gaan nu eenmaal ook vervelen. Het moet dus steeds heftiger, en laat anders maar zitten. Joran van der Sloots vakkundig gehypte ‘biecht’-per-autoritje was goed voor een etmaal opwinding en vrolijk geknutsel op YouTube, maar dat was het dan weer.

Politici hebben natuurlijk nog een ander motief om de film van Wilders te bagatelliseren of die (gaap, gaap) af te doen als oude koek: ze willen vooral niet de indruk wekken dat ze een discussie met hem uit de weg gaan of een cordon sanitaire aanleggen om de hoogblonde politicus. In plaats daarvan kreeg hij een cordon complimentaire: hij had zich gelukkig ingehouden, het was toch zo meegevallen, en wie weet, misschien werd hij wel weer eens redelijk. De kritiek was vooral artistiek en betrof het amateuristische karakter van het filmpje.

Toch is dat een rare, quasi-vergoelijkende benadering. Hoezo wist Rutte dit allemaal al? Met ‘weten’ doel je normaal gesproken op kennis van feiten. In dat geval suggereert de VVD-leider dat Fitna een soort mislukte historische documentaire is, die alleen maar ‘bekende feiten’ opdist. Maar dat zou veronderstellen dat we het er in Nederland langzamerhand wel over eens zijn dat de islam van dezelfde orde is als fascisme en communisme (wist ik al) en een bedreiging vormt voor de Nederlandse identiteit en de westerse cultuur (wist ik ook al). Want dat is de boodschap van de film. In plaats dat hij die aanvechtbare interpretatie bestreed, maande Rutte Wilders nu eindelijk eens met ‘oplossingen’ te komen. Maar als de conclusie is dat we het over het probleem kennelijk wel eens zijn, is dat ofwel onjuist ofwel onheilspellend.

Ook de oproep aan Wilders om nu eens met ‘oplossingen’ te komen, is curieus. Wie het boekje Kies voor vrijheid (2005) van de PVV-leider leest, kan zijn oplossingen allemaal keurig op een rijtje zien staan, van het sluiten van de grenzen voor niet-westerse gezinshereniging tot het opschorten van grondrechten voor islamitische radicalen. Voor een deel zijn het trouwens maatregelen die ook de VVD nu aanbeveelt (imams die haat zaaien uitzetten, radicale moskeeën sluiten).

Fitna is een slappe compilatie van Journaalbeelden, maar vooral een vorm van politieke propaganda met een radicale boodschap: Nederland dreigt te worden weggespoeld in een tsunami van handenhakkende ‘islamisering’. In het filmpje laat Wilders ook niet zien dat hij toch ‘goed nadenkt’ of argumenteert. De maker van Fitna argumenteert niet zozeer, hij ‘suggereert’ ook niet, hij identificeert: islam met terrorisme, religie met geweld, immigratie met bedreiging.

De kracht van zulke visuele propaganda zit hem in het na of naast elkaar plaatsen van beelden en tekst, die de beoogde identificaties moeten oproepen. Argumenten houden de zaak alleen maar op. De enige vereenzelviging waar Wilders zich in de film evenwel niet aan waagt, is die van moslims met de islam. Dat gaat hem om begrijpelijke redenen een stap te ver: als de mensen slaafs samenvallen met de leer, kan hij hen immers niet meer oproepen in actie te komen tégen de leer. Aan de andere kant wordt de identificatie wel steeds verondersteld, want waarom is het anders nodig ons te waarschuwen tegen de immigratie van (zoveel) moslims?

In die propagandistische structuur doet Fitna, zoals inmiddels is opgemerkt, denken aan de jihad-video’s uit het Midden-Oosten: ook deze film is doortrokken van het gevoel dat ‘onze cultuur’ in doodsnood verkeert, dat we het doelwit zijn van een wereldwijd complot van vijanden die ons haten om wie we zijn – en die al bij ons zijn geïnfiltreerd, zodat het vijf voor twaalf of later is. Wilders verdedigt het Westen, maar in zijn retoriek is hijzelf allang ‘geïslamiseerd’.

Sjoerd de Jong is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Sjoerd de Jong