Geen gehoor

Maken de verkiezingen van vandaag in Zimbabwe na 28 jaar een einde aan de heerschappij van president Mugabe? Zoektocht op basis van een telefoonlijst vol doorgekraste namen. „Alles is voorbij.”

De telefoonlijst van Bram Vermeulen, het houvast van een correspondent. Foto Jeffrey Barbee Black Market petrol traders fixing a pump near the town of Harare. They trade the petrol from the open Government controlled economy at 2000% more than the fixed price, making a huge profit from government connections. The economic crisis gripping Zimbabwe has plunged this once thriving economy into turmoil. Jeffrey Barbee is reporting from Harare Zimbabwe during the 2008 Presidential elections. Barbee, Jeffrey

Harare: 04. Bulawayo: 09. Masvingo: 039. De lange lijst van telefoonnummers en adressen in Zimbabwe die ik in de afgelopen vijf jaar bij elkaar heb gesprokkeld, begint in geheimtaal. Zimbabwe: 00263. De landlijnen werden over de jaren steeds moeilijker bereikbaar. De mobiele telefoonnummers net zo goed. Zimbabwe, dat is vijftien keer hetzelfde nummer draaien voor de boodschap „de persoon die u heeft proberen te bellen is op dit moment niet bereikbaar’’.

Deze telefoonlijst is mijn Zimbabwe. Een land in verval, bijeen gehouden door een roestig nietje. Er zitten koffievlekken op de lijst, als herinnering aan de nachtelijke zoektochten naar commentaar op onbegrijpelijke gebeurtenissen. Er kleeft modder en zelfs een beetje stront aan, na die keer dat de telefoonlijst bij een blanke boer op de vloer viel van de koeienstal. Naast de gedrukte namen en nummers van belangrijke en minder belangrijke personen staan in blauwe en zwarte pen de routeaanwijzingen geschreven. Neem van Robert Mugabe de tweede links naar Sam Nujoma, dan ligt het kantoor bij het tweede stoplicht op de Nelson Mandela.

De lijst heeft altijd een speciale plek in mijn reistas. Een geheime plek. Aangezien de Zimbabweaanse regering de afgelopen jaren nooit bereid was een journalist uit een voormalig kolonialistisch land als Nederland te accrediteren, moest mijn bagage de avond tevoren met nauwkeurige precisie worden ingepakt. De microfoon gaat altijd onderin de opgerolde slaapzak. Zonder de radio 1 plofkap ziet de oude Sennheizer eruit als een scheerapparaat. Het opnameapparaat zou tijdens ondervraging aan de grens kunnen doorgaan voor walkman. Referentieboeken als Cry Zimbabwe, en What Happens after Mugabe krijgen voor de reis een nieuwe kaft.

De telefoonlijst is het grootste probleem. Als de agenten van de inlichtingendienst de lijst vinden, ben ik niet alleen het haasje, ook al die mensen op de lijst die me in de afgelopen jaren hun nummers hebben toevertrouwd. Dus verdwijnt de lijst doorgaans tussen de pagina’s van het kaartenboek dat ik in de draagbanden van mijn rugzak verstop. Honderd procent veilig is het niet. Zoals geen enkele reis naar Zimbabwe.

Mijn telefoonlijst is een bijeen geschooid document, vol nummers die collega’s over de jaren hadden willen delen per email of per fax en die hun nummers weer van andere collega’s hadden gekregen. Er zit structuur in mijn telefoonlijst. Er is een kopje ‘MDC’, voor de belangrijke mensen in de oppositiepartij Movement for Democratic Change. Het nummer van hun leider Morgan Tsvangirai heb ik na al die jaren nooit weten te bemachtigen. Maar ik weet dat als ik zijn woordvoerder William Bango bel, (‘tsvang aide’ staat er achter zijn naam) ik morgen bij de leider op de koffie kan. Er is ook een kopje ‘ Zanu-PF, regering’. Daar staan namen op van de president van de centrale bank, het ministerie van Informatie, het ministerie van Financiën, en ook de leiders van de oorlogsveteranen die met geweld het land van de blanke boeren inpikten. Dit zijn de nummers die ik in Zimbabwe nooit durf te draaien. Het regime dwingt buitenlandse journalisten hun plicht van hoor en wederhoor te verzaken.

