Voor 3.000 dollar weg uit Iran naar de VS

Een gestage stroom christenen, joden, zoroastriërs en baha’i verlaat Iran. Niet omdat ze zo ernstig worden gediscrimineerd, maar omdat het makkelijk gaat.

Bisschop Ramzi Garmo. Foto Newsha Tavakolian Bisshop Ramzi Garmo, leader of the Chaldeanian Chirstian church in Iran, in the courtyard of the Prophet Jozef church in central Tehran. Newsha Tavakolian;Polarisimages

Het was dit keer een eenzame kerst voor het gezin van de Iraanse christen Ada. De afgelopen jaren zijn de feestdagen langzaam veranderd van een gezellige bijeenkomst rond de boom in een afscheid van vertrekkende vrienden en familieleden. „Dit jaar was er niemand meer over om uit te nodigen”, zegt Ada’s vrouw aan de eettafel in Teheran. „Al onze familie en vrienden en de meeste kennissen zijn vertrokken. Nu hebben wij ook besloten om te emigreren.”

Ada (hij wil zijn achternaam niet geven), zijn vrouw en twee tienerdochters hebben zich opgegeven voor vertrek naar de Verenigde Staten bij de Hebreeuwse Immigranten Hulporganisatie, HIAS. Tienduizenden Iraanse christenen, joden, zoroastriërs en baha’i zijn hun de afgelopen jaren voorgegaan.

Religieuze vervolging is niet de beweegreden voor het massale vertrek van niet-islamitische Iraniërs. De slechte economie en de lokroep van geëmigreerde familieleden en permanente Amerikaanse verblijfsvergunning zijn de drijvende krachten. Volgens HIAS wachten er momenteel circa 10.000 niet-islamitische Iraniërs op vertrek naar de VS. Christelijke leiders zijn boos en vrezen voor het uitsterven van hun gemeenschappen in Iran.

Ada neemt een slokje cognac – christenen mogen in tegenstelling tot moslims wél alcohol drinken in Iran – en zegt: „Onze redenen voor vertrek zijn niet anders dan die van islamitische Iraniërs, van wie er ook veel graag willen emigreren. Maar als lid van een religieuze minderheid is het zoveel makkelijker om weg te gaan.”

Leden van minderheden kunnen zich via HIAS in de VS aanmelden en vertrekken vervolgens via Oostenrijk waar de organisatie door de Amerikaanse overheid is aangewezen als officiële visumverlener. Volgens hun eigen cijfers hebben de afgelopen 10 jaar bijna 40.000 leden van minderheden Iran via Wenen verlaten. In totaal zijn er minder dan een half miljoen niet-islamieten over in Iran, waar 70 miljoen mensen wonen.

„We hebben lang gewacht tot de situatie zou verbeteren”, zegt Ada. „Voor ons als groep in Iran is het slecht als mensen vertrekken. Maar als individu is het beter om te gaan.” De verhuizing kost in totaal 3.000 dollar per persoon, niet veel voor een gemiddelde Iraanse middenklassefamilie.

Hoewel de islam de staatsgodsdienst is in Iran, hebben christenen, joden en zoroastriërs (aanhangers van Irans pre-islamitische geloof) vrijheden die in de grondwet zijn vastgelegd. Ze mogen hun religieuze feesten organiseren, hebben eigen kerken of synagogen en speciale verenigingen waar moslims niet mogen komen. Er zijn speciale scholen waar hun kinderen (vrijwillig) heen kunnen. Alleen de baha’i, die door de regering als een ketterse afsplitsing van de islam worden gezien, hebben deze vrijheden niet en worden vervolgd. Hun kinderen mogen niet naar de staatsuniversiteiten.

„Wij mogen meer dan onze islamitische broeders”, zegt Yonathan Bethkolia (54), lid van het parlement namens de Assyrisch-christelijke gemeenschap. Er zijn vijf parlementariërs die de religieuze minderheden vertegenwoordigen. „We mogen drinken, onze jongens en meisjes kunnen in onze verenigingen vrij met elkaar omgaan en we mogen dansen en zingen. Moslims mogen dat niet.”

