De nieuwe wetten? Die schrijven de lobbyisten

In ‘Brussel’ worden de parlementariërs sterk gestuurd door lobbyisten.

Vaak schrijven ze zelfs wetsteksten. „Dit is een drama voor de democratie.”

Er gaat geen week voorbij zonder dat europarlementariër Toine Manders een kant-en-klaar amendement krijgt aangeleverd. Het bedrijfsleven, de belangengroepen en lobbyisten bestoken hem met wetsvoorstellen die hij slechts hoeft te ondertekenen. Hij diende eens een wetsartikel in dat de rechtspositie van componisten beter moest regelen. „Ik zag dat zes of zeven andere parlementariërs dezelfde tekst hadden ingediend. Dat was een genante vertoning, beschamend”, zegt Manders er nu over.

Een groot deel van de wetgeving komt tegenwoordig uit ‘Brussel’. De Europese Commissie en ook het Europees Parlement maken in toenemende mate onze wetten. Met het nieuwe Hervormingsverdrag dat volgend jaar in werking moet treden, zal er nog meer Europese regelgeving zijn. Het verdrag geeft het parlement wetgevende bevoegdheden op meer terreinen. Maar wie maken de wetten nou?

Een rondgang bij Nederlandse europarlementariërs leert dat ‘panklare’ wetsartikelen aan de orde van de dag zijn in het Europees Parlement. „Het komt wel voor dat ik dat doe”, zegt Corien van Wortmann-Kool (CDA) doelend op het letterlijk overnemen van wetsvoorstellen geschreven door lobbyisten. „Maar dan sta ik wel achter het amendement. Er zijn collega’s die dergelijke amendementen kritiekloos overnemen.” Ook collega’s uit andere lidstaten nemen wetsvoorstellen letterlijk over, zeggen de Nederlandse parlementariërs. Net als Manders ervoer ook Wortmann eens dat ‘haar’ amendement door meerdere collega’s was ingediend. „Zo werkt het Europese systeem nou eenmaal”, zegt zij.

Heel vaak ziet europarlementariër Dorette Corbey (PvdA) collega’s amendementen indienen die zij eerder weigerde. Maar soms neemt ook zij de wetsteksten van lobbyisten over. Zo diende Corbey twee weken geleden een amendement in dat haar was aangereikt door de Nederlandse Gasunie. De Gasunie pleit voor een gehele ontkoppeling van de energiemarkt. Het netwerk zou dan niet langer beheerd worden door producenten, waardoor „bureaucratisch toezicht’’ niet langer nodig is. „Dit amendement past in mijn politiek beleid, anders zou ik het niet ingediend hebben”, zei Corbey op de dag dat zij het amendement indiende.

Wat zij niet wist, is dat het bewuste amendement door haar VVD-collega Manders werd geschreven. Dat stelt Manders zelf tenminste: „Ik heb een paar argumenten van de Gasunie verwerkt in mijn amendement. Daarop is de Gasunie gaan venten in het parlement, ze zochten brede steun voor mijn amendement.”

„Als het om evidente zaken gaat”, meldt Chris Glerum van de Gasunie desgevraagd, „is het normaal dat wij ingrijpen. Het is niet zo dat we hier dagelijks amendementen schijven.”

De Europese consumentenorganisatie (BEUC) gaat daarin veel verder. „Wij doen in feite het werk van europarlementariërs”, zegt lobbyist Levi Nietvelt van de BEUC. Sinds november vorig jaar heeft Nietvelt meer dan vijftig amendementen geschreven op de gebieden energie en telecom. „Amendementen zijn voor ons een effectief middel om onze standpunten duidelijk te maken.”

In aanloop naar de verkiezingen voor het Europese Parlement, volgend jaar juni, ziet Nietvelt dat parlementariërs veel dossiers versneld behandelen. En dat geeft kansen voor lobbyisten. „Als een dossier er wordt doorgeduwd, nemen parlementariërs vaak onze amendementen over.”

Milieuorganisatie Greenpeace levert „soms wel zeer gedetailleerde voorstellen” aan europarlementariërs, vertelt Mark Breddy van het Brusselse kantoor van Greenpeace. „Soms nemen ze die integraal over.”

Nietvelt van de BEUC schreef meer dan vijftig amendementen, maar de ‘industrie’ levert volgens hem nog veel meer wetsteksten. Alleen al de telecombranche heeft volgens Nietvelt honderden mensen in Brussel zitten. „Die schrijven bij elk onderwerp amendementen. Zij hebben de middelen, wij veel minder.”

