Ernstige film, ernstige muziek

Het ergste aan Fitna vond ik persoonlijk de muziek. De rest was natuurlijk ook beneden niveau, maar dan dacht ik telkens: over het niveau van wie hébben we het nou helemaal? Toen ik tegen het einde in een van de krikkemikkige tussenteksten las: ‘U hoorde een pagina uit het telefoonboek’ – moest ik bijna vertederd glimlachen, zoals je vertederd kunt glimlachen om een geestelijk gestoord kind dat met scheve letters een briefje van zes woorden op papier heeft gekregen.

Maar Tsjaikovski en Grieg in de geluidsband!

Lang geleden sprak ik in het Concertgebouw een violist die net heel gevoelig de Peer Gynt Suite mee had helpen strijken.

„Ach ja”, zei hij bescheiden, „je doet je best. En de mensen blijven het prachtig vinden. Maar” – en hij boog zich naar me toe, alsof niemand anders zijn geheim mocht horen – „je zult moeten toegeven dat die Grieg, net als Tsjaikovski trouwens, waar de mensen ook nog altijd zo dol op zijn, dat die twee toch eigenlijk alleen maar negentiende-eeuwse honkytonk-muziek maakten”.

Muzikanten zijn vaak meedogenloos over wat ze prachtig kunnen spelen.

Maar honkytonk of niet, Wilders moet Aases Tod vooral deftig hebben gevonden. Ik bedoel: elk thema van Morricone, een paar maten Mahler en hele lappen oude Beach Boys hadden z’n slaphartige montage misschien nog de schijn van pep and go kunnen geven, maar Grieg niet. Grieg kan in de concertzaal al nauwelijks meer. Zet Grieg onder een filmsequence, en je kunt de sequence meteen weggooien.

Had Scarlet Pimpernel daar zijn co-auteur niet op moeten wijzen? Maar Scarlet had misschien evenmin oren aan zijn hoofd, en dan kun je wel inpakken in de filmindustrie. „Film is geluid”, zei Alain Resnais al. En hij had er nog een aardige wijsheid bij: „Je kunt in de bioscoop wel je ogen, maar niet je oren sluiten.”

Wilders moet gedacht hebben: ernstige film, daar hoort ernstige muziek bij – zoals ze vroeger op de radio als er een bekende Nederlander dood was onmiddellijk ophielden met de Arbeidsvitaminen, en iets uit Figaro’s Hochzeit opzetten. Mozart was tenslotte klassiek, dus ernstig. En onze cineast had toevallig nog ergens een mopje klassiek liggen. Grieg.

Hier stuiten we overigens op iets waar ik weleens wat meer over zou willen lezen. Meer over het vraagstuk of je het begrip cultuurrelativisme (‘een decadent verschijnsel’, heeft de beroemde denker Paul Cliteur eens geschreven) eigenlijk ook mag toepassen op cultuur in de engere zin van het woord, dat wil zeggen op de cultuur van muziek, beeldende kunst, ballet of literatuur. Je hoort bijvoorbeeld weleens postmodern zeggen dat je uit moet gaan van ieders afzonderlijke culturele achtergrond wanneer je Frans Bauer wilt vergelijken met Dietrich Fischer Dieskau, of Hugo Claus met Heleen van Royen, of Diaghilev met de anonieme choreograaf van de Driekusman. En dat het heel hooghartig, en al gauw discriminatoir klinkt om te beweren dat de ene beter of slechter zou zijn dan de ander,

De leider van de PVV heeft zich vorig jaar met Kerstmis nog ontzettend boos gemaakt over de Koningin die in haar Boodschap vermaande dat we niet zomaar mensen over één kam moesten scheren, want dan zouden vooroordelen tot waarheid kunnen worden. „En daarmee”, zei Hare Majesteit, „erodeert de gemeenschapszin”.

Wilders trok onmiddellijk de schoen aan, verklaarde dat hij zulke uitspraken, „boordevol multi-culti-onzin”, spuugzat was, en dreigde Trix bij recidive met ontslag.

Maar wel Grieg onder Fitna, terwijl je toch mag zeggen dat er op het gebied van de filmmuziek een paar universele waarden en normen bestaan waar de populaire Noor net zo min aan kon tippen als een moslim aan onze rechtstaat.

Of niet soms?

Jan Blokker is columnist van nrc.next

    • Jan Blokker