‘Paarden gedragen zich soms heel puberaal’

Albert Zoer is dit weekeinde een van de favorieten bij de wereldbeker springen in Den Bosch. „Het zou mooi zijn als ik win, maar het is geen must.”

Springruiter Albert Zoer met zijn toppaard Okidoki: „Ik heb niet de illusie dat sporters maatschappelijke veranderingen teweeg kunnen brengen.” Foto Merlin Daleman Nederland, Echten, 21-03-08 Albert Zoer en Pinokkio. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

‘Hé! Alles goed? Kon je de weg eenvoudig vinden?” Albert Zoer (32) begroet zijn bezoek al hobbelend tijdens de draf in de binnenbak van zijn royale springstal in Echten. „Nog even een paar rondjes galopperen”, roept hij, wijzend op zijn zevenjarige ruin Thorbecka. „Vanavond rijd ik een wedstrijd in de buurt, dan komt het daar niet van. Je hebt toch geen haast?”

Nederlands succesvolste springruiter – vijfde op de wereldranglijst en onlangs boven dressuurdiva Anky van Grunsven verkozen tot Ruiter van het jaar 2007 – heeft het druk aan de vooravond van het internationaal hippisch concours Indoor Brabant. Tijdens de galop bespreekt hij met zijn groom een aantal wedstrijdzaken, informeert hij bij zijn vader naar het wel en wee van zijn paarden en neemt hij met zijn bezoek de weersvoorspelling voor de komende dagen door.

„Het liefst doe ik drie dingen tegelijk”, vertelt hij een half uur later in de kantine van het Drentse stallencomplex, waar twee gloeiende sigarenpeuken herinneren aan de aanwezigheid van vader Arend, een van de meest succesvolle paardenfokkers van Nederland. „Zo bespaar ik tijd en houd ik overzicht.” Om even later op beleefde, maar zakelijke toon te informeren hoeveel tijd het gesprek naar verwachting in beslag gaat nemen. „Want de hoefsmid komt vanmiddag ook nog langs.”

Heeft u wel eens een moment voor uzelf?

Aarzelend: „Een moment voor mezelf?”

Een moment dat u niets hoeft en niemand iets van u wil?

„Niet vaak. Ik houd er niet van om tijd te verkwisten. Iedere minuut van je leven kun je nuttig besteden, nietwaar?”

En bij voorkeur aan zaken die paarden betreffen.

„Als het even kan wel, ja.”

Wat maakt paarden zo bijzonder?

„Geen dag is hetzelfde met een paard. En ook onderling kunnen de dieren sterk verschillen. Elk paard heeft zijn eigen kracht. Neem Okidoki. Dat is een heel aanhankelijk ruin, dat graag in de belangstelling staat. Lincoln daarentegen is een hengst die af en toe op de rem moet worden gezet – anders wordt hij te gretig. Paarden kunnen zich ontzettend puberaal gedragen. Soms zijn het net mensen. Als ruiter moet je daar voortdurend op bedacht zijn.”

Zijn paarden makkelijker in de omgang dan mensen?

„Dat durf ik niet te beweren. Maar zeker is wel dat ze niets terugzeggen.”

En dat is wel zo handig.

Grinnikt. „Inderdaad.”

Voert u wel eens gesprekken met uw paarden?

„Geregeld. En het grappige is dat ik dat zelf vaak niet in de gaten heb. Al pratende probeer ik de gemoedstoestand van mijn paarden te peilen. Ze waar nodig op hun gemak te stellen. Alle paarden, niet alleen mijn toppaard Okidoki. Met Okidoki heb ik het afgelopen jaar veel internationale wedstrijden gewonnen, hij stond onafgebroken in de picture. Maar ik zal hem om die reden nooit meer suikerklontjes geven dan mijn andere paarden.”

Waarom niet?

„Omdat we die successen nooit hadden beleefd als ik in de jaren daarvoor niet op Lincoln en Sam had kunnen bouwen. Als ik mij bedenk wat voor zware proeven zíj gelopen hebben, dat is niet mis, hoor.”

Vorig jaar werd er een bod van 5 miljoen euro op Okidoki uitgebracht. Het paard haalde vaak het nieuws. Hoe verklaart u die hype?

„De springsport geniet de laatste jaren een steeds grotere populariteit. Het is niet langer alleen dressuur wat de klok slaat. Dus als zich binnen die springsport opvallende verschijnselen voordoen – zoals de snelle ontwikkeling van een jong ruin in een dorpje in Nederland – dan weten journalisten ons wel te vinden.”

Na dat hoge bod ontving uw stal 200.000 euro van twee zakenlieden en bondstrainer dressuur Sjef Janssen om te voorkomen dat Okidoki in het olympische jaar verkocht werd. Een opmerkelijke actie.

„Zeker. En een bemoedigende actie. Uit dat gebaar bleek dat zij veel vertrouwen hebben in de combinatie Zoer/Okidoki. En in ruil voor hun vrijgevigheid beloofden mijn vader en ik het paard niet voor 1 september 2008 van de hand te doen. Overigens is alle hectiek rond die overeenkomst een beetje aan mij voorbijgegaan. Ik richt mij op de sport, alles wat daaromheen gebeurt is bijzaak.”

Is er nooit een moment geweest dat uw vader Okidoki wilde verkopen en u hem dat uit het hoofd moest praten?

