Kabbelen in een hangmat

Veel toeristen in Zuid-Amerika omzeilen het ontoegankelijke Amazonegebied. Toch kan een reiziger per boot het continent oversteken. Niet altijd comfortabel, want binnen in het schip stormt het en is het vechten om beenruimte.

Jungle en rivier in het Amazonegebied Foto Reuters -PHOTO TAKEN 18MAY05- Virgin Amazon jungle is seen in this aerial photo taken over Mato Grosso State, one of the Brazilian states of greatest deforestation, May 18, 2005, the day the Environment Ministry announced that land clearing had increased in 2004.One year after [President Luiz Inacio Lula da Silva] announced a plan of action against the destruction of the Amazon jungle, environmentalists say he has done more to promote dams, roads and farming than halt destruction of the world's largest rainforest, home to up to 30 percent of the world's plant and animal species. REUTERS

De kade waar de passagiersschepen in Manaus vertrekken – midden in het Braziliaanse Amazonegebied – is het begin van duizenden rimpelloze kilometers voor reizigers. Stroomafwaarts gaat het, vaak wel tien kilometer breed, naar de Atlantische kust; stroomopwaarts voert de immense rivier, die daar Rio Solimôes heet, naar het drielandenpunt met Peru en Colombia.

De haven is het brandpunt van de stad met zijn anderhalf miljoen inwoners. De sfeer is er tropisch, oververhit zelfs. Vlak achter de havens liggen de groothandels waar koekjes, meel, maar ook voetballen en lollies in bulkverpakking verkocht worden om in te schepen. Er zijn ook heel veel goedkope kleren – hier ruikt het naar de chemicaliën die opstijgen uit nieuw textiel. De bezoekers van de markt lopen er lepeltje-lepeltje. Aan de kade zelf overheerst de lucht van rottende vis en vruchten, en van de uitlaatgassen van honderden taxi’s. Vogels plukken de resten van de stoep, terwijl sjouwers de rivierboten bevoorraden: de een draagt een zak met zeker dertig kilo cassavemeel, een ander sjouwt groene kokosnoten.

Veel rugzakreizigers die door Zuid-Amerika trekken, omzeilen de enorme, ontoegankelijke plak oerwoud die bijna de hele noordelijke helft van het continent bedekt. De gangbare route van west naar oost en vice versa loopt via het zuiden. In Chili de Andes over, en dan naar Argentinië. Veel andere mogelijkheden om over land het continent over te steken, zijn er niet. Midden door Bolivia, in het centrale deel van het werelddeel, dat kan nog. Maar verder naar het noorden is er enkel bos en maar één oost-westroute: de Amazone-rivier.

Om de uitgestrektheid en leegheid van het regenwoud voor te stellen, is het voldoende om op de wegenkaart te kijken. De provincie Amazonas van Brazilië (1,5 miljoen km2) wordt gedomineerd door de rivier en zijn zijstromen. Wegen zijn er nauwelijks, en wat er is, gaat voorzien van waarschuwingen. ‘Informeer voor het reizen eerst over de toestand van de weg’, en dan een telefoonnummer. Of ‘Onbegaanbaar in het regenseizoen’. Een reis over land moet haast een expeditie zijn vol modder, kuilen en jerrycans benzine.

De oerwoudstad Manaus is een goede plek om te beginnen. Zoals veel westerse reizigers komen we er met het vliegtuig, en hebben we vanuit de stad een tocht van enkele dagen door het oerwoud gemaakt (zie kader). De meeste reizigers vertrekken vervolgens ook weer via het vliegveld. Maar ga naar de haven en om de paar meter bieden verkopers boottickets aan naar bestemmingen aan de rivier: Santarém en Belém in het oosten, Boa Vista in het noorden aan de Rio Branco, Tefe en Tabatinga in het westen.

In de ‘stad middenin het Amazonegebied’ is het woud nergens te bekennen. Manaus is een stedelijk gebied, met daaromheen grote plantages en weilanden, bedrijventerreinen en olie-industrie. Een eeuw geleden was het een rijke stad, welvarend geworden door de rubberplantages. Nog steeds is Manaus beroemd om zijn met Europese fin de siècle-allure gebouwd operahuis, en de markthal aan de haven is nog door Eiffel ontworpen. Maar de meeste luxe panden uit die tijd zijn ingestort – soms groeit er een boom uit een dak.

De schepen die het meest in zwang zijn op de rivier, passen beter in het moderne tropische Brazilië. Kleurrijk geverfd liggen ze in de haven, met twee of drie dekken vol hangmatten. In enkele dagen kabbelen ze naar hun bestemming. Het hangmathangen wordt alleen onderbroken door maaltijden met rijst en vlees en dat is hetzij rustig, hetzij doodsaai – de meningen onder de reizigers verschillen. En soms is het ongezond. Een bleke Française van een jaar of twintig vertelt dat ze op een eerder schip zo’n diarree had gekregen, dat ze aan het infuus moest.

Van Manaus naar de Peruaanse grens is het ongeveer 1.500 kilometer. Een gangbare rivierboot doet daar, stroomopwaarts, zo’n zeven dagen over. Pas sinds kort is er ook een snellere optie. Speedboten voor zo’n vijftig man klotsen in 36 uur over de rivier. Niet zo sfeervol waarschijnlijk als een boot met hangmat, maar de nieuwe lijndienst maakt het gebied wel veel toegankelijker.

Ons schip is niet veel meer dan een grote stadsbus, maar dan zonder voorruit. Het stormt binnen, de motor stoempt uur na uur door. We zitten op de voorste twee stoelen, maar een moeder met kind en twee bemanningsleden in witte t-shirts hebben zich nog vlak voor ons op een extra bankje genesteld. Zwijgend gaan we de concurrentie aan om beenruimte. De andere drie bemanningsleden hebben zich half zittend, half staand in het gangpad gevouwen. Op een tafeltje met opstaande randen, dat speciaal voor dat doel is ingeladen, spelen ze domino. Met een klap laten ze elke goede steen op tafel landen, lachend met zware stemmen. Tussendoor schenken ze, zoals overal in Brazilië, mierzoete koffie in kleine plastic bekertjes.

’s Nachts trekken de mannen het gordijn dicht dat ons van de bestuurdersstoel scheidt, maar het voorluik blijft open. Wij laten het doek om onze gezichten waaien en kruipen weg onder een slaapzak terwijl de nachtelijke kou van het bos binnenkomt. De volgende dag vertrekt de moeder met haar peuter naar een van de houten dorpen langs de rivier. De voorste huizen aan de waterkant drijven, of staan op palen. De meeste mensen die hier wonen zijn boeren met zowel indiaanse als Zuid-Europese wortels. Vanaf het water zijn hun plantages te zien. Vrouwen verkopen half zoete, half zoute bananenchips.

’s Avonds komen we aan bij het drielandenpunt waar het dorp Tabatinga in de zon ligt te stoven. Twee weken geleden nog haalde Tabatinga bij uitzondering het internationale nieuws, omdat 150 kilometer ten westen van het dorp de eerste cocaplantage in het Braziliaanse Amazonegebied was ontdekt.

Ongetwijfeld zal het plaatsje, op de grens met Peru en Colombia, ook smokkelaars aantrekken. De haven is zo mogelijk nog rauwer dan die van Manaus: frisdrank en bananen in bulk te koop in soles, pesos of reais, een markthal die naar rottend fruit ruikt en een vleeshuis dat een kadaverlucht uitademt. Maar die energie! Tieners brommeren als bijen heen en weer op de hoofdstraat, en wel twintig venters staan klaar om hen, gewapend met een paar petflessen en een trechter, van benzine te voorzien. En dan zijn er de kraampjes met worst en warme ham, en kijken jonge stellen buitenlands voetbal op tv op een terras – of van achter het terras, bij gebrek aan geld voor bier.

Tabatinga is een kruispunt. Verder de rivier op gaat het naar de Peruaanse stad Iquitos in het Amazonegebied en zo verder naar Lima; vanuit het dorp Leticia direct aan de Colombiaanse kant van de grens vlieg je zo naar Bogotá, de hoofdstad van Colombia. Leticia zelf is bovendien een vakantieoord voor Colombianen, die hier komen voor guerillavrije oerwoudtripjes.

Om vier uur ’s ochtends vertrekt een sloep naar de militaire post aan de Peruaanse zijde van het drielandenpunt om bij kaarslicht – elektriciteit kent het plaatsje niet – een visumstempel te halen. Vandaar gaat een lijndienst per speedbootbus in vijfhonderd kilometer naar de stad Iquitos in Peru. De boot zit onderweg nog twee uur vast op een zandbank.

Na de stille stofwegen en dorpen op palen kan het contrast niet groter zijn: in Iquitos wordt het verkeer, vier banen sterk, beheerst door een leger van waanzinnige scooters en motortaxi’s. Opeens zijn er ook hordes rugzakreizigers in de straten, allemaal op rondreis door Peru.

We proberen onze zware Braziliaanse reisgids nog weg te geven. Maar het lukt niet. Niemand wil de route terugvolgen die wij net gekomen zijn.