De politiebond berust

De grootste politiebond, de NPB, heeft zijn leden niet warm gekregen voor verder verzet tegen het laatste loonbod van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA). De reacties van de leden waren lauw. Nu een andere bond, de VMHP, al heeft laten doorschemeren het bod te accepteren, is het vereiste quorum voor een cao behaald. Twee andere bonden moeten nog beslissen. Maar nu al staat vast dat de meeste agenten in het bod berusten en dat is goed nieuws. Met meer onderbrekingen of stiptheidsacties zou de politie haar goodwill bij het publiek hebben verspeeld.

Na een aanvankelijke afwijzing door de bonden en hun werkonderbrekingen en publieksvriendelijke acties, heeft Ter Horst haar bod na tussenkomst van een bemiddelaar in februari verruimd met drie aflopende jaarlijkse loonsverhogingen van 3,5 tot 3,25 procent en twee eenmalige uitkeringen van bij elkaar 1.800 euro. Een hoger bod zou een loongolf hebben kunnen ontketenen.

Toch zijn de problemen van de politie de wereld nog niet uit. De apathie van de leden van de NPB is onheilspellend. Slechts een vijfde heeft over dit akkoord gestemd. Weliswaar zijn die leden de acties nu kennelijk beu, maar het ongenoegen uit zich ook in vertrek naar banen met een hoger loon en met minder onregelmatige diensten. Beter betaalde functies zijn in deze krappe arbeidsmarkt ruim voorhanden, met grote personeelstekorten bij de politie als gevolg, vooral in de grote steden. Tekorten doen zich ook voor bij andere maatschappelijke ‘frontsoldaten’ die niet kunnen delegeren aan een alarmnummer als het menens wordt, zoals verpleegkundigen.

De politiebonden vroegen niet alleen om extra geld, maar ook om erkenning van de zwaarte van het werk. Die waardering moet een grotere rol gaan spelen bij de nieuwe functiewaardering die volgens het onderhandelingsresultaat in 2010 zou moeten ingaan.

Tegen de wens van een aantal bonden in moeten extra loonsverhogingen zo selectief mogelijk worden toegepast. Niet alleen moeten onregelmatige diensten beter worden beloond, vergeleken bij bureauwerk van negen tot vijf, ook de arbeidsomstandigheden kunnen worden verbeterd. Het politiewerk is gebureaucratiseerd en bestaat uit het vullen van statistieken voor prestatiecontracten. Dienders zouden minder met dit soort verplichte nevenwerkzaamheden moeten worden belast. Professioneel recherchewerk verdient meer waardering als specialisme waar mensen zich verder in kunnen ontwikkelen.

Gebrek aan waardering is een eeuwige grief van politiebonden. Nu de straat harder is geworden en de arbeidsmarkt krapper, moet de overheid dat verwijt serieus nemen. Die waardering uit zich niet alleen in geld, maar ook in werkomstandigheden en in de beroepstrots die het uniform een meerwaarde geeft. Agenten begeven zich niet louter om het geld in gevaarlijke situaties. Die motivatie om het vuile werk op te knappen, mag in de nieuwe functieomschrijvingen wel wat meer aandacht krijgen.