Met een ‘fondspaard’ naar Spelen 2012

Nederlandse springruiters behoren tot de wereldtop. Maar hun paarden verdwijnen steeds vaker naar het buitenland. Het springpaardenfonds moet die trend doorbreken.

Gisteravond verschenen ze in Den Bosch allemaal aan de start: de Nederlandse springruiters die acht maanden geleden de Europese titel in het Duitse Mannheim veroverden. Dat Jeroen Dubbeldam, Gerco Schröder, Albert Zoer en Piet Raymakers bij Indoor Brabant tot de favorieten behoren, lijkt niet minder dan vanzelfsprekend. En dat de ruiters over toppaarden als Up and Down, Milano en Okidoki beschikken, is daarvan een logisch gevolg.

Maar de werkelijkheid is minder rooskleurig. Volgens Jacob Melissen, bedenker van het Springpaarden Fonds Nederland (SFN) viel menig Nederlands springpaard de afgelopen jaren in handen van buitenlandse kopers. Zo werd Jumpy des Fontaines van Harry Smolders eerder dit jaar overgedaan aan een Chinees. En staat Rupert R van Ben Schröder sinds kort in een Engelse stal. Met name Amerikanen, Japanners en Russen tellen hoge bedragen neer om bij de Olympische Spelen goed voor de dag te kunnen komen.

Een kleine twee jaar geleden richtte de Drentse paardenjournalist samen met Van Lanschot Bankiers een fonds op dat de toekomst van de Nederlandse springsport moet veiligstellen. Het fonds – dat een startkapitaal heeft van 3 miljoen euro en waarin honderd paardenliefhebbers investeerden – wil talentvolle springpaarden kopen en opleiden voor de Nederlandse equipe.

Zo werd de zevenjarige merrie Utascha begin 2007 ter beschikking gesteld aan de Brabantse springruiter Eric van der Vleuten. Enkele maanden geleden volgde de vijfjarige ruin Webster, die collega Arnold Boerekamps onder het zadel heeft. Over de aankoopbedragen wil Melissen niets kwijt. Maar paarden van dat kaliber kosten doorgaans tussen de 100.000 en 400.000 euro.

Volgens voormalig springruiter Emile Hendrix, een van de zes scouts van het fonds, is het niet de bedoeling dat er gerenommeerde toppaarden worden aangekocht. „Wij richten ons voornamelijk op jonge paarden die op licht internationale concours goed gepresteerd hebben”, aldus de paardenhandelaar die in 1996 aan de Olympische Spelen in Atlanta deelnam. Op Indoor Brabant zoekt Hendrix dan ook niet naar paarden voor het fonds. „Dat niveau is net iets te hoog te hoog gegrepen.”

Het SFN heeft een hoog Oranje-gehalte. Uitgangspunt is dat beleggers delen in het prijzengeld en de verkoopopbrengst van de paarden. Maar zij moeten volgens Melissen geen hoge rendementen verwachten. „Als wij driehonderd procent rendement halen maar de Nederlandse springsport profiteert er niet van, hebben we het slecht gedaan. Beter is het als we drie à vier procent op jaarbasis realiseren, en ook iets betekenen voor de springsport.”

George de Jong heeft goede hoop dat fondspaarden voor 2018 een aantal prijzen op internationale concoursen in de wacht hebben gesleept. „Maar we moeten niets overhaasten”, vindt de directeur van de Nederlandse hippische bond KNHS. „Voor een fonds als dit moet je een lange adem hebben. Het is niet realistisch te denken dat je met een jong paard kunt meedoen aan de Olympische Spelen in China. Maar ik sluit zeker niet uit dat er een fondspaard deelneemt aan de Spelen van 2012 of 2016.”

Om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden zag de KNHS af van participatie in het fonds. „Want het kan niet zo zijn dat de bondscoach een paard selecteert omdat wij daar ons geld in hebben gestoken.”

Wie Rob Ehrens kent hoeft daar niet bang voor de zijn. De oud-ruiter die drieënhalf jaar geleden het stokje overnam van Bert Romp staat bekend om zijn onafhankelijke koers en doorzichtige selectiebeleid. „Ik vind het fonds een mooi initiatief”, antwoordt Ehrens op de vraag wat voor waarde het SFN heeft voor de Nederlandse springsport. „Maar soms denk ik wel: die scouts leggen de lat wel erg hoog.” Volgens Ehrens richt het fonds zich te veel op paarden met een gouden randje. „En dat is zoeken naar een speld in een hooiberg.”

Beter zou het volgens de bondscoach zijn als het fonds op zoek gaat naar jonge paarden met een moeilijk karakter die technisch veel in huis hebben. Maar ook dát is geen makkelijke opgave, erkent Ehrens, want daarvoor moet je als scout ver in de toekomst kunnen kijken. „Gelukkig hoef ik dáár mijn vingers niet aan te branden.”

Lees meer via www.springpaardenfonds.nl