De kunst van het schrijven over Zimbabwe zit hem in het vinden van de mensen die wel onder het kopje ‘regering’ staan, maar die er geen belang bij hebben je te verraden aan de geheime dienst. Hun commentaar is veel waardevoller dan alle mensenrechtenrapporten, verklaringen van de oppositie en buitenlandse diplomaten bij elkaar. De toekomst van Zimbabwe ligt in handen van de mensen van Zanu-PF. Zij bepalen wanneer er een einde aan het tijdperk-Mugabe komt .

Er staat een nummer bij van de voormalige minister van Informatie, Jonathan Moyo. Hij had er jarenlang zichtbaar plezier in de buitenlandse pers de huid vol te schelden. Maar sinds Mugabe hem in 2005 de laan uitstuurde wegens een samenzwering, gaat hij als eenmanspartij door het leven en noemt hij Mugabe even makkelijk een „dictator en tiran’’.

Onder Moyo staat de naam van Pearson Mbakwela, twaalf jaar het hoofd van de inlichtingendienst. In zijn villa die hij van een verjaagde blanke boer had overgenomen, vertelde hij in 2005 dat de partij op instorten stond en dat kopstukken binnen Zanu-PF „binnen een paar weken’’ hun president in de steek zouden laten. Die revolutie bleek een doodgeboren kind.

Aan de vooravond van de verkiezingen voor parlement en president wordt er weer gesproken over revolutie. Na 28 jaar Mugabe zou de maat zelfs voor zijn trouwste aanhang vol zijn. Nog nooit registreerden zoveel kiezers zich voor deze verkiezingen. Nog nooit bleven posters van de oppositie hangen in de kleine dorpjes op het platteland, Mugabeland.

Een opiniepeiling van de universiteit van Zimbabwe voorspelt voor vandaag: Tsvangirai 1. Mugabe 2. Makoni 3. Die laatste is de voormalige minister van Financiën, die begin februari uit de regeringspartij stapte om het op te nemen tegen zijn oude baas.

Mijn telefoonlijst is mijn enige houvast in deze onzekere tijden. De revolutie werd hier eerder voorspeld, om dan in een vroeg stadium te worden onderdrukt of toch niet uit te breken. De mensen achter de nummers en adressen moeten weten hoe het werkelijk zit. Komt dit weekend een einde aan de heerschappij van een van Afrika’s laatste Big Men?

Helaas weerspiegelt mijn telefoonlijst ook het verdriet van Zimbabwe. Het is een lijst vol krassen en weggestreepte namen. Bij ieder bezoek aan dit land blijken steeds weer mensen te zijn vertrokken naar het buitenland. Een week voor mijn vertrek stuur ik een e-mail aan een bevriende arts in Bulawayo. Zijn nummer kreeg ik in 2002 op een klein geel papiertje toegestopt door een mensenrechtenactivist. Dokter had een huis vol geleerde boeken, en een tuin met een vervallen tennisbaan en een zwembad. ’s Hij bood onderdak aan journalisten die, als de geheime dienst op bezoek zou komen, zouden kunnen zeggen dat ze studenten waren. Bij dokter was het altijd een zoete inval. Hoe ellendig het land daar buiten er ook aan toe was, hier brandde hout in de kachel.

„Beste Bram, ik ben bang dat we de handdoek in de ring hebben moeten gooien. Je bent nog steeds meer dan welkom in ons huis. Laat maar weten, dan informeer ik vrienden die nu in ons huis verblijven. Als je komt, neem dan wel je eigen voedsel mee want er is op het moment niets te krijgen. We zijn nu in Zwitserland en genieten van de bergen. Op 1 april begin ik in mijn nieuwe dokterspraktijk in Lausanne. Hartelijke groet, MC.’’

Dokter geloofde niet meer in verandering. Hij heeft zich gevoegd bij de drie miljoen Zimbabweanen die het land in de afgelopen jaren verlieten. Een kwart van de bevolking.

Onder het kopje analisten staat een streep door Brian Raftopoulos, hoogleraar aan de Universiteit van Zimbabwe. Raftopoulos ontving in een kantoor met gebroken ramen en gebladderde verf. Zijn universiteit was Mugabe’s trots in de tijd dat de president aan het hoofd stond van het beste onderwijsprogramma in Afrika. Zimbabwe’s middenklasse staat bekend als de beste opgeleide in heel zuidelijk Afrika. Mugabe’s regering pompte in de jaren na onafhankelijkheid meer dan een derde van de begroting in onderwijs. Daar kreeg hij twintig jaar later spijt van toen bleek dat de jeugd de colleges over democratie en goed bestuur in Zimbabwe in praktijk wilde brengen. Het was de hoog opgeleide jeugd die in meerderheid ‘nee’ stemde in een referendum over een grondwetswijziging die Mugabe absolute macht had moeten geven, Nooit eerder had de president een verkiezing verloren. De universiteit van Zimbabwe is nu voor onbepaalde tijd gesloten. In elk geval tot na de verkiezingen.

De studenten werden afgelopen augustus van de campus geschopt toen ze protesteerden tegen een explosieve verhoging van de kamerhuur. En Brian Raftopolous, altijd goed voor een heldere analyse, werkt nu in Kaapstad.

Harare is nerveus. Op iedere hoek van de straat staan politieagenten. Vrachtwagens vol mannen met petten en machinegeweren rijden door de stad. Een van de trucks heeft panne. Op de oplader staat een Landrover van de politie die niet meer wilde rijden. De repressieve staat tot stilstand gebracht door het eigen wanbeleid.

De wijde boulevards die de stad verbinden met het platteland, zijn bezaaid met wegversperringen. Een agent dirigeert de huurauto naar de kant van de weg. „Stap uit de auto’’, commandeert hij. „Heeft u benzine bij u?’’ Er zijn geruchten over oppositieaanhangers die kamertjes benzinebommen in elkaar prutsen. De agent grijpt de cameraman, die achter het stuur zit, stevig bij zijn pols. Ik denk aan de rugtas, achter in de kofferbak. Kan ik me nog voordoen als toerist met een videocamera, de radiorecorder en een microfoon in die tas? En wat is het excuus voor de tien pagina’s dikke telefoonlijst? Dan rinkelt een mobiele telefoon. De agent begint druk te praten, met zijn hand nog steeds op de pols van de cameraman. Als hij ophangt lijkt hij het doel van zijn zoektocht al weer vergeten. „Have a nice day, sir.”

Dit land heeft geen idee waar het aan toe is. De veelheid aan geruchten en het gebrek aan harde feiten doen denken aan de verkiezingen in Servië, oktober 2000, toen de Servische regering voor de verkiezingen ook geen buitenlandse journalisten toeliet. In hun afwezigheid viel plotsklaps het regime, toen hooligans van voetbalclub Rode Ster de deuren van het parlementsgebouw openbraken en de bussen vol gestolen stembiljetten over het plein uitstrooiden. De revolutie werd bezegeld toen agenten van de gevreesde speciale politie-eenheid hun helmen afdeden en stickers van het verzet op hun hoofd plakten.

Lokale Zimbabweaanse journalisten kunnen me niet vertellen of dit nu in Zimbabwe staat te gebeuren. Onder het kopje ‘Media, Newspapers’ op de telefoonlijst staan dikke strepen door namen en nummers. Buitenlandse correspondenten moesten allemaal het land uit. Onafhankelijke kranten als de Daily News zijn gesloten, hun verslaggevers schrijven nu vanuit Londen over het vaderland.

Op dit soort momenten kan ik alleen naar het blanke echtpaar, wiens naam ik om veiligheidsredenen niet in de lijst heb durven zetten. Er staat alleen een Zuid-Afrikaans mobiel nummer en een emailadres van hushmail. Hushmail werkt alleen met wachtwoorden van twintig letters lang, nog nooit gekraakt door welke hacker ook ter wereld. Het huis van het echtpaar voelt als een crisiscentrum, als in de bunkers van het Witte Huis. De keukentafel ligt bezaaid met videobandjes. Het echtpaar heeft tientallen jonge Zimbabweanen getraind te filmen met kleine homevideocamera’s. Ze stonden er bovenop toen de politie in 2005 hele wijken vol oppositieaanhangers met de grond gelijk maakten. