Benoeming CvdK is verre van regentesk

Het hoofdredactioneel commentaar van 26 maart jl. onder de kop ‘Dalend bestuursgoed’ miskent de gang van zaken bij de benoeming van een commissaris van de koningin. Ten onrechte wordt gesuggereerd dat hierbij sprake is van ‘regentenbenoemingen’, terwijl gemeenten de invloed van de landelijke politiek bij burgemeestersbenoemingen wél hebben weten te beperken.

De feiten zijn anders: de procedure bij de benoeming van burgemeesters en commissarissen van de koningin is in wezen identiek. De vacature wordt opengesteld en het staat een ieder vrij daarop te reageren. Vervolgens maakt de commissaris van de koningin (bij een burgemeestersvacature) of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bij een vacature voor commissaris der koningin) een selectie ten behoeve van de vertrouwenscommissie. Bij die selectie gaat het in beide gevallen primair om de geschiktheid van de kandidaten. De vertrouwenscommissie, doorgaans een brede afspiegeling van gemeenteraad of provinciale staten, voert gesprekken met de kandidaten, vormt zich in volledige vrijheid en vertrouwelijkheid een oordeel en rapporteert daarover aan de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten. Die stellen een aanbeveling vast. In beginsel, en in de praktijk eigenlijk altijd, wordt de kandidaat die als eerste op de aanbeveling staat, benoemd.

De rol van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is hierbij betrekkelijk. Ik zeg dat zonder spijt, want zoals ik tijdens de behandeling van mijn begroting in de Eerste Kamer al heb aangegeven, is het vanzelfsprekend dat het zwaartepunt van deze procedures ook op lokaal c.q. provinciaal niveau ligt. En door de zware inbreng van gemeenteraad en provinciale staten is – zij het indirect – ook de inspraak van de kiezers gewaarborgd.

Zowel de procedure in Friesland als – iets langer geleden – die in Utrecht laat juist zien dat recht wordt gedaan aan de voorkeuren vanuit de provincie. Ook ik juich het toe dat het ambt van commissaris niet per definitie voorbestemd lijkt voor oudgedienden uit de landelijke politiek. De kwaliteit van de kandidaten staat voorop. Dat geen sprake was van regenteske benoemingen zal iedereen duidelijk zijn. NRC Handelsblad suggereert ten slotte bij de aanstaande vacature in Flevoland te ‘volstaan met een onbekende carrièrebestuurder’. Wie moet hier nu van regentesk denken en handelen worden beschuldigd?

G. ter Horst

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties