Socioloog Gabriël van den Brink over onrust bij professionals: ‘Het gaat niet om geld’

Het gaat niet om geld, zegt socioloog Gabriël van den Brink licht geërgerd. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en docent aan de politieacademie en volgt al langere tijd het wel en wee van professionals als verplegers, leerkrachten en politieagenten. De roep in deze publieke sectoren om hogere salarissen – die al maanden voor onrust zorgt – staat in zijn ogen voor iets veel wezenlijkers: gebrek aan waardering en ruimte om je vak uit te kunnen oefenen. Na de opstand van de burgers met Fortuyn, lijkt er nu sprake van een opstand van de professionals.

Volgens Van den Brink kiezen deze professionals hun vak niet om rijk te worden, maar omdat ze graag iets voor de maatschappij of andere mensen willen betekenen. „Ze worden er niet gelukkiger van als ze meer gaan verdienen.” Maar is dat geen Florence Nightingale-achtige taal, waarvoor je dezer dagen in een ziekenhuis gelyncht kunt worden? De professionals eisen immers hogere salarissen en benadrukken juist dat hun werk niet louter liefdewerk is. „Dat is de taal van het geld”, zegt Van de Brink. Die wordt ook gebezigd door de politiemensen die zeggen dat ze minder verdienen dan vuilnismannen en bijbanen nodig hebben om rond te komen. Dat is een „retorische keuze”, een manier om aandacht te vragen. „Als ze echt denken dat het om geld gaat, begrijpen ze hun eigen zaak niet.” Wat dat betreft zijn de vakbonden volgens Van den Brink een onderdeel van het probleem. „Die versmallen alles graag tot arbeidsvoorwaarden.”

Volgens Van den Brink is de onvrede het gevolg van de stelselmatige verwaarlozing van de uitvoering ten gunste van beleid. En de onmacht om daar iets aan te veranderen. Bovendien is er de trend van de rationalisering van de bedrijfsvoering bij publieke taken die in de jaren tachtig is ingezet. „Publieke taken in zorg, onderwijs en veiligheid werden meer en meer gedefinieerd in termen van markten, diensten en productiviteit, zoals dat ook in het bedrijfsleven ging. Een agent die veel boetes uitdeelde, had een hoge productie.” Dat is een misvatting, zegt Van den Brink: „De productie van een ijskast is niet hetzelfde als veiligheid of zorg.”

Van den Brink maakt een vergelijking met de industrialisatie in de negentiende eeuw toen ambachtslieden hun zelfstandigheid verloren en werknemers werden in fabrieken. Ook de agenten, verplegers en onderwijzers opereerden in relatieve zelfstandigheid. Maar ze zijn een systeem ingeperst dat hen controleert en hun handelingsruimte beperkt. Van den Brink heeft net een documentaire gezien over verloskundigen die tegenwoordig drie tassen met zich meesjouwen: één voor de verloskundige apparatuur, één voor alle formulieren die moeten worden ingevuld, en één voor de laptop waarop alles moet worden bijgehouden. „Om gek van te worden.”

Maar er zijn verschillen met de negentiende eeuwse industrialisering. „De wever van toen raakte zijn weefgetouw kwijt, maar het belangrijkste productiemiddel van de professional van nu is zijn kennis. Die zit in zijn hoofd en is niet te vervangen. Hij werkt met mensen, niet met machines.” Volgens Van den Brink is er een harde strijd gaande: wie is er de baas, wie zorgt voor de kwaliteit. „Lange tijd waren de managers dominant. Maar de tegenkrachten mobiliseren zich nu.” Veranderingen gaan alleen heel langzaam. „Iedereen snapt dat de kwaliteit van het onderwijs van enorm belang is, en toch worden onderwijzers niet voor vol aangezien, hebben ze geen stem in de veranderingen die in het onderwijs worden doorgevoerd.”

Het vierde kabinet Balkenende heeft zich het lot van de professionals getuige het regeerakkoord aangetrokken, maar Van den Brink merkt daar in de praktijk nog weinig van. Dat heeft volgens hem tal van oorzaken: het gebrek aan eenstemmigheid binnen de coalitie, de weerbarstige bureaucratie, en bijvoorbeeld ook onze neiging om zo weinig mogelijk risico te willen lopen. „De kans dat in een ziekenhuis je verkeerde been wordt afgezet, is met een vloed van regels tot het minimum beperkt. Maar als we regels schrappen en de professional meer ruimte geven, verhoog je dat risico weer.” We zullen volgens Van den Brink terugmoeten naar de basisvragen: wat is goed politiewerk, wat is goed onderwijs, wat is goede zorg? „Pas dan kan de geldvraag beantwoord worden.” JA