‘Creatief nadenken’ over relatie van EU met Servië

Nederland en België houden de deur naar de EU voor Servië dicht. Onder druk van de andere EU-leden lijkt Nederland zijn standpunt te wijzigen.

De Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jean Asselborn, zei zaterdagmiddag dat hij niet voor zijn beurt wilde praten. Het was natuurlijk aan Nederland zelf, maar toch: „Onze Nederlandse vrienden begrijpen nu dat er echt een stap moet worden gezet in de relatie van de Europese Unie met Servië.”

Asselborn stond bij de uitgang van het gebouw, in het Sloveense Brdo, waar de Europese ministers van Buitenlandse Zaken twee dagen hadden vergaderd. Het was gegaan over Rusland, het Midden-Oosten, China en Tibet, over Fitna en ook weer over een mogelijk EU-akkoord met Servië waardoor Servië de status van aankomend EU-lidstaat zou krijgen. Nederland, gesteund door België, eist al maanden dat Servië eerst oud-generaal Ratko Mladic uitlevert aan het Joegoslavië tribunaal. Alle andere EU-lidstaten vinden dat het nu belangrijker is om de pro-westerse partijen te helpen om de parlementsverkiezingen van 11 mei te winnen – een EU-akkoord zou hen daarbij moeten helpen. De Spaanse minister Miguel Angel Moratinos zei onlangs dat Nederland dringend moest begrijpen dat een andere houding nodig was. „Maar er komt”, zei Moratinos, „zeker een oplossing.”

Was die afgelopen weekend bedacht? Niet alleen Asselborn, ook Brusselse diplomaten zeiden in Brdo dat zich – voorzichtig nog – een verandering voordeed in de opstelling van Nederland. Een diplomaat zei dat Nederland had toegezegd om „creatief na te denken” over mogelijkheden om de pro-Europese krachten in Servië te helpen tijdens de verkiezingen. Volgens een andere diplomaat denkt Nederland er nu over na of de eis over Mladic niet wat later in het Servische toetredingsproces tot de EU gesteld zou kunnen worden. Dat is wat de meeste andere EU-landen willen. Dan zou de EU het akkoord waar het nu om gaat, een ‘stabilisatie- en associatieakkoord’, toch vóór de verkiezingen aan Servië kunnen aanbieden.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zei zelf in Brdo dat hij de belofte van „creatief nadenken” had gedaan omdat ook Nederland graag wil dat Servië betrokken blijft bij Europa. Nederland, zei hij, had ook creatief nagedacht toen de collega’s in januari Servië een stabilisatie- en associatieakkoord wilden aanbieden – toen was dat om de pro-westerse kandidaat Boris Tadic te helpen de presidentsverkiezingen te winnen. Omdat Nederland en België de eis van uitlevering van Mladic stelden, kon dat akkoord niet worden aangeboden. Er was toen vooral op initiatief van Nederland een ‘politiek akkoord’ bedacht over samenwerking tussen de EU en Servië. Servië wil dat niet tekenen omdat het te weinig voorstelt.

Verhagen zei op de persconferentie van zaterdag dat het beloofde „creatieve nadenken” niet betekende dat er onderhandeld zou kunnen worden over de voorwaarden voor een stabilisatie- en associatieakkoord: Servië zou ‘volledig’ moeten ‘samenwerken’ met het Joegoslavië-tribunaal. Want zo luidt officieel de eis. Betekende die volledige samenwerking voor Verhagen nog steeds, zoals eerder, dat Mladic „in het vliegtuig” zou moeten zitten naar Den Haag? Verhagen: „Ik heb gezegd: er moet volledig worden samengewerkt en een voorbeeld daarvan is de uitlevering van Mladic.”

Was er dan een ‘volledige samenwerking’ denkbaar zonder dat Mladic in Den Haag was? Verhagen: „Als Mladic dood is bijvoorbeeld, of als hij niet meer in Servië zou zijn.” De arrestatie van Mladic zou „het beste bewijs” zijn van samenwerking van Servië met het tribunaal, zei Verhagen aan het eind van de persconferentie tegen een journalist van persbureau Reuters. Maar als Mladic niet meer in Servië woonde en als Servië toch „zijn uiterste best” deed om hem te pakken, was het anders.

De Nederlandse europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks), die voor zijn fractie het woord voert over de Balkan, zegt dat hij er heel zeker van is dat Verhagen zich niet eerder zo voorzichtig uitliet over Servië, Mladic en een mogelijk EU-akkoord. „Hij zei dat volledige samenwerking betekent: Mladic in Den Haag. Niet ‘Mladic in Den Haag als voorbeeld’. Hij was in dat standpunt scherper dan Carla Del Ponte (de vroegere openbaar aanklager van het tribunaal, red.) ooit is geweest. Maar ik ben blij dat Nederland nu bereid is om creatief mee te denken. Ik vind een akkoord met Servië vóór de verkiezingen veel belangrijker dan voor 100 procent vasthouden aan de eisen.”

De komende weken zal veel afhangen van het oordeel van de openbaar aanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Serge Brammertz. Als hij zegt dat Servië goed samenwerkt, zal het voor Nederland diplomatiek gezien nauwelijks nog mogelijk zijn om de eis van Mladic’ arrestatie te stellen. Als Servië niet goed samenwerkt volgens Brammertz, kan Nederland zo streng blijven als het tot nu toe was.

De Finse eurocommissaris Olli Rehn voor Uitbreiding zei in Brdo dat Brammertz in Den Haag een „erg goed gesprek” heeft gehad met de Servische minister die namens de regering contact onderhoudt met het tribunaal, Rasim Ljajic, en de Servische hoofdaanklager Vladimir Vukevic. Rehn: „Ik vertrouw erop dat het tribunaal goed nagaat hoe het ervoor staat. Als Servië het Europese pad verlaat, komt er een regering die zeker niet samenwerkt met het tribunaal.”

    • Petra de Koning