Wilders verklaard voor buitenlanders

De Wereldomroep heeft een film gemaakt om de actie van Wilders over de grens uit te leggen.

De redactie Foto Wereldomroep Studio's;Radio

De Turks-Amsterdamse taxichauffeur Elgun legt het in de file vanaf Schiphol nog maar eens uit. „This is The Netherlands. Full of people, and full of cars”, zegt hij tegen zijn buitenlandse gast. Hij somt nog wat kenmerken op: de koningin, schaatswedstrijden en de “typical Dutch music” van Frans Bauer. „And Wilders?”, vraagt de voice-over. Elgun zucht. „That’s The Netherlands too.”

Zo begint het filmpje dat de Wereldomroep heeft gemaakt om de aangekondigde anti-Koranfilm van Geert Wilders te duiden voor buitenlanders. De film is verschenen in het Engels, Arabisch en Indonesisch. De voice-over van de buitenlandse gast is die van Wereldomroep-eindredacteur Mohammed Abdulrahman. Hij verzorgt met zes collega’s de Arabischtalige website van de omroep, die twee jaar geleden werd gelanceerd.

Op de redactie werken Palestijnen, Irakezen, Libiërs, Marokkanen en Nederlanders. Zelf is Abdulrahman afkomstig uit Soedan. „Het Midden-Oosten krijgt veel aandacht in de Nederlandse politiek, daarom wordt Nederland ook steeds belangrijker voor het Midden Oosten,” zegt Abdulrahman in accentrijk Engels.

Hij ziet dat als een dialoog die open gevoerd moet worden en noemt de taak van de omroep „in zekere zin ontwikkelingswerk.” Per week bezoeken zo’n 15.000 internetgebruikers de site. Voor dit jaar heeft de omroep vergevorderde plannen om te starten met Arabische radio – waarschijnlijk de vertrouwde korte golf, waarmee de zender liefst Noord-Afrikaanse, achtergestelde regio’s wil bereiken en een ander geluid wil laten horen dan de ruim 300 reguliere Arabische zenders met „besmuikte zelfcensuur”, aldus waarnemend hoofdredacteur Wim Jansen.

Wilders’ Partij voor de Vrijheid (PVV) diende deze week Kamervragen in: of het niet eens tijd werd dat het kabinet de subsidie aan de Wereldomroep stopzette. Woordvoerder Martin Bosma zei tegen persbureau ANP: „Die omroep kost de belastingbetaler per jaar 45 miljoen euro. De kerntaken van de omroep, zoals nieuws voor Nederlanders in het buitenland, zijn komen te vervallen door de komst van internet en nieuwe media.”

Dat klopt niet, aldus de Wereldomroep. Het maken en verspreiden van het filmpje hoort bij de „internationale verantwoordelijkheid” van de zender, zeggen algemeen directeur Jan Hoek en waarnemend hoofdredacteur Wim Jansen.

Maar we hebben toch BBC Worldservice en CNN? Dat is niet voldoende, zegt Jansen. „Het is niet goed om voor berichtgeving over Nederland daarvan afhankelijk te zijn.” Ook in wereldnieuws moet er pluriformiteit zijn. Bovendien: „In Nederland hebben we het goed. Het is onze taak om persvrijheid te vergroten en onafhankelijke informatie te verspreiden.”

De zender is allang niet meer bedoeld voor Nederlanders in het buitenland – hoewel een expat-portal de heimweepatiënten ruimschoots bedient.

De Wereldomroep zendt via internet, plaatselijke partnerstations en de kortegolf-frequentie uit in 10 talen. De Spaanse uitzendingen zijn met zo’n 20 miljoen luisteraars in Latijns-Amerika met afstand het populairst (zie kader).

Maar korte golf is niet meer het vanzelfsprekende medium, zegt Jan Hoek. Niet alleen is het duur om uit te zenden, ook wordt te weinig meer geluisterd via wereldontvangers. Dat is bijvoorbeeld het geval in China, ook al zou dit een handige manier vormen om de censuur te omzeilen.

De Chineestalige website van de wereldomroep is sinds een maand in de lucht en wordt gerund door drie Nederlands-Chinese redacteuren. Zij volgen en vertalen onder meer de wereldwijde berichtgeving over Tibet, maar ook achtergrondverhalen over globalisering of culturele onderwerpen. Wat de plaatselijke boer zonder computer daar aan heeft, vindt Jan Hoek niet echt van belang. „Onze doelgroep is toch de informatie zoekende, politiek actieve consument met interesse in Nederland.” Tot nu toe behaalt de kersverse site 2.000 unieke bezoekers per week en kan het al één door de Chinese overheid tijdelijk geblokkeerde pagina op het conto schrijven.

Voor elk land gebruikt de Wereldomroep andere middelen. In Afrika wordt veel samengewerkt met partnerstations, zegt directeur Jan Hoek: „Die sturen we cd’s met Engels- en Franstalige radioprogramma’s die kant-en-klaar over de FM kunnen worden uitgezonden.” Omgekeerd worden lokale radiomakers weer uitgenodigd om trainingen te volgen in Hilversum of worden gezamenlijk programma’s gemaakt.

Hoek wil zoveel mogelijk inspelen op nieuwe digitale mogelijkheden. „In Afrika gaat de ontwikkeling met mobiel internet veel sneller dan hier. Daar zijn nooit kostbare kabels aangelegd, dus kunnen UMTS-masten gebouwd worden die minder duur om te gebruiken zullen zijn dan in Europa. Op termijn kunnen Afrikanen op hun mobieltjes het laatste nieuws lezen op onze site of een podcast ontvangen.”

Internet blijft een kwetsbaar medium, dat een onwelgevallig regime gauw kan laten blokkeren of censureren. Kortegolfradio zal daarom altijd blijven bestaan, benadrukt Hoek. Het wordt alleen ingezet naar behoefte. Zo wordt er bekeken of er een Russische korte-golfzender kan worden opgezet nu de persvrijheid in dat land terugloopt. Tibetaanse radiomakers zenden in Oslo hun radio Free Tibet uit via de Hilversumse infrastructuur.

Voorlichten over Nederland is een andere taak van de omroep. Daaronder valt het door de PVV aangeduide ‘anti-Fitna-filmpje’. Wilders is een onderwerp dat op veel van de websites terugkeert, maar de zender moet volgens de Mediawet een ‘realistisch beeld over Nederland’ schetsen. In China werden artikelen over Nederlandse daklozen met verbazing ontvangen, Arabische studenten kwamen via de website in contact met de universiteit.

En vanaf volgende week heeft de Wereldomroep er een website bij: op internationaljustice.rnw.nl worden voortaan de ontwikkelingen en beschouwingen bij het Internationaal Gerechtshof bijgehouden. Hoofdredacteur Wim Jansen zegt dat internationaal recht al jaren een „speerpunt” is van de omroep. „Den Haag is de internationaal juridische hoofdstad van de wereld.” Volgens directeur Hoek past de site prima in het takenpakket van zijn omroep: „We hebben de expertise omdat we al jarenlang verslag doen van tribunalen.” Hij noemt als voorbeeld slachtoffers van volkerenmisdrijven in Afrika, die via de omroep ter plekke worden geïnformeerd over het proces: „Het gebeurt hier in Nederland, maar het gáát over de rest van de wereld.” Jansen zegt het simpel: „Het is een gewone journalistieke taak, die we steeds blijven uitbouwen.”

De website van de Wereldomroep is www.rnw.nl