Opinie

    • Youp van 't Hek

Haatsaai

Het was een beetje zielig voor Gerrit Onderbuik. Maanden had hij de klas gegijzeld met de aankondiging van een spraakmakend werkstuk dat niet alleen de school, maar volgens de overmoedige puber de hele voetbalwereld zou doen trillen op haar grondvesten. Maar het viel een tikkie tegen. In het in haast in elkaar geplakte broddelwerkje zien we alleen maar beelden van rotzooitrappers. Beelden die we al eeuwen kennen. Niemand begreep dat hij hier zo lang over gedaan had.

Gisteren heb ik de lieverd geprobeerd uit te leggen dat de hooligans in het stadion maar een heel klein hoekje innemen en dat het overgrote deel van de tribunes bevolkt wordt door aardige vredelievende sukkels zoals ik.

„Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas”, sprak hij getergd, „dat is wat je hoort in een stadion.”

Ik legde hem uit dat hij gelijk heeft, maar dat het om ongeveer duizend van de vijftigduizend mensen gaat. Twee procent. Dat ik Rotterdamse vrienden heb die gewoon met mij meegaan naar de Arena als Ajax tegen Feyenoord speelt en dat ze bij een doelpunt probleemloos mogen juichen. Moeten ze wel scoren natuurlijk.

„Rotterdam kankerstad in de oorlog lag je plat! Van die dingen”, brieste het chronisch dwarse joch. De een pubert iets feller dan de ander.

Ook deze schandelijke tekst moest ik toegeven, maar nogmaals: het is een klein clubje dat schreeuwt. Een hoekje supporters die een hoop kwijt moeten omdat ze thuis of onder de plak zitten of doordeweeks heel saai werk moeten doen of zelden goede seks hebben. Of alle drie. Communicatie tussen supporters kan ook grappig zijn. Zo ontving ik afgelopen Kerst van mijn PSV-vrienden per sms de vraag of ik wist waar ze winterbanden voor de kampioenskar konden krijgen en zelf stuurde ik vorige week een felicitatie aan Dirk Scheringa omdat hij volgend seizoen veruit het mooiste stadion van de Eerste Divisie heeft.

„Na het Heizeldrama ontvouwden de Roma-supporters tijdens de wedstrijd tegen Juventus een spandoek met de tekst Grazië Liverpool!. Zijn we Beverwijk vergeten? Gerrit kookte bijna. Vlokken schuim zaten in zijn beetje aanstellerig gekleurde haar. Nogmaals: een oerpuber!

Ik legde hem geduldig uit dat er jaarlijks duizenden voetbalwedstrijden zijn, dat daar massa’s mensen komen en dat er af en toe iets faliekant mis gaat. Ik ontkende de rampen niet, maar miste wel wat doelpunten in zijn filmpje. Van mijn part uitsluitend Nederlandse treffers. De legendarische goal van Marco tegen de Russen, Cruijff tegen ADO en Haarlem en Bergkamp tegen de Argentijnen. Om over zijn goal tegen Newcastle nog maar eerbiedig te zwijgen.

„De kopstoot van Zidane! De onbesuisde botsing van de West-Duitse doelman Schumacher tegen de doorgebroken Battiston, die aan het zuurstof moest! En wat te denken van Da Silva, die onlangs invalide geschopt werd door Taylor van Birmingham!”

Ik gaf toe dat hij het allemaal prachtig aan elkaar geplakt had, maar dat het uitsluitend uitzonderingen zijn, extremen….

„En op de amateurvelden is het geweld ook schering en inslag. Gemolesteerde scheidsen, afgetuigde grenzen, in elkaar geslagen spelers. Dat heb ik toch maar mooi in beeld gebracht!”

Ik vertelde de opstandige leerling dat er elk weekend bijna een miljoen mensen tegen een bal trappen en dat 99 procent uit aardige vredelievende mensen bestaat. Dat duizenden efjes voetballen onder leiding van vriendelijk fluitende en liefdevol coachende vaders, dat er duizenden moeders langs de lijn klaar staan om de tranen te drogen en dat er na afloop steevast limonade wordt gedronken. Ik vroeg hem waarom hij het gedrag van de overgrote meerderheid niet had laten zien. Dan is een werkstuk pas een werkstuk. Dit was basisschoolgedoe waar hij zich toch een beetje voor moest schamen.

„Maar als ik al die positieve dingen had laten zien dan was het een heel saai filmpje geworden! Mensen willen oorlog!” sprak de puber besmuikt.

„Dat is het niet Gerrit”, sprak ik vaderlijk, „mensen willen geen oorlog. Jij wilt oorlog! Dat is je leeftijd. Had ik ook toen veertien was. Maar je werkstukje is nu eenzijdig en ronduit saai. Heel erg saai. Hoe saai? Haatsaai!”

Youp van ’t Hek

    • Youp van 't Hek