Gezocht: wethouder met ‘biculturele achtergrond’

Moet de opvolger van de Amsterdamse wethouder Buyne allochtoon zijn? De Surinaamse claim is „kul”, maar een volledig wit college is ook raar.

Het was toch een beetje hun wethouder. Daarom kwamen ze een jaar geleden naar de installatie van Hennah Buyne in Amsterdam. Gestoken in klederdracht zong een grote groep Surinamers in het stadhuis het Surinaamse volkslied voor de nieuwe wethouder van onderwijs en integratie. Twee weken geleden waren ze er opnieuw. Om Buyne bij haar aftreden te steunen.

Een groep Surinamers en Antillianen bood ook een petitie aan, aan burgemeester Job Cohen, wethouder Lodewijk Asscher en fractievoorzitter Manon van der Garde van de Amsterdamse PvdA. Daarin vroegen ze om een opvolger uit de Surinaamse gemeenschap voor Buyne. Zodat het college van burgemeester en wethouders een afspiegeling vormt van de Amsterdamse bevolking.

Moet de opvolger van Buyne een allochtoon zijn? Graag, zeggen veel PvdA’ers. Het zou gek zijn om een volledig wit bestuur te hebben in een stad waar 44 procent van de bewoners volgens het CBS allochtoon is. Bovendien heeft juist de PvdA veel stemmen van minderheden gekregen bij de raadsverkiezingen in 2006.

Maar moet je ook hardop zéggen dat de opvolger van Buyne allochtoon moet zijn? Nee, zeggen de PvdA’ers dan. Dan krijgt de nieuwe wethouder al snel het stempel van excuusallochtoon. Het suggereert dat verschillende bevolkingsgroepen verschillende belangen hebben. En dat die het beste gediend worden met een kandidaat van de eigen etniciteit. Hennah Buyne zelf heeft haar afkomst altijd als irrelevant bestempeld. Ze was er voor „de Amsterdammers”.

Etniciteit van lokale politici is binnen de PvdA een gevoelige kwestie. Dat bleek al toen Wouter Bos na de raadsverkiezingen in 2006 suggereerde dat sommige allochtone raadsleden die door voorkeurstemmen onverwachts waren gekozen misschien onvoldoende kwaliteit in huis hadden.

Hij kreeg veel kritiek op die uitspraken, maar de toen door hem voorspelde ongelukken met allochtone raadsleden „zoals we die ook met autochtonen hebben gehad” hebben zich inmiddels inderdaad voorgedaan. In Amsterdam-Zuidoost kwam bijvoorbeeld aan het licht dat raadsleden nevenfuncties hadden bij instellingen die het stadsdeel subsidieerde. En onlangs meldde de Volkskrant dat een allochtoon raadslid in datzelfde stadsdeel een illegaal café runde.

Dat de etniciteit van de wethouder in de PvdA gevoelig ligt, blijkt ook uit de reactie van het Amsterdamse Kamerlid voor de PvdA John Leerdam op het vertrek van wethouder Buyne. Vorige week zei hij nog op de lokale televisiezender AT5 dat die opvolger een Surinamer moest zijn. Hij repte van een splitsing die aan het ontstaan was in Amsterdam. En dat moest gezamenlijk worden voorkomen. En daarvoor was een Surinaamse opvolger eigenlijk onontbeerlijk.

Maar nu zegt Leerdam dat hij dat niet zo bedoeld heeft. Hij zit helemaal op „de lijn” van de Amsterdamse partijleider Lodewijk Asscher, van wie hij in het weekend nog een sms’je kreeg. Wat hij had bedoeld was dat hij „gezien de samenstelling van de bevolking” zich „kon voorstellen” dat de wethouder een Surinamer of een Antilliaan zou zijn. En eigenlijk gaat het er volgens hem om dat de kandidaat in ieder geval „affiniteit” heeft met andere bevolkingsgroepen.

Is Leerdam zelf beschikbaar als de partij een dringend beroep op hem doet? Hij is nu „heel gelukkig in Den Haag”, zegt hij. Zijn naam wordt wel genoemd, net als die van de andere usual suspects : stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch en Tweede Kamerlid Khadija Arib.

Als het niet lukt een goede, gekleurde kandidaat te vinden, steekt Amsterdam straks bleek af bij Rotterdam en Den Haag. Rotterdam heeft twee wethouders van Turkse komaf (een van de PvdA en een van GroenLinks). En Den Haag heeft er een van Surinaamse komaf (PvdA). Tot nu toe had Utrecht als enige van de vier grote steden een geheel wit college. Het aandeel allochtone inwoners is daar wel lager dan in Amsterdam, 25 procent.

De politicoloog Jean Tillie (Universiteit van Amsterdam) zou het „een hele rare situatie vinden” als Amsterdam straks een volledig wit bestuur heeft. „Mensen moeten zich kunnen herkennen in hun bestuurders.” Volgens Tillie zijn de allochtone politici met talent én ervaring „volop beschikbaar” „Daarin is de afgelopen jaren heel veel geld en begeleiding gestopt. Dus waarom kun je niet binnen die groepen een goede kandidaat zoeken?” De claim van de Surinaamse gemeenschap op de post van Buyne vindt Tillie evenwel „kul”. Het gaat er om, zegt hij, dat het bestuur zoveel mogelijk een afspiegeling is van de bevolking. „Het moet niet uitmaken of het een Turk, een Marokkaan of een Surinamer is. Je kunt als migrantengroep niet zeggen: wij willen een wethouder.”

Ook Lodewijk Asscher is de claim van de groep Surinamers slecht bevallen. „Alsof een allochtoon niet Marokkanen, Turken of Surinamers kan vertegenwoordigen.” Het college is volgens hem nooit een „volmaakte afspiegeling” van de Amsterdamse bevolking. „De collegeleden zijn sowieso veel te hoog opgeleid.”

Inmiddels gebruikt de PvdA de term allochtoon liever helemaal niet meer. Als het over de opvolging van Buyne gaat wordt er gesproken over ‘biculturaliteit’. En dus zegt de Amsterdamse PvdA-leider Lodewijk Asscher dat „kwaliteit” voorop staat, maar dat het mooi meegenomen is als een kandidaat een „biculturele achtergrond” heeft.

    • Merel Thie
    • Tom Kreling