De regenboogkinderen van fotograaf Cuny Janssen

Cuny Janssen ‘Amami Oshima’ (Japan 2007) Janssen, Cuny

Tentoonstelling

Cuny Janssen, White Thorn & Tomorrow Leaf,

t/m 18 mei in de Kunsthal, Rotterdam.

Dertig foto’s hangen er in de Kunsthal, voor de helft kinderportretten, voor de helft onbevolkte natuur. Samen vormen ze een kleine solopresentatie van Cuny Janssen, van wie onlangs het fotoboek There is Something in the Air verscheen. Ze reist met een camera over de wereld en fotografeert een regenboogmaatschappij van blanke, zwarte en Aziatische kindjes. Janssen is duidelijk geen documentair fotograaf, ze gaat voor schoonheid. De bloemen bloeien, de varens glanzen, en de kinderen hebben mooie koppies – scheve oren of hazenlipjes zijn niet te zien. En allemaal kijken de kinderen heel intens de camera in. Je vraagt je af wat Janssen tegen ze gezegd heeft om die doordringende blikken mogelijk te maken.

De natuurfoto’s zijn op zichzelf niet heel boeiend, de kinderportretten wel. Janssen fotografeert ze thuis, in hun meestal armoedige huizen, op de veranda of op een straathoek. Zo zien we een zwart kleutertje in een te verwassen jackje op schoot bij zijn moeder die gepijnigd kijkt. Achter hen zie je de golfplaten behuizing. Het blanke meisje, een paar foto’s verder, heeft het beter. Ze zit op een matras op een veranda en kijkt zelfverzekerd, zelfs een beetje arrogant, de camera in. Intussen is de bezoeker al opgevallen dat Janssen toch niet bepaald een regenboogwereld in beeld brengt: op geen enkele foto komen de rassen samen voor. De afwisseling met natuurfoto’s vergroot die scheidslijnen alleen maar. Rode woestijnbloemen. Zwarte jongens. Groene varens. Aziatisch meisje. Rotsachtig vergezicht. Enzovoorts.

Sinds de Nederlandse kunstenaar Rineke Dijkstra een internationale ster werd met haar fotoportretten van kinderen en pubers, en talloze epigonen volgden, denk je bij elk kinderportret toch onwillekeurig aan haar werk. Er is van alles voor te zeggen, allemaal doen ze het weer anders, vaak met mooie resultaten, en toch lijkt het ergens één pot nat. Janssen ontsnapt daaraan. Ten eerste kijken haar kinderen niet zo kwetsbaar. Ten tweede gaan haar foto’s niet zozeer over de kinderzieltjes als wel over hun leefwereld, hun land.

Alleen: de Kunsthal laat een Japanse en Zuid-Afrikaanse serie zien, door elkaar heen. En daar gaat het fout. Door de series te mengen, wordt geen enkel verhaal verteld. Dit in tegenstelling tot het boek dat uitsluitend de Zuid-Afrikaanse serie bevat en veel minder wit. De foto’s zitten op de pagina’s bijna tegen elkaar aan geplakt. Daardoor doemt het beeld op van een onmetelijk landschap, prachtig maar armoedig, bevolkt door trotse kinderen die nog heel wat te wachten staat. In het boek leven ook de natuurfoto’s op, die er in de Kunsthal zo flets bij hangen. Net als bij veel films is ook hier toch het boek beter.

Sandra Smets

    • Sandra Smets