‘Steden brengen geen burgers meer voort, maar geweld’

Saskia Sassen en Richard Sennett, een sociologen- echtpaar dat ieder voor zich beroemde boeken heeft geschreven over de problemen van de stad, in gesprek met Marc Leijendekker.

Richard Sennett Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080122 Boyer, Maurice

Een ochtend in Amsterdam. Saskia Sassen en Richard Sennett hebben even een frisse neus gehaald en genoten van het rustige ontwaken van de grachten. Dan schuiven ze aan om te praten over hun visie op de stad. Beiden hebben veel geschreven over dit thema: Sennett vooral over de sociale verbanden en het effect van een stedelijke samenleving op het individu, Sassen over de effecten van globalisering op het karakter van de stad. Ze zijn allebei socioloog en zetten hun eigen accenten.

Sennett: „Voor mij is het centrale element in de moderne stadscultuur dat mensen worden blootgesteld aan een complexiteit die hen dwingt om te gaan met het feit dat zij niet af zijn, onvoltooid. Je ontdekt dat je deel bent van een systeem waarin veel dingen gebeuren waarover je geen controle hebt. Dat kan een prikkel zijn, maar het gevoel kan je ook beangstigen. Mensen zijn voortdurend aan het worstelen met dat gevoel van onvoltooid zijn.”

Het gaat daarbij in zijn ogen niet zozeer om een open levenshouding, om een manier van leven waarin plaats is voor veranderlijkheid en onbestendigheid. Er is een duidelijke fysieke component, gekoppeld aan de economische structuur. „In steden als Amsterdam en Londen, waar een veel groter deel van de economie is geglobaliseerd, is dit gevoel van onbestendigheid, van onvoltooidheid, veel groter.”

Sassen haakt in. „De migratie en het proces van globalisering hebben dat versterkt. Mensen kunnen hun ogen niet sluiten voor wat er allemaal verandert. Je ontdekt dat je oude zekerheden niet langer geldig zijn. Dat is nu de essentie geworden van het wonen in een stad.”

Daarbij vraagt zij speciale aandacht voor een in haar ogen onderbelichte hoofdrolspeler in de moderne stad: de migrantenvrouw. „Zij is degene die moet omgaan met de plaatselijke school, de plaatselijke politiek, de plaatselijke gezondheidszorg, en dat allemaal in een situatie waarin ze veel te maken krijgt met racisme en gebrek aan begrip voor haar cultuur. Steeds meer vrouwen slagen hierin, en dat is een nieuwe politieke factor. De man is aan het werk, hij zit in de fabriek, maar in de stedelijke samenleving blijft hij onzichtbaar. De vrouw is degene die in het openbaar handelt en daarmee een politieke rol krijgt.”

Sassen geeft toe dat deze voorstelling van zaken niet goed rijmt met het in Nederland sterke beeld van de migrantenvrouw die binnen moet blijven. „Ik denk hierbij in de eerste plaats aan ontwikkelingen in Amerika. Je ziet dit heel duidelijk bij latino’s. Als je vrouwen ernaar vraagt, zullen ze zeggen dat ze met wat ze doen een betere moeder willen zijn, een goede echtgenote. Maar in feite worden deze vrouwen, die volgens velen in een onderdrukte positie verkeren, nieuwe politieke actoren. Dat proces heeft heel veel consequenties en is in mijn ogen een van de belangrijkste ontwikkelingen in de steden van vandaag. Traditioneel gezien zijn de mannelijke immigranten misschien de baas in hun cultuur, maar in het dagelijks leven in de stad is dat op veel punten niet langer het geval. Voor mannen versterkt het leven in de stad op die manier het gevoel van onbestendigheid.”

De stad en de burger

Is de stad de plaats bij uitstek voor burgerschap, zoals filosoof Hannah Arendt heeft gezegd? Zowel Sennett als Sassen zet hier kanttekeningen bij.

Sennett: „Het is een erg romantisch idee om te denken dat je je op lokaal niveau het best kunt realiseren. Dat dit de plaats bij uitstek is om politiek te bedrijven. Als je wilt voorkomen dat je regering ten oorlog trekt in Irak, als je het economisch beleid wilt wijzigen, heb je een andere configuratie nodig. Fysieke participatie is niet altijd de beste manier om deel te nemen aan politiek. Het is een misleidende gedachten om te denken dat dit een soort fundament is onder de democratie. Neem Irak: daarbij gaat het niet om participatie, maar om een ander soort politieke verbeelding.”

Sassen zegt om twee andere redenen nee tegen de gedachten dat stad en burgerschap bij elkaar horen: „De stad van vandaag is niet langer de stad van de burger, of van de arbeidersklasse. Natuurlijk, die wonen er nog wel, maar de voorhoede van de geschiedenis, de factoren achter de nieuwe tendensen, zijn de migrant en het kapitaal. De migrant is de persoon met een onzekere identiteit, iemand die zich voortdurend realiseert dat hij niet af is – en denk ook aan de manier waarop migrantenvrouwen zich manifesteren. En het kapitaal is die ongrijpbare factor die heel de wereld rondgaat en op het moment dat hij de grond raakt, concreet wordt in de vorm van mannen en vrouwen die alles willen en ook alles krijgen. Dat leidt tot een nieuwe vorm van politiek, een waarin partijen, vakbonden minder belangrijk worden. De actoren zijn anders, opereren anders. Het mondiale kapitaal heeft bijvoorbeeld weinig op met burgerschap en alles wat daarbij hoort. Er is iets fundamenteels aan het veranderen. ”

Sassen wijst op Manhattan. Er zijn weinig plaatsen in de wereld waar zoveel ongelijkheid is. „In de Europese geschiedenis hebben we ervaren dat de stad het civiele voortbrengt. Kan dit nog steeds als er dergelijke niveaus van ongelijkheid bestaan? Ik denk dat steden dit steeds minder kunnen.

„Kijk naar zaken als een goed openbaar vervoer, of een goede publieke gezondheidszorg. Het idee van de stad is dat je allemaal gebruik kunt maken van die voorzieningen, ongeacht je rijkdom. Met de groeiende ongelijkheid die we hebben blijft er steeds minder over van dat idee.”

Die observatie ligt aan de basis van een nieuwe onderzoekshypothese van Sassen. Vroeger, zegt ze, was de stad de plaats bij uitstek om meningsverschillen en conflicten politiek op te lossen. In jargon: eeuwenlang hebben steden ‘het civiele geproduceerd’. „Maar ik heb het gevoel dat steden dit vermogen aan het verliezen zijn. Op twee manieren: je ziet dat wapens belangrijk worden in een stad, veel steden worden het toneel van bende-oorlogen.”

„Bovendien is het concept van de stad aan het veranderen. Vroeger werd een stad veel meer gezien als een organische eenheid. Die eenheid staat onder druk. Kijk alleen maar naar Amsterdam. Je hebt de Zuidas, je hebt het toeristische centrum, en je hebt wijken waar heel dure woningen staan. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Is daar nog wel een relatie tussen? Ik geloof dat steden er over dertig jaar volledig anders uit zullen zien.”

    • Marc Leijendekker