Ze mogen tenminste wel gratis met de tram

De nieuwe cao voor de politie lijkt nu rond. Maanden streden agenten voor meer waardering. Hoe zwaar is het, werken als politieagent op straat?

De agenten Van Blijswijk en Broekema rennen naar een opstootje in het Medisch Centrum Haaglanden aan het Westeinde. Foto Floren van Olden Den Haag 15-3-2008 Twee agenten van bureau Jan Hendrikstraat hebben een drukke avond. Ze controleren auto's op APK en open staande boetes, ze bestraffen indrinkers voor de overlast die zij veroorzaken en controleren of de bezoekers van de red light district zich wel netjes aan de regels houden. Verder assisteerden zij bij het vervoer van agressieve psychiatrische patient. Foto's zijn gemanipuleerd voor anonimiteit ! Foto Floren van Olden politie Olden, Floren van

Argwanend bekijken sommige raamprostituees de langzaam voorbijrijdende politieauto. Anderen negeren de wagen en werpen verleidelijke blikken naar voorbijgangers. Agent Martijn van Blijswijk (25) manoeuvreert zijn auto behendig tussen de mensen door. Zijn collega Jeffrey Broekema (24) en hij zijn vanavond naar de Doubletstraat, een van de twee Haagse prostitutiestraten, gekomen om enkele collega’s – indien nodig – bij te staan. De collega’s zijn zojuist in een rood verlicht kamertje verdwenen waar een klant zijn geld terugeist. Volgens de agenten gebeurt dit twee à drie keer per week.

Van Blijswijk en Broekema houden de auto van hun collega’s nauwlettend in de gaten. „Het wil nog weleens gebeuren dat er een oploopje ontstaat”, verklaren zij. Dat gebeurt nu niet. Op naar de volgende melding.

Van Blijswijk en Broekema zijn belast met de noodhulp. Dat wil zeggen dat zij achter de meldingen aangaan die via 112 binnenkomen. Dat kan van alles zijn. Al snel moeten ze naar een vechtpartij in een ziekenhuis. Op de intensive care van Medisch Centrum Haaglanden, locatie Westeinde, gaat een psychiatrisch patiënt verpleegkundigen te lijf. Hij heeft zojuist te horen gekregen dat hij gedwongen wordt opgenomen. Vier agenten sprinten zo hard ze kunnen door het ziekenhuis. Snel de lift in, naar de derde verdieping. Daar blijkt de schuifdeur naar de intensive care dicht. Pas een minuut of vijf later, als een verpleegster met de sleutel komt, kunnen ze eindelijk verder. Te laat, blijkt al snel. De patiënt is inmiddels ingerekend; verpleegkundigen rijden hem net de kamer uit. De man ligt vastgebonden op een brancard.

Van Blijswijk en Broekema werken zo’n vijf jaar als surveillant. De ene keer doen ze dat in de noodhulpauto, de andere keer op de fiets (Van Blijswijk) of de motor (Broekema). Ook zijn ze lid van het parate peloton van de mobiele eenheid (ME). Eens in de acht weken zijn ze een week inzetbaar bij (dreigende) calamiteiten.

De afgelopen jaren is er het nodige veranderd in hun werk, zo stellen de mannen. „Er wordt veel meer gevochten en we hebben steeds vaker te maken met wapens, messen bijvoorbeeld”, zegt Broekema. Op uitgaansavonden gaat het regelmatig mis. Van Blijswijk: „Vooral jonge mensen worden ongelooflijk agressief als zij veel alcohol hebben gedronken, soms in combinatie met drugs.” Volgens hem is het steeds normaler dat omstanders zich tegen de politie richten, ook als zij zelf niets met het incident te maken hebben. Broekema beaamt dat. Hij was een van de ME’ers die twee jaar geleden in Pijnacker bij een uit de hand gelopen feest moesten optreden. In de dagen erna werden 16 aangiften en 8 klachten ingediend tegen het optreden van de politie. „Wij kwamen toen onwijs negatief in de media, alsof we die mensen hadden afgebeuld. Maar we zaten echt in het nauw, mensen bekogelden ons met flessen en stenen.”

Een stem klinkt via de portofoon. In de Herenstraat is een jongen gevallen, met zijn hoofd op de stoep. Hij is buiten bewustzijn. De agenten krijgen toestemming met zwaailicht en sirene te rijden. Chaos in het verkeer is het gevolg. Behendig stuurt Van Blijswijk de auto over drukke kruispunten. „Mensen weten absoluut niet wat ze moeten doen als ze een sirene horen”, zegt zijn collega Broekema, terwijl hij wijst naar automobilisten die lang twijfelen hoe ze zullen gaan uitwijken en op die manier onbedoeld de weg voor de politie blokkeren.

Van Blijswijk en Broekema verdienen allebei zo’n 1.650 euro netto per maand, inclusief toeslagen. Zij draaien onregelmatige diensten. Hun weken bestaan uit vroege diensten, van 7.00 uur tot 15.00 uur, tussendiensten van 15.00 uur tot 23.00 uur en nachtdiensten van 23.00 uur tot 7.00 uur. Een half uur voor aanvang van de dienst melden zij zich, dat is een ongeschreven regel. Bovendien werkt het tweetal vaak in het weekend. Hoe zit het met hun sociale leven? „Wat is dat?” grapt Van Blijswijk. Gelukkig werkt zijn vriendin ook bij de politie, zegt hij, dat scheelt.

Het werk heeft grote invloed op het leven. Broekema: „Wij zijn 24 uur per dag inzetbaar. Als ik ’s nachts zelf uit de kroeg kom en zie dat iemand in elkaar wordt geslagen, ben ik verplicht in te grijpen.” Reiskostenvergoeding krijgen deze agenten niet, maar ze mogen wel gratis met de tram. „Maar dan moeten we als politieagent wel ingrijpen als er zich in de tram iets voordoet”, vertelt Broekema.

De afgelopen jaren hebben de twee nogal heftige dingen meegemaakt. Een 12-jarig jongetje dat klem zat tussen de tram en het perron en later overleed, een 15-jarig meisje dat werd doodgereden door een vrachtwagen. Een dode man op straat die uit het raam was geduwd. Hij was meerdere keren overreden omdat automobilisten hem te laat zagen. „Dat was geen fijn gezicht, nee.” Broekema ging na een melding van inbraak op zoek naar de daders en kwam eensklaps in zijn eentje tegenover drie mannen te staan. „Tja, dan kun je maar één ding doen: heel hard schreeuwen. Politie! Je bent aangehouden! Op de grond liggen!” Pure bluf, geeft hij toe. Achteraf vertelt hij er luchtig over, maar op het moment zelf was het spannend. „Als je pech hebt, schoppen ze je helemaal in elkaar.”

Van Blijswijk: „Gelukkig maak je zulke incidenten niet dagelijks mee.” Collega’s van een andere ploeg hebben echter binnen korte tijd van alles meegemaakt, voegt hij daar onmiddellijk aan toe. Een vrouw die haar keel doorsneed, een verhanging, een dodelijk ongeval, een steekpartij. „Je staat als politieagent middenin de maatschappij. Soms is het rustig, soms is het druk. Je weet nooit wat je te wachten staat”, zegt Broekema. Het schakelen tussen verschillende situaties is het moeilijkst, vinden ze. Want of je nu een meisje moet kalmeren dat door haar moeder uit huis is gezet, te maken hebt met agressie en geweld of iemand moet arresteren, volgens Broekema moet je als politieagent „continu mensen lezen, inschatten wat te doen en beslissingen nemen”.

    • Barbara Rijlaarsdam