Gekloonde neuronen uit eigen staart helpen muis met Parkinson

Een Parkinson-patiënt ondergaat een hersenoperatie. Het inspuiten van verse zenuwcellen, bij muizen, is een hoogst experimenteel alternatief. foto ap Dr. Richard Boyer surgically treats Walter "Al" Floyd's tremors from Parkinson's disease during an operation June 17, 1999 at Fort Sanders Regional Medical Center in Knoxville, Tenn. Floyd remains awake during the entire 5-hour operation as Boyer probes his brain for the source of his tremors. (AP Photo/Knoxville News-Sentinel, Joe Howell) Associated Press

Een transplantaat van zenuwcellen, gemaakt van bindweefselcellen uit hun eigen staart, verbetert de bewegingen van muizen met de ziekte van Parkinson. Die techniek, therapeutisch klonen, kan een oplossing zijn om afstotingsproblemen bij transplantaties te voorkomen (Nature Medicine, 23 maart online).

Eerder waren al eens muizen behandeld met gekloonde cellen van een donormuis. Neurobiologen uit de Verenigde Staten en Japan hebben nu voor het eerst cellen van muizen gekloond om een ziekte te behandelen bij diezelfde dieren.

Bij therapeutisch klonen, ook wel celkerntransplantatie genoemd, plaatsen onderzoekers de celkern uit een lichaamscel van een donor in een leeggehaalde rijpe eicel van een ontvanger. Die ‘bevruchte’ eicel ontwikkelt zich tot een klompje embryonale stamcellen. Geplaatst in een baarmoeder kan dat embryo uitgroeien tot een dier, zoals het gekloonde schaap Dolly. Maar onderzoekers kunnen de stamcellen ook opkweken en stimuleren om zich te ontwikkelen tot de gewenste weefselcellen. Transplantatie van dergelijke cellen naar de donor zal geen afweerreactie opwekken, omdat het genetische materiaal in de cel identiek is aan dat van de donor.

De neurobiologen spoten in het brein van 24 muizen een middel in waardoor de zenuwcellen die de boodschapperstof dopamine maken, selectief afsterven, net zoals bij de ziekte van Parkinson. De onderzoekers behandelden zo steeds een van de hersenhelften. Het gevolg is dat de muizen de controle over hun spieren verliezen die vanuit de aangedane hersenhelft worden aangestuurd.

Vervolgens maakten de onderzoekers embryonale stamcellijnen van bindweefselcellen uit een stukje van de staart. Die lieten ze in het lab uitgroeien tot dopamine-producerende zenuwcellen, en die spoten ze terug in de hersens van de zieke muizen.

Parkinsonmuizen die zenuwcellen ingespoten kregen die waren gekloond van hun eigen cellen, bewogen al binnen drie weken aanzienlijk beter. Tot het experiment na elf weken eindigde, gebruikten ze de poten aan de aangedane zijde vaker en beter dan voor de behandeling, bijvoorbeeld bij het lopen over een ronde balk, en bij het weghalen van een klein plakkertje op hun voorhoofd. In hun brein waren grote aantallen getransplanteerde dopaminecellen te vinden.

Bij een controlegroep van Parkinsonmuizen, die dopaminecellen van een andere muis ingespoten kregen in hun brein, overleefden de getransplanteerde cellen vrijwel niet en verbeterde ook hun toestand niet. In hun breinen zagen de Amerikanen tekenen van ontstekingsreacties.

Celkerntransplantatie is ingewikkeld, tijdrovend en niet erg efficiënt: de onderzoekers konden van 187 van de 5.099 gekloonde eicellen uiteindelijk stamcellijnen maken. Bovendien is de stap naar toepassing bij mensen nog enorm. Zo zijn stamcellijnen van een menselijk embryo nog nooit gemaakt. Niki Korteweg