Op het Brusselse kantoor van Unilever opereren vier ‘voorlichters’. Ter vergelijking: slechts één medewerker ‘bewerkt’ vanuit het hoofdkantoor in Rotterdam de Haagse politiek. „De meeste wetten en regels worden in Brussel gemaakt en het Europarlement speelt een steeds grotere rol in het wetgevingsproces”, licht Truus Huisman van het Brusselse kantoor toe. Jaarlijks schrijven Huisman en haar collega’s zo’n vier à vijf amendementen. „Altijd op verzoek van parlementariërs zelf”, vertelt Huisman. Soms maakt Huisman mee dat parlementariërs „inherent tegenstrijdige amendementen” indienen. „Erg onzorgvuldig”, vindt Huisman dat.

Maar hoe (on)wenselijk is het dat belangengroepen amendementen schrijven voor europarlementariërs? Veel lobbyisten zeggen dat zij „bijdragen leveren” aan de Europese democratie en kwalitatieve wetgeving. „Wij zijn hier slechts om europarlementariërs bij te staan in hun democratische rol”, vat Huisman van Unilever het samen. „Het is onmogelijk dat een parlementariër deskundig is op alle terreinen.”

Anders dan de europarlementariërs zijn de lobbyisten wel op de hoogte van de nationale wetgeving in alle lidstaten. „Sommige dossiers zijn erg ingewikkeld, zelfs voor ons, laat staan voor politici”, meent Glerum van de Gasunie. „Voor de effectiviteit is het goed om de informatie in vergevorderde geredigeerde versie aan te leveren, des te beter eigenlijk. Dat komt de kwaliteit van de wetgeving ten goede.” Lobbyisten ontkennen dat zij de dienst uitmaken in Brussel. Glerum: „Politici maken politieke overwegingen, het blijft hun verantwoordelijkheid.”

Ook politici beschouwen kant-en- klare wetsvoorstellen over het algemeen als informatieoverdracht. Het is immers aan de politici om uiteindelijk die teksten wel of niet te gebruiken. Hoe meer partijen meepraten des te democratischer het is, zeggen ze. Sinds het europarlement ter bevordering van de democratie in de Europese Unie op steeds meer terreinen wetten mag maken, is de werkdruk op volksvertegenwoordigers groter geworden, zeggen sommige parlementariërs.

Europarlementariër Corbey is ondubbelzinnig hard in haar oordeel. „Een drama voor de democratie”, noemt zij de panklare amendementen. Maar ze kan nu eenmaal niet anders, zegt ze. „Ik ga over meerdere terreinen en ik heb slechts één medewerker in dienst”, aldus Corbey. „Samen kunnen wij onmogelijk kennis hebben van alle technische zaken in complexe dossiers.”

Roel in ’t Veld, hoogleraar bestuurskunde en ‘good governance’, is het deels met Corbey eens. „Op deze manier bepaalt niet de achterban maar de indrukwekkende lobby het beleid”, meent hij. „Dat is schadelijk voor de democratie.” Lobbyisten hebben in elke hoofdstad wel invloed, zegt de hoogleraar. „Ook in Den Haag gebeurt dat, maar niet in de mate als in Brussel. Daar is hun macht groot door hun grote aantallen.” Doordat Nederlandse Kamerleden altijd nog kunnen terugvallen op de expertise van de juridische afdelingen van de ministeries bij het schrijven van hun wetsvoorstellen, zijn ze volgens In ’t Veld ook minder aangewezen op de hulp van buiten.

In ’t Veld vindt de middelen die de europarlementariërs tot hun beschikking hebben voldoende. „Als europarlementariërs maar bereid zijn voldoende tijd en energie te steken in hun werk.” In ’t Veld zou kiezen voor de Amerikaanse aanpak om de besluitvorming onafhankelijker en transparanter te maken. „Nog meer ambtelijke ondersteuning en openbare hoorzittingen zouden de invloed van belangengroepen op de Europese wetgeving enigszins kunnen beperken.”

Dick Toornstra, de hoogste Nederlandse ambtenaar bij het Europese Parlement, weerspreekt ook dat een gebrek aan ‘middelen’ de parlementariërs afhankelijk zou maken van de belangengroepen. Hij wijst erop dat ieder lid van het parlement maandelijks zo’n 15.000 euro ontvangt om medewerkers te betalen. „Daarmee kun je een of twee academici inhuren.” Ook beschikt elke fractie over twee academisch geschoolde medewerkers per commissie, vertelt Toornstra. „Bovendien kunnen zij altijd nog een beroep doen op deskundige ambtenaren van het parlement zelf.”

Sinds de „genante vertoning” van zeven jaar geleden neemt Manders in principe geen wetsvoorstellen meer letterlijk over. Na zich te hebben laten informeren door allerlei partijen, stelt hij zijn eigen teksten op. „Ik hou er niet van om als copy-catter te boek te staan. Ik wil origineel zijn.”