„Nee. Als er al iemand is die Okidoki had willen verkopen, dan was ik het. Ik doe gemakkelijker afstand van een paard dan mijn vader. In al die jaren heeft hij nog nooit een dier tegen mijn zin verkocht. Hij stelt zich in dienst van mijn carrière.”

Uw vader staat bekend als een temperamentvol man die regelmatig in de clinch ligt met de hengstenkeuring. Hoe is jullie relatie?

Lange stilte. „Mijn vader en ik werken al jarenlang samen. We kennen elkaar door en door, hebben aan een half woord genoeg.”

Hoe denkt u dat hij ú typeert?

„Daar ga ik even goed voor zitten.”

Als makkelijk en simpel. Als mens én als ruiter.

„Mmmmm.”

Uw vader geldt al jaren als uw hofleverancier. Heeft dat uw loopbaan sterk beïnvloed?

„Zeker wel. Mijn vader zorgt ervoor dat ik goede paarden onder mijn zadel heb. Soms moeten we een toppaard verkopen, maar dan staan er altijd weer een paar nieuwe talenten in de rij. Op dit moment rijd ik drie paarden: Okidoki, Lincoln en Sam. Dat is een weelde die weinig springruiters kennen. Het voorkomt dat paarden overbelast raken – geen overbodige luxe in een jaar waarin de finale van de wereldbeker wordt verreden (eind april in Gothenburg, red.) en de Olympische Spelen worden gehouden. Zo kon ik Okidoki sinds december vorig jaar tien weken rust gunnen. In plaats van hem nam ik Sam vorige maand mee naar Bordeaux en Lincoln naar Leipzig. Dat zal Okidoki’s prestaties later in het jaar zeker ten goede komen. Indoor Brabant is wat dat betreft een goede testcase voor de wereldbekerfinale. Aan zijn oortjes te zien heeft Okidoki er veel zin in: die staan al dagenlang naar voren.”

U bent de hoogst genoteerde Nederlandse springruiter op de wereldranglijst. Ervaart u extra druk als u in eigen land moet presteren?

„Vroeger wel. Dan deed ik té hard mijn best en pakte het verkeerd uit. Nu denk ik: het zou mooi zijn als ik de wereldbeker in Den Bosch win, maar het is geen must. Ik probeer gewoon zo goed mogelijk te rijden en zie wel waar het schip strandt. Op het mentale vlak heb ik aardig wat vooruitgang geboekt.”

Verklaart dat uw opmars in de internationale springsport?

„Voor een deel. Maar ik voel mij ook gesteund door bondscoach Rob Ehrens. Ehrens is een prima begeleider, die zich goed in zijn ruiters kan inleven. Hij kent onze sterke en minder sterke kanten, weet waar we behoefte aan hebben. Ook bij hem heb ik aan een half woord genoeg.”

Begin juli maakt Ehrens bekend wie hij meeneemt naar de Olympische Spelen. Gaat u er stiekem van uit dat hij u selecteert?

„Nee, daarvoor ben ik in het verleden te zwaar teleurgesteld. Zo wees alles er vier jaar geleden op dat ik met Lowina naar Athene zou afreizen. Maar een paar maanden voor de Spelen raakte de merrie geblesseerd, waarna zij nooit meer het constante niveau van de periode ervoor wist te halen. Door mijn ranking maak ik natuurlijk een goede kans om te worden geselecteerd voor ‘Hongkong’, maar als ruiter ben je sterk afhankelijk van de conditie van je paard. Maar goed, als ik rijd ga ik wel voor een gouden medaille. Zowel individueel als met het team kan ik voor mijn gevoel ver komen.”

Heeft u zich een beetje verdiept in de Chinese cultuur?

„Niet echt, om eerlijk te zijn.”

Ook niets meegekregen van het debat over de mensenrechtensituatie in China en het boycotten van de openingsceremonie?

„Nee. Ik hoorde Erica Terpstra gisteren wel op de radio zeggen dat politici zich met politiek moeten bezighouden en sporters met sport. Daar sluit ik mij graag bij aan.”

Een sporter die aan de Spelen deelneemt hoeft zich niet te verdiepen in de politieke situatie van het gastland?

Lange stilte, tuurt wat ongemakkelijk in zijn koffiemok. „Ik houd mij niet met politiek bezig...”

U vliegt naar China, doet uw ding en vliegt weer terug.

„Zo kun je het wel samenvatten. Sporters die zich met politiek bezighouden, ondermijnen hun eigen prestaties. Hun sportieve doel moet naar mijn mening voorop staan. Kijk, ik begrijp uw redenering wel. U vindt dat topsporters een voorbeeldfunctie hebben. Dat er eerder naar hen geluisterd wordt dan naar een doorsnee burger. Maar ik heb niet de illusie dat sporters maatschappelijke veranderingen teweeg kunnen brengen. Dat laat ik graag aan anderen over.”

De groom, een jonge vrouw die zich tot dan toe afzijdig heeft gehouden, neemt het woord. „De mensenrechtensituatie in China is geen onderwerp waar we het tijdens de koffiepauze over hebben. Misschien komt dat nog, misschien ook niet. Hier op het stallencomplex wordt er sowieso weinig gediscussieerd. Alles draait om de paarden. Dat werkt goed, dus laten we dat vooral zo houden.” Om daar later gedecideerd aan toe te voegen: „Albert is een topper. Nederland zal tijdens de Spelen trots op hem zijn.”

    • Danielle Pinedo