Slachtoffer van burgermoed

Wie staat er voor de rechter en waarom? Niet iedereen loopt voorbij aan de zwervers die een portiek bewonen. Over burgermoed en gedwongen opname.

Door onze redacteur

Rinskje Koelewijn

Je ziet ze wel eens liggen. In een portiek, op de trappen van een supermarkt. De meeste mensen stappen onbekommerd over ze heen. De laveloze zwervers. De mensen die duidelijk niet helemaal fris zijn in hun hoofd, of dat nou door drugs komt of een psychiatrische ziekte of allebei.

De meneer en mevrouw uit Duivendrecht stapten niet om de man met de onuitspreekbare Arabische naam heen die in het portiekje van hun flat beschutting zocht. Mevrouw dacht de zwerver te herkennen, hij zou geprobeerd hebben haar tas te roven op het metrostation. Haar vriend besloot de zwerver te sommeren op te rotten en toen hij bleef, greep hij hem bij zijn arm. Dwingend, verklaarde hij zelf, maar zonder geweld.

De zwerver bleek in het verleden een bokskampioen en dat is volgens de rechter die de foto bestudeert van de dwingende vriend, goed te zien. De man heeft een behoorlijk ei op zijn voorhoofd, waar bloed uit stroomt.

Toen maakte de zwerver ook nog een gebaar langs zijn keel, alsof hij zijn keel doorsneed, zei wat in het Frans en vertrok. De man en de vrouw deden aangifte. Ze zijn, volgens het politiedossier ‘slachtoffers van burgermoed’. Geinige formulering, vindt de rechter. Nog nooit eerder gehoord. Blijkbaar een officiële aanduiding voor het eigenhandig verwijderen van een overlast gevende zwerver.

De zwerver is er zelf niet, in de zittingszaal. Zijn advocaat wel. Schwarz heet hij, een lange, grijze staart hangt over zijn toga. Hij ontkent niet dat zijn cliënt een zwerver is, niet dat hij heeft geslagen en ook niet dat hij heeft gedreigd. Hij wil alleen wel zeggen dat het niet alleen voor de flatbewoners een angstige ervaring is geweest, maar ook voor de zwerver. Die zat rustig in zijn portiek, komt er een schreeuwende man die hem zo maar bij zijn arm pakt. Cliënt spreekt alleen Arabisch en Frans en begreep er geen donder van.

Je vraagt je af hoe iemand geen huis of verblijfplaats kan hebben, maar wel een Nederlandse advocaat. Dat kwam zo. Een paar dagen na het portiekincident werd de man gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar is een wet voor, de wet bijzondere opnemingen in een psychiatrisch ziekenhuis (bopz). Mensen die een gevaar voor zichzelf of anderen zijn, kunnen er tachtig uur mee van straat worden gehaald.

Een rechter moet daarna beoordelen of de opname verlengd mag worden en de patiënt krijgt een advocaat toegewezen. Lang niet alle advocaten zitten te wachten op zo’n cliënt, maar Schwarz ging hem opzoeken in het ziekenhuis om te praten.

Meneer maakte een kalme indruk, zegt hij, en vertelde dat hij naar Nederland was gekomen om hasj te gebruiken. En dat heeft hij ‘de klok rond’ gedaan. Het kan zijn dat hij al psychotisch was, hij had in Frankrijk al eens acht maanden in een inrichting gezeten. Maar het drugsgebruik heeft zeker een handje geholpen. Al die wopz-mensen, zegt de rechter, hebben wat met hasj. Ja, zegt de advocaat, soms is dat de enige manier om wat te voelen.

Na twee weken werd de patiënt ontslagen uit de kliniek, vermoedelijk is hij weer terug naar Frankrijk, waar hij woont. De advocaat handelt zijn strafzaak voor hem af. Ja, hij heeft er flink op los geslagen. zegt hij, en ja de boete is terecht. Maar, zegt de advocaat, het ‘slachtoffer van burgermoed’ is wel erg voortvarend te werk gegaan door hem uit het portiek te sleuren omdat zijn vriendin dacht dat hij een tas had proberen te roven. Daarbij, kleine kans dat zijn cliënt ooit nog gaat betalen, dus kan de boete van 750 euro niet beter voorwaardelijk?

Dat vindt de officier van justitie eigenlijk ook. De rechter mompelt iets over een gloedvol betoog en zegt dat hij het ermee eens is. Het wordt 750 euro voorwaardelijk.

Monter wandelt Schwarz de zaal uit. Zaak gewonnen voor een verdwenen cliënt. Geen dankjewel, geen ‘goed gedaan’.

Hij heeft toch altijd zulke zaken?, fluistert de rechter tegen de officier. Ze knikt. Dat moet je kunnen, met dat soort mensen omgaan. En willen, fluistert de officier terug.

    • Rinskje Koelewijn