Grabbelton aan uitersten in surrealistisch cabaret C3 in 3D

Cabaret C3 in 3D, door Mike Boddé, Kees Torn en Onno Innemee. Gezien: 30/3 in Oude Luxor, Rotterdam. Tournee t/m 7/6. Inl.: 071-5133985, www.harrykies.nl

Zo’n heftige ruziescène bijvoorbeeld, waarin de heren elkaar niet met verwijten om de oren slaan, maar louter met complimenten: „Als je maar weet dat je bij mij altijd welkom bent, mannetje!” En die twee André van Duinen die tegen elkaar staan op te bieden. Of, als toppunt van gekkigheid, twee spastische mannen in rolstoelen die elkaar blijkens de boventitels uitstekend kunnen verstaan – maar als er dan een derde bij komt, die net zo ongecontroleerd praat als zij, kunnen ze daar geen touw aan vastknopen.

Aldus drie staaltjes surrealisme uit het programma C3 in 3D waarmee de gelegenheidscombinatie Mike Boddé, Kees Torn en Onno Innemee de laatste tien weken van dit theaterseizoen op tournee is. Drie van de betere, want slechtere zijn er ook. Boddé, vooral bekend van zijn samenwerking met Thomas van Luyn, en zijn solistische collega’s Torn en Innemee storten hier een grabbelton vol ideeën leeg, waarvan het resultaat soms meer, maar soms ook minder is dan de som der delen. In liedjes, sketches en slapstick spelen ze een aaneenschakeling van zotte scènes met een lichtkrant die het gesproken woord af en toe met komisch effect tegenspreekt.

In veel opzichten is C3 in 3D zodoende een programma van uitersten. Een veel te lange samenspraak in plat-Haags over Nietzsche is een opzichtige kopie van de plat-Londense huiswijfjes die al in 1969 bij Monty Python de ideeën van Pascal, Voltaire en Sartre bespraken. Maar anderzijds zouden de Python-mannen wellicht jaloers zijn op een sketch over een klant die een winkel betreedt zonder iets specifieks te willen: „Oh, dat maakt me niet uit.” En de ober die de taal spreekt van een culinaire spijskaart is verre van origineel, maar wel virtuoos genoeg geschreven (met gerechten als „gemaltraiteerde zeeëgelporiën”) om toch een glansnummer op te leveren.

Wat tegenvalt, zijn de scènes die veelbelovend beginnen, maar verder nogal slordig verlopen. Zoals de mediatraining waarin een trillende zenuwpees zich ontpopt tot een oratorische dwingeland die Adolf Hitler blijkt te zijn – een uitzinnig uitgangspunt dat echter net niet raak en scherp genoeg is uitgewerkt om echt doel te treffen. Maar flauw en hoogst vermakelijk wisselen elkaar snel af, dat scheelt.