Strategie van Tata Motors is verstandig

Het parkeren van zowel de goedkoopste auto ter wereld als twee dure Britse parels van de auto-industrie in je garage lijkt een vreemde manier om indruk te maken. Maar Tata Motors zou het wel eens voor elkaar kunnen krijgen de combinatie te laten werken tussen Jaguar en Land Rover, de twee merken die het concern deze week van Ford heeft overgenomen, en zijn recent onthulde ‘People’s Car’ ter waarde van 2.500 dollar.

De dochterondernemingen van de Tata-groep kunnen bogen op een fatsoenlijke staat van dienst als het gaat om het samenvoegen van het goedkope en het exclusieve. De Taj Hotels van Tata kennen bijvoorbeeld de duurste kamers ter wereld. Een nachtje slapen in de grote koninklijke suite van het Taj Lake Palace in Udaipur – een locatie in de James Bondfilm Octopussy – kost minstens 4.000 dollar. Maar je kunt ook de nacht doorbrengen in een van Tata’s Indiase budgethotels, tegen een tarief dat nog geen 1 procent daarvan bedraagt. Of je kunt enerzijds een slokje nemen van een luxe thee als Tata Teley en anderzijds de goedkope brouwsels Agni en Kanan Devan van hetzelfde bedrijf in grote teugen naar binnen gieten.

Het grootste conglomeraat van India heeft niet de vergissing begaan te veel met de in het buitenland gekochte bedrijven en merken te willen stoeien. President-commissaris Ratan Tata heeft gezegd dat de agressieve groei van het concern niet zal plaatsvinden „over de lijken van anderen.” Deze opstelling kan helpen verklaren hoe Tata erin is geslaagd de concurrentie van private-equityfirma’s en een Indiase aartsrivaal af te troeven bij het binnenhalen van Jaguar en Land Rover.

Toch zal Tata Motors zeer waarschijnlijk wel enig geld moeten uitgeven. Ford, met al zijn problemen thuis in de VS, zal vermoedelijk niet in staat zijn genoeg te investeren in de twee Britse merken. De omzet op de belangrijke Amerikaanse markt en in Europa is aan het dalen. Met een marktwaarde van 6,2 miljard dollar moet het winstgevende Tata Motors een saneringsplan makkelijk kunnen financieren.

Het Indiase concern zal dat waarschijnlijk maar al te graag doen, al was het maar om meer evenwicht te brengen in zijn productportefeuille. In februari wist het bedrijf slechts 4.097 voertuigen te exporteren, een afname van 9,5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Het is riskant om zich te zeer afhankelijk te maken van de nieuwe ‘People’s Car,’ zeker nu de concurrentie van Chinese en westerse autoproducenten heviger wordt en er geen zekerheid bestaat dat het kleine autootje bij de consument in de smaak zal vallen, ook al is het goedkoop. Daarom is het verstandig van Tata Motors om zich in te dekken met twee mondiale topmerken en niet louter te vertrouwen op één sputterende goedkope motor.

Joyce Koh