Kunst die buurtbewoners met elkaar verbindt

Op het International Community Arts Festival speelt een Filipijnse theatergroep een grote modderramp uit 2004 na. Ook is er een stuk over Feyenoord in de buurt.

Uit de openingsvoorstelling Hand in Hand, over de liefde van supporters en wijkbewoners voor Feyenoord Foto Roy Goderie Goderie, Roy

Even lijken alle mogelijke vooroordelen te worden bevestigd als het Filippijnse community arts-gezelschap Peta begint met de voorstelling Infanta. Eerst worden wat foto’s geprojecteerd, dan volgt uitleg over waar de mensen in de streek Infanta zoal van leven en tot slot komen wat beelden langs over de geschiedenis van het gezelschap. Het dreigt zo’n stichtelijk stuk te worden met leuke ‘etnische’ elementen. Dat verandert als een man het podium op loopt met een gitaar over zijn schouder, als een Jezus die zijn kruis draagt. Om zijn hoofd is een lap gebonden. Een jongen trekt daaraan en onthult het woord democratie. Meteen wordt hij door agenten in de boeien geslagen en afgevoerd. Een andere man – die de populaire Filipijnse volkszanger Noel Cabangon blijkt te zijn – krijgt de gitaar van ‘Jezus’ en zingt een lied.

Dit bleek niet meer dan een introductie voor een buitenlands publiek. Peta bracht Infanta donderdag op het International Community Arts Festival in Theater Zuidplein in Rotterdam. Het is een festival voor dans- en muziektheater gemaakt door of met ‘gewone mensen’, over onderwerpen die leven in hun gemeenschap.

Het Filipijnse Peta ging na het begin van Infanta door met verrassend modern theater, met vertellingen, liedjes en vooral veel mooie beelden, al dan niet gedanst. De voorstelling gaat over drie scholieres die dromen van een leven in de stad, maar ook over illegale houtkap en over de ramp die het dorp trof op 29 november 2004, toen na een harde storm en flinke regenval twintig miljoen kubieke meter modder het dal in stortte, een spoor van vernielingen en doden achterlatend. Eerst wordt het verhaal in beelden verteld, daarna krijg je in gesproken teksten of op het scherm de feiten. Maar de stemming is door bijvoorbeeld traditionele pingelgeluidjes of luid gedonder altijd meteen duidelijk. Het podium is bijna leeg, met blokken die afwisselend een boomstronk, een bus, een meubelstuk en op het hoogtepunt een enorme elektrische zaag voorstellen. Om het verhaal af te maken: alle drie de scholieren overleven de moddervloed. Na de ramp willen ze niet terug naar de stad, maar het dorp opnieuw opbouwen en de natuur beschermen, en proberen herhaling te voorkomen.

Organisator van het van het International Community Arts Festival is het Rotterdams Wijktheater. Dat is naast het Stut Theater in Utrecht een van de belangrijkste community arts-gezelschappen in Nederland. Het Rotterdams Wijktheater maakt jaarlijks meerdere stukken, vaak over contact tussen buurtbewoners van verschillende culturen. Als openingsvoorstelling van de vierde editie van het festival ging Hand in hand in première, over de liefde van supporters en wijkbewoners voor Feyenoord. In totaal zijn zestien voorstellingen te zien, uit zeven landen.

„Belangrijkste doel van het festival is om de gezelschappen van elkaar te laten leren”, zegt Peter van den Hurk, festivaldirecteur en artistiek leider van het Rotterdams Wijktheater. „Community arts geeft mensen die geen organische verbinding hebben met theater een podium. Voordat ze eraan beginnen, zijn zij meestal nog nooit in een theater geweest. Het zegt hen niets, omdat ze zich niet herkennen in de verhalen die je daar ziet. Door stukken te maken op basis van hún verhalen, probeert community arts terug te halen wat het theater is kwijtgeraakt: een directe verbinding met de maatschappij.”

Peta bestaat sinds 1967 en is zeker deel van de maatschappij. Infanta was voor de ramp van 2004 oorspronkelijk een stuk over jongeren die wegtrekken uit hun dorp. Joan Vargas (20), een van de scholieres, speelde toen al mee. Ze komt uit de streek en heeft de ramp zelf meegemaakt. Haar familie overleefde, dankzij de hoge bomen rond hun huis. Maar ze verloor bekenden en zag de schade. „Na de ramp hebben alle spelers verteld wat zij hadden meegemaakt. Op basis van die verhalen hebben we het stuk aangepast.”

De voorstelling was al een paar maanden na de ramp te zien. Dat was volgens haar heel belangrijk, zowel voor de spelers als voor het publiek. Joan: „Het heeft me geholpen om verder te kunnen. Mensen die het zagen schrokken omdat ze niet wisten hoe erg het was geweest. Ze wisten ook niet dat de ramp het gevolg was van de houtkap. De regering ontkent dat.”

Binnen Europa is Groot-Brittannië het belangrijkste land op het gebied van community arts. Vrijwel iedere stad heeft ten minste één gezelschap. Dat wil niet zeggen dat community art gemeengoed is in de Britse theaters. Volgens Peter van den Hurk waren de mensen van het Acta Community Theatre uit Bristol tijdens de vorige festivaleditie erg onder de indruk dat zij nu eens in een echt theater speelden. „Zij waren gewend aan zaaltjes met de ene helft van de wijk in de zaal en de andere helft op het podium. Naar aanleiding van hun Rotterdamse ervaring besloten ze ook een te gaan te spelen in het plaatselijke Old Vic Theatre, een klassieke schouwburg. Tegen alle verwachtingen trokken ze volle zalen. Het gaf erkenning. Het theater is ook van hen.”

Het festival duurt tot en met zondag: icafrotterdam.nl