In Fictie

De actualiteit is opvallend vaak een spiegel van de literatuur. Kijk deze week naar de ontwrichtingen door hevige sneeuwval in het licht van In Babylon (1997) van Marcel Möring.

marcel möring In Babylon

Een paar centimeter sneeuw. Meer was afgelopen dinsdag niet nodig om heel Nederland plat te leggen. De combinatie van slechte weersomstandigheden en post-Pasenspits leidde tot 130 ongelukken, 888 kilometer file, honderden vertraagde treinen en ten minste tien miljoen euro schade voor de economie. Het land kwam, zoals NRC Handelsblad het uitdrukte, ‘knarsend tot stilstand’. Vervelend, kostbaar, angstaanjagend. Maar het had ook iets moois; er gaat niets boven het idee van ingesneeuwd zitten en voor een moment verlost zijn van de drukte en verplichtingen van alledag.

In de literatuur is sneeuw een beproefd middel om het verhaal onder spanning te zetten. Een dik pak rondom stad of huis en haard heeft hetzelfde effect als een belegering, een pestepidemie, een scheepsreis of een verblijf op een onbewoond eiland. De geïsoleerden zijn op zichzelf en op elkaar aangewezen, en dat levert (onaangename) verrassingen op. Denk aan The Shining van Stephen King, verfilmd door Stanley Kubrick met Jack Nicholson in de rol van een schrijver die langzaam krankzinnig wordt. Of aan Sneeuw van Orhan Pamuk, waarin een Turkse stad door politieke kwesties verscheurd wordt, terwijl als gevolg van dagenlange sneeuwval niemand een kant opkan.

Ook de Nederlandse fictie kent prachtige voorbeelden van de isolerende werking van sneeuw; niet alleen het heldendicht van Tollens over de overwintering in Het Behouden Huis, of het overbekende Hersenschimmen van Bernlef, maar ook het recentere In Babylon van Marcel Möring. Hierin raakt de schrijver Nathan Hollander met zijn nicht Nina ingesneeuwd in een verlaten familiehuis in het oosten van het land. Het is de ‘winter aller winters’, en Nathan voorziet, als ze na een barre tocht enigszins ontdooid bij het haardvuur zitten, dat ze een dag of vijf op de noodvoorraden van wijlen oom Herman zullen zijn aangewezen: ‘Dit is niet zomaar een sneeuwstorm, dit is een soort ramp. Er zijn hele dorpen afgesneden van de bewoonde wereld, mensen zitten opgesloten in hun auto’s, in vakantiehuisjes en bezinestations. [...] Niemand weet dat wij hier zijn.’

Wat te doen in zo’n situatie? Verhalen vertellen, natuurlijk. Zoals Nina zegt in het begin van de roman: ‘Kom op, N. Als we hier echt een paar dagen ingesneeuwd zitten, dan moet je niet beginnen met interessant zwijgen. Doe je Decamerone. Geef me de Canterbury Tales. Je bent een sprookjesschrijver. Vermaak me.’

Dat doet Nathan, die zich toch al de chroniqueur van de oude Oostjoodse familie Hollander voelt. Zijn verhalen worden afgewisseld met de ook bepaald niet saaie ontdekkingstocht van hem en zijn nicht door de vertrekken van het geheimzinnige landhuis. En zo ontwikkelt In Babylon zich tot een boek dat het ideale leesvoer is in de omstandigheden die het zelf zo sfeervol oproept: tijdens een flinke sneeuwjacht, in een oud huis, bij de open haard.

Marcel Möring: In Babylon. De Bezige Bij, €17,50 (gebonden).
    • Pieter Steinz