Moreel verdorven

De Britse kunstenaar Sebastian Horsley is de toegang tot de VS geweigerd. Wegens schaamteloosheid.

Sebastian Horsley, fulltime dandy extraordinair, herinnert u zich hem nog? Een paar maanden geleden had ik voor deze bijlage een prettig gesprek met de controversiële Brit over dood, drugs, decadentie en rode nagellak.

„Ik ben mislukt als kunstenaar, als schrijver, als zelfmoordenaar,” zei hij achteloos, om er aan toe te voegen met nauwelijks verholen opwinding, „en binnenkort ga ik ook mislukken in Amerika!” De rechten van zijn ‘ongeautoriseerde’ biografie Dandy in the Underworld waren namelijk verkocht, en tegen publicatie in Amerika was zelfs Horsleys nonchalance niet bestand. „Een jaar geleden was ik onbekend in heel Engeland,” aldus Horsley. „Volgend jaar zal ik onbekend zijn in heel Amerika. Het is geweldig nieuws. I don’t see why Americans shouldn’t be allowed to hate me too.”

Vorige week was het dan zover. „De Engelsen hebben verschrompelde harten. De Amerikanen sappige, volle, warme,” schreef Horsley op zijn webblog voordat hij vertrok. „Succes roept alleen maar afgunst op in Engeland. In Amerika: hoop.” Iedereen verwacht natuurlijk, zo fantaseerde hij vrolijk verder op zijn blog, dat hij per boot de haven binnen zou komen zeilen en zou verklaren, net als Oscar Wilde: „Ik heb niets aan te geven behalve mijn genialiteit.” Niet Horsley. „Nee, darlings, ik zal Whorsley-esk verklaren: ‘Ik heb niets aan te geven behalve mijn genitaliën’.”

Vorige week dinsdag kwam Horsley aan op Newark Liberty International Airport, presenteerde zich in vol ornaat – hoge hoed, driedelig bespoke pak, lange fluwelen jas, handschoenen – aan de douanebeambten en werd na een ondervraging van acht uur met het eerstvolgende vliegtuig teruggestuurd. Wegens ‘moral turpitude’: morele verdorvenheid.

De douaneambtenaren, opgeschrikt door zijn voorkomen, hadden Horsley gegoogeld. En wat ze op internet over hem aantroffen, was de oppassende Amerikaanse staatsburgers he-le-maal niet bevallen.

Nu is het nauwelijks een geheim dat Horsley in het verleden honderdduizenden ponden heeft uitgegeven aan prostituees en harddrugs, of dat hij zelf een tijdje als hoer heeft gewerkt, daar gaat juist een groot deel van zijn boek over. Ook het feit dat de kunstenaar-schrijver zich acht jaar geleden in de Filippijnen heeft laten kruisigen – bij wijze van kunstproject – is overal terug te vinden. Misschien hadden de Amerikanen er zo vlak voor het Paasweekend wat moeite mee. Hoe het ook zij, op grond van deze biografische details werd ‘morele verdorvenheid’ vastgesteld, en Horsley ontoelaatbaar verklaard.

Een beetje vreemd is het wel, zeker gezien het feit dat de flamboyante Brit in voorgaande jaren zes keer probleemloos naar de States is gereisd. Een woordvoerder van de United States Customs and Border Protection verklaarde in de New York Times dat „onder het ‘visa waiver’ programma reizigers die zijn veroordeeld voor een misdrijf waarbij sprake is van morele verdorvenheid, of die toegeven een drugsverslaving te hebben gehad, niet toelaatbaar zijn.”

En ‘morele verdorvenheid’ is een rijkelijk breed juridisch concept. Naast bijvoorbeeld fraude, belastingontduiking, aanranding, moord of samenzwering vallen er ook minder evident criminele activiteiten onder als overspel, ‘zedeloosheid’ en sodomie.

‘Morele verdorvenheid’, alom aanwezig, zelfs in de country of the free, gaat uiteraard hand in hand met hypocrisie. Kijk naar moraalridder Eliot Spitzer, the ex-gouverneur van New York die ontslag moest nemen vanwege zijn prostituee-bezoek. „Ik ben geen politicus, ik ben een kunstenaar,” zei Horsley erover in de New York Times. “Ontaarding is deel van mijn beroep.”

Zoals een journalist van de Britse Independent terecht opmerkte, was Horsleys echte probleem niet zijn morele verdorvenheid, maar zijn schaamteloosheid. „Een ongepaste schrijver verbieden te spreken in een bepaald land is maar een kleine stap verwijderd van het verbieden van ongepaste boeken,” aldus de Independent.

Uiteindelijk kunnen de meeste Amerikanen best leven met andermans morele verdorvenheid, mits die maar goed verborgen blijft. En in het ongelukkige geval dat er toch iets van naar buiten komt, dient de boosdoener onmiddellijk het boetekleed aan te trekken, oprechtheid te veinzen en spijt te betuigen.

Maar een Horsley veinst slechts onoprechtheid. Zijn enige concessie aan de Amerikaanse gevoeligheden was dat hij voor aankomst zijn nagellak had verwijderd. „Ik dacht dat ik er daarmee wel door zou komen,” vertelde hij de pers.

Die pers, de Amerikaanse incluis, is ondertussen volledig op de hand van de gewraakte dandy. Geen krant of televisieshow die verheugd bericht dat Amerika godzijdank gevrijwaard blijft van de verderfelijke invloed van deze Britse pervert. Integendeel, de Amerikaanse douane staat in haar hemd. Hoewel Horsleys promotietournee geschrapt is, blijkt het incident heel voorspelbaar een publicitaire goudmijn.

Horsley zelf is er niet minder teleurgesteld om. Zijn laatste woorden tegen de douane waren, volgens de LA Times: „Ik ben het enige van waarde in jullie land en ik verwijder het met onmiddellijke ingang.” Ach, de laatste Brit die de toegang tot het land werd ontzegd, Amy Winehouse, won prompt vijf Grammy’s. Het alternatief is bovendien ondenkbaar. Wat als de moreel onberispelijke vertegenwoordigers van Bush’s morele gidsland Horsley wél acceptabel hadden geacht? Uiteindelijk is het geen geringe prestatie voor een dandy om, waar Oscar Wilde en Quentin Crisp gewoon welkom waren, als ‘ontoelaatbaar’ te worden bestempeld.

    • Corine Vloet