Geen zielig meisje bij een waterput

Voor Buitenlandse Zaken fotografeerde Hans Stakelbeek de opbouw in Uruzgan.

Vanaf deze week exposeert hij met eigen werk dat hij in het gebied maakte.

DEZE FOTO NIET MEER GEBRUIKEN OP VERZOEK VAN DE FOTOGRAAF Er alleen op uitgaan is in Uruzgan uitgesloten. Foto Hans Stakelbeek / FMAX foto: Hans Stakelbeek / FMAX 200709, Deh Rawod, Uruzgan, Afghanistan Stakelbeek, Hans;FMAX

„Waar is nou die lange groene jas? Zo herken ik je toch nooit!” Fotograaf Hans Stakelbeek daarentegen, die herken je direct. Hij is echt absoluut de enige in het grand café die voldoet aan de omschrijving ‘man met woeste lange baard, net terug uit Afghanistan’.

Hans Stakelbeek (1965) brengt in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) in Uruzgan de wederopbouw van de streek in beeld. In 2007 is hij er enkele maanden geweest, met als resultaat – naast foto’s voor BuZa – zestig door hem zelf geselecteerde beelden. Vanaf 4 april worden deze geëxposeerd in een reizende tentoonstelling die verschillende bibliotheken in Nederland zal aandoen.

Gedurende zijn verblijf heeft Stakelbeek (nooit in dienst geweest en niet-autoritair opgevoed) onderdak in de daar gelegerde militaire bases Kamp Holland of Kamp Hadrian. Embedded dus. Van daaruit gaat hij mee met militaire patrouilles en het Provinciaal Reconstructie Team (PRT). Het PRT bestaat ondermeer uit ex-militairen, ingenieurs en irrigatie- of landbouwdeskundigen. Hun expertise wordt ingezet met financiële en materiële steun van de Nederlandse overheid. Samen met de Afghaanse bevolking werken ze aan de wederopbouw van Uruzgan.

Sinds het begin van de missie is er discussie over de rol van het Nederlandse leger in Afghanistan. Minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen legt de nadruk op schooltjes bouwen. Ondertussen bereiken ons berichten over het immer heersende gevaar en de omgekomen Nederlandse militairen. Klinkt zo’n opdracht dan toch niet een beetje naar overheidspropaganda?

„Propaganda? Nee, ik ben absoluut geen propagandafotograaf. Het enige dat Buitenlandse Zaken wil, is een realistisch beeld. Zij willen worden geïnformeerd hoe hun projecten er uitzien.” Niemand bemoeit zich met de manier waarop hij er fotografeert, zegt Stakelbeek.

Ander werk van Stakelbeek toont voornamelijk mensen in hun eigen leefomgeving. Het gros van zijn werk bestaat uit opdrachtportretfotografie en documentairefotografie. Bekend is zijn serie Elvis has left the building, die vorige zomer te zien was op Lowlands. Daarvoor portretteerde hij Elvis-lookalikes in vol wijde-pijpen-glitterpak-ornaat, met als ontnuchterend decor hun vinexvoortuin of galerijflattrappenhuis. Mooie objectieve registraties.

En dat is kenmerkend voor zijn stijl. Want van propaganda of censuur van Buitenlandse Zaken was dan misschien geen sprake, Stakelbeek legt zichzelf wel strenge restricties op. Dat kan hij het beste laten zien aan de hand van een foto die niet in de expositie terecht zal komen. En die BuZa overigens, om dezelfde reden ook niet heeft gekozen. Erop staat een meisje met een emmer water, gehuld in kleurige kleding, naast een nieuwe waterput. Ze kijkt recht in de lens, om haar heen staan meerdere mensen. Dit is niet de boodschap die Stakelbeek wil brengen. „Ik wil een zo objectief mogelijk beeld geven en niet scoren met een zielig meisje bij een waterput.” Het geeft de grens aan waarop Stakelbeek balanceert. Zijn foto’s moeten geen „kijk eens wat goed dat die Nederlanders daar zitten”-gevoel uitstralen. Hij wil juist de nadruk leggen op de kracht en veerkracht van de lokale bevolking. „Bovendien is deze waterput helemaal niet door Nederlanders gemaakt. Die was er al.”

Die kracht spreekt uit veel foto’s. Zoals die van een groep kinderen. Het gezicht van het meisje in het midden is verminkt door brandwonden. Het moet verschrikkelijk pijn doen, maar ze kijkt open en vriendelijk. Een wat groter jongetje houdt haar hand vast. De opzet is om de ontwikkeling van een groot aantal projecten te volgen en vast te leggen. Dat klinkt mooi. Maar het loopt vaak anders. „De patrouilles vinden alleen plaats als de situatie veilig is. En de patrouilles gaan niet altijd de kant op die ik wil.”

Een voorbeeld van zijn frustraties is een foto van een zandweg. „Dit is zo ongeveer de enige toegangsweg door de Chora-vallei. In de winter is het een blubberpad. Dus dat wordt aangepakt.” Maar dat zien wij niet, want daar is geen foto van. Stakelbeek is vanwege de veiligheid niet meer naar deze plek terug geweest.

Zo kan het ook gebeuren dat hij ongewild vele dagen in het legerkamp vastzit. Intussen heeft Stakelbeek viermaal drie weken tussen de militairen doorgebracht. Veel embedded journalisten berichten dan over de gebeurtenissen binnen het kamp. Stakelbeek heeft de militairen echter niet eenmaal gefotografeerd. „Daar ben ik nu helemaal niet in geïnteresseerd. Dat zou een heel ander project zijn.”

Toch creëerden juist alle belemmeringen voor hem de mogelijkheid deze eigen tentoonstelling samen te stellen. Buitenlandse Zaken wil foto’s van de projecten, Stakelbeek wil ons informeren over de mensen en het land. Prachtig zijn de beelden van grote weidse landschappen en menselijke activiteiten. Of non-activiteiten. „In die streek is veertig procent van de mensen werkloos. En wat doe je zonder televisie of computer, dan ga je gewoon een beetje zitten.” In het veld. Of in een rechtopstaande kruiwagen.

Stakelbeek wil over paar maanden terug naar Uruzgan. Kijken hoe de stand van zaken is bij de bestaande projecten. En weer veel wachten. „Er alleen op uitgaan is uitgesloten. Dat is gewoon levensgevaarlijk. Het is net alsof je op een boot zit. Daar kun je ook moeilijk over doen, maar je kunt er gewoon niet af, dat overleef je niet.”

De tentoonstelling is vanaf 4 april t/m begin mei te zien in openbare bibliotheek DOK in Delft, en zal daarna door Nederland reizen. Zie ook: inafghanistan.nu. Ander werk van Hans Stakelbeek, zie: www.fmax.nl. Een filmpje naar aanleiding van de serie Elvis has left the builing is te zien via nrcnext.nl

    • Viola Lindner