Dat betekent niet dat minderheden geen enkel probleem hebben. „We mogen niet evangeliseren, zo is vastgelegd in de shari’a (islamitisch recht)”, zegt Bethkolia. „Maar onze kerk laat toch geen nieuwe leden toe, dus dat is geen probleem.” Daarnaast is er een wet op erfrecht die bepaalt dat als een van de familieleden zich bekeert tot de islam, deze recht heeft op de volledige erfenis. Een tweede wet bepaalt dat als een moslim een lid van een minderheid vermoordt, hij niet de doodstraf kan krijgen. Omgekeerd is dat wel het geval.

„Deze wetten dateren van 70 jaar geleden, uit de tijd van de sjahs”, zegt het parlementslid. „De wet op diye, bloedgeld, is zes jaar geleden in ons voordeel veranderd. De bedragen zijn gelijk getrokken met moslims. Er zijn hervormingen, maar stap voor stap.”

Volgens het parlementslid is de aantrekkingskracht van de VS, in combinatie met de makkelijk verkrijgbare verblijfsvergunningen, de reden dat de minderheden Iran verlaten. HIAS krijgt steun van de Amerikaanse overheid, zegt hij. „Hun doel is om Iran te portretteren als een land waar minderheden het vreselijk hebben. Maar dat is niet zo. HIAS is een zionistische groepering", concludeert Bethkolia. „Ze organiseren een culturele genocide onder christenen en andere minderheden in Iran.”

In de Kerk van de profeet Jozef, een van de laatste tien overgebleven kerken in Teheran, wordt bisschop Ramzi Garmo dagelijks herinnerd aan de exodus. Een priester komt zijn kantoor binnen. „Weer twee formulieren, bisschop”, zegt hij. „Weer twee die vertrekken”, concludeert Garmo. Hij pakt een stempel en voorziet de formulieren van een zegel. „Deze papieren bewijzen voor HIAS dat de houders ervan christenen zijn.”

Garmo komt uit Mosul in Irak en begon 31 jaar geleden in Iran te preken. Destijds telde zijn gemeente 30.000 zielen. Anno 2008 zijn er nog 3.000 over. Zijn kerk, een gigantisch gebouw in het centrum van Teheran, is in geen jaren vol geweest. „Het is pijnlijk dat de christenen zo makkelijk en snel kunnen vertrekken.”

Voor zijn christelijke broeders en zusters in het door burgeroorlog geteisterde Irak geldt de regeling met HIAS niet. Twee weken geleden vond Garmo’s collega in Mosul bij zijn ontvoering de dood. „De invasie van Irak was een misdaad tegen de menselijkheid en tegen de christenen. Die zitten nu echter vast in dat land. De Amerikaanse politiek jegens Iran lijkt de inspiratie voor de soepele migratiewetgeving”, zegt Garmo.

Hij laat zijn blik door de kamer gaan, langs foto’s van de paus aan de muur. „Maar ik kan het mijn kerkgemeente niet kwalijk nemen”, zegt hij. „Wie ben ik om ze te verbieden te vertrekken als een familie de huur niet kan betalen, er geen werk is en angst heerst voor een oorlog met Amerika ?”

De Iraanse regering werpt geen barricades op. „En dat kan ze ook niet doen: de internationale gemeenschap zou moord en brand schreeuwen”, zegt Mohammad Ali Abtahi, een voormalige vice-president en geestelijke. Deze hervormer was vroeger presidentieel gezant voor de minderheden. Nu geeft hij leiding aan de non-gouvernementele organisatie Dialoog tussen religies.

„Laten we realistisch zijn. Als HIAS de deuren naar Amerika voor moslims open zou gooien zou het halve land vertrekken. Dat zou in alle derdewereldlanden zo zijn”, zegt Abtahi. „Ik vind het spijtig dat de minderheden vertrekken. Maar om daar verandering in te brengen, moeten de grote problemen die voor alle Iraniërs gelden worden opgelost.”

Ada en zijn vrouw berekenen dat 2008 hun 20ste huwelijksjaar is. „We hebben goede tijden gekend hier in Iran”, zegt Ada. Hij vertelt over zijn moslimvrienden, zijn familie en zijn huwelijk. „Het zal niet makkelijk worden in de VS”, zegt zijn vrouw. „Maar daar zijn we tenminste met de mensen die we lief hebben.”