Ouderen schuiven aan maar gaan niet staken

Ouderenorganisatie Anbo treedt toe tot de FNV, ondanks interne weerstand. Misplaatste angst, oordeelt Anbo-directeur Liane Wubbels. Het resultaat telt.

Anbo-directeur Liane Wubbels Foto Bas Moerman Moerman, Bas

Hilversum (1.450 leden) was „ronduit negatief”. Voorschoten (2.000 leden) met zijn „aanzienlijke ouderenachterban van conservatieve politieke kleur” was evenmin „voorstander van een liaison in welke vorm dan ook met de FNV”. En ook de klankbordgroep van de algemene ouderenbond Anbo adviseerde tegen aansluiting bij de vakcentrale.

Toch stemde de verenigingsraad van de Anbo deze week in met toetreding tot de FNV. Een jaar later dan gepland, na zorgvuldig masseren, informeren en consulteren van de afdelingen.

Anbo-directeur Liane Wubbels heeft de uitslag tevreden geïncasseerd. „We kunnen de belangenbehartiging nu naar een hoger niveau brengen”, oordeelt ze. „Senioren vormen een steeds grotere groep in de samenleving, maar in de politieke arena worden ze niet gehoord. Met de Unie KBO en de PCOB, de andere twee ouderenorganisaties, hebben we vaak onze stem laten horen, en toch kom je niet aan ‘de voorkant’ van het beleid. Nu krijgen we een FNV-zetel in de Sociaal-Economische Raad, we nemen deel aan de Stichting van de Arbeid, de FNV krijgt een seniorenadviesraad.”

Had de Anbo niet beter met de andere ouderenbonden zo’n zetel kunnen nastreven dan aansluiting te zoeken bij een vakcentrale met veel bredere belangen?

„De FNV is de grootste belangenbehartiger van Nederland. Dat je als ouderenbond daar je deskundigheid kan inbrengen en je stem kan laten horen is fantastisch. Zo konden we bij het SER-advies over de AWBZ al input leveren.”

Voor aansluiting was 68 procent. Dat is krap. En jullie hebben becijferd dat dit je minimaal 10.000 van de 190.000 leden gaat kosten.

„Formeel hadden we de helft plus één nodig. Nu haal je tweederde. Dan heb je draagvlak voor zo’n belangrijke stap. Tegelijk geldt dat elk verloren lid er een te veel is. Ik kan alleen maar hopen dat ze op termijn zien dat aansluiting ook hun belang dient. Door de samenwerking verdwijnt er niets, niet in onze dienstverlening, niet in de identiteit.”

Jullie eigen klankbordgroep was nota bene tegen.

„Op basis van angst: alles wordt anders, misschien verdwijnt de gezelligheid. Er waren geen valide argumenten. Natuurlijk mag je niet voorbijgaan aan emoties. Daarom zijn we de gewesten en afdelingen afgegaan om uitleg te geven. Dat het bestuur het advies van de klankbordgroep afwees, zien sommigen als een diskwalificatie, maar het is uitgebreid besproken. De argumenten voor aansluiting wogen zwaarder.”

Het grootste probleem lijkt het linkse imago van de FNV.

„We hebben inderdaad van die vragen gehad. ‘Moeten we nu ook lid worden van de PvdA?’, of: ‘Gaan we nu ook staken?’ De FNV heeft volgens mij geen zwaar politiek profiel. Als belangenbehartiger moet je bij alle partijen kunnen aanschuiven, overal is wat te halen. Dat doet de FNV dan ook. We trekken al drie jaar samen op als dat zo uitkomt, en dan zie je hoe het werkt.”

Jullie willen ouderen in het bestuur van pensioenfondsen, omdat ze vrijwel niets te vertellen hebben over hun eigen pensioen. De FNV heeft die boot altijd afgehouden, want dat zou ten koste gaan van haar eigen invloed.

„Wettelijk is het bestuur van een pensioenfonds een zaak van werkgevers en werknemers. We voeren een zware lobby om dat te veranderen. De VVD steunt ons daarin. Met de FNV hebben we nu in ieder geval afgesproken dat we samen optreden in de deelnemersraden van pensioenfondsen. Dan kan de FNV zich in het bestuur niet heel anders gaan gedragen.”

Blijft de vraag of het verstandig was vorig jaar te breken met de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties, waarin jullie veel deelden met Unie KBO en PCOB.

„Het liep niet goed in de CSO. De katholieke en de protestantse bond hadden alleen contact met het CDA. Ze maakten zich niet sterk voor ouderen in pensioenfondsbesturen. Ze vonden het niet erg om afhankelijk te zijn van subsidie. Waar wij naar één ouderenbond toe wilden, wilden zij alles in drievoud blijven doen. Wat inhoud en structuur betreft, waren we het dus vaak niet eens. Zonder CSO werken we nu veel beter samen met KBO en PCOB. Met gelegenheidscoalities en in de FNV krijgen we betere resultaten.”

    • Hans Wammes