Huismuziek

Als kleinbehuisd violist en fanatiek muziekliefhebber moet je je steeds afvragen of de buren last van je hebben. Soms kunnen afspraken weleens te ver gaan.

Ik weet dat de lieve benedenbuurvrouw lijdt onder mijn vrolijke klanken. Deze oude huisjes zijn gehorig. Daarom heb ik een hoteldemper op mijn viool. Natuurlijk heb ik op internet bestudeerd hoe je een geluiddode kamer moet maken, dan bouw je een kamer in een kamer, een zwevende kamer, waaruit geen geluid kan ontsnappen. Ideaal voor een eigen muziekstudio waar je dan prachtige opnames kan maken. Geen mens hoort je! Geen kritiek kan je raken! Niemand bonkt op de muur om je te stoppen. Ideaal! Helaas, ik heb maar één kamer, dus dat wordt krap.

Om het leefbaar te houden heb ik een afspraak gemaakt met de benedenbuurvrouw. Ze laat me weten wanneer ze haar huisje verlaat. Mijn studio is draagbaar, alles zit in een laptop, ik draag hem in een vloek en een zucht van de kamer naar de keuken. Ik lijd een zenuwachtig bestaan. Als ik op het punt sta om boodschappen te gaan doen, mijn huisje uit ga, en helemaal nergens op reken, gaat soms gelijktijdig de deur van de benedenbuurvrouw open. Ze hoorde me de trap aflopen. Blij roept ze tegen me: „Fred als je muziek wil maken, ga je gang, want ik moet zo meteen weg en het duurt zeker drie uur voordat ik terug ben.” Ik ren weer naar boven, gooi de boodschappentas in een hoek, want boodschappen doen kan altijd later nog.

Nu moet ik mentaal snel omschakelen van boodschappen doen naar musicus, geluidstechnicus, geluidsregisseur en mixer, het is een eenmansbedrijf. Opnemen, opnemen, wat wou ik ook alweer opnemen? De partita’s van Bach hebben we definitief opgegeven. Een Zweeds danswijsje dan, van 100 jaar oud. Voor een animatiefilmpje op YouTube. Haastig sleep ik mijn spullen te voorschijn, start de laptop met het studioprogramma, hang de microfoon aan het deurtje van het keukenkastje, pak mijn viool en de synthesizer, en de gitaar. Nog geen vijf minuten later sta ik al in de startblokken. Waarom komt er zo’n raar geluid uit mijn viool? Waarom zijn de vingers stijf en onwillig? Waarom lukt het niet? Ik ben er met mijn hoofd niet bij, dat is het. Ik moet eerst rustig inspelen, en daar de tijd voor nemen. Ik heb drie uur, het is krap, maar als alles meezit moet het lukken. En kijk, de vingers worden alweer soepel, de viool raakt zijn ochtendhumeur kwijt, en nu hoor ik ineens nog een ander geluid.

Dat is de telefoon. „Je bent toch van de bewonerswerkgroep? Je zou vanmorgen langskomen om te kijken. Ik woon hier als een hond. De keuken is weggebroken, de vloer ligt open, ik heb geen water, geen wc, douchen kan ik niet meer. En de rotzooi is onbeschrijflijk.”

Overlast door renovatie in de wijk, dat is waar ook. Gelijk met de buurvrouw kom ik opnieuw naar buiten. „Ik heb een afspraak met de overbuurman”, zeg ik. „Ik heb ook een afspraak”, zegt ze, „met de woningbouwvereniging, het wordt me te veel.”

Het moet mogelijk zijn, denk ik, om binnen het uur terug te zijn. Als ik terugkom is de laptop in slaap gevallen. Hij wil niet wakker worden. Welke knop was dat ook alweer? Mijn viool is ontstemd, heeft op de tocht gelegen. Als ik de laptop opnieuw opstart, meldt hij dat Windows zichzelf voor de zekerheid zal gaan afsluiten om verdere schade te voorkomen. Hij gaat weer uit. Wat gaan we nu krijgen? Ik heb nog anderhalf uur. De tijd dringt. Het is nu zaak om het hoofd koel te houden. Eerst rustig de viool stemmen, toch weer even inspelen, en ondertussen bedenken wat er met die verdomde laptop aan de hand kan zijn. Ik trek alle randapparatuur eraf. Het ding start op alsof er niks aan de hand is. Zou Bill Gates de meest gehate man ter wereld zijn? En waarom glimlacht hij dan altijd zo vriendelijk op foto’s? Hij moet dit toch weten? Hij moet toch op de hoogte zijn van de ellende die hij over de wereld heeft uitgestort?

Nog één uur over. De eerste opname is niks, dat kan beter, de tweede gaat goed tot vlak bij het einde. Gooi maar weg. Nog eens rustig overnieuw beginnen. Ik aarzel. Om de een of andere reden ben ik zeer gespannen. En dat helpt niet mee. Neem dan eerst een kop koffie, denk ik. Koffie? Dat gaat zeker een kwartier kostbare tijd kosten. Geen koffie. Hoor ik daar de benedendeur slaan? Zou de buurvrouw alweer terug zijn? De viool is opnieuw ontstemd. Dan doe ik eerst de gitaartracks.

De bel gaat. Buurvrouw staat aan de deur: „Fred, ik ga weg. Ik mag van de woningbouwvereniging zes weken lang in een ander huisje logeren om tot rust te komen. Dus je kan zoveel muziek maken als je maar wilt. Wil jij de planten water geven?”

    • Fred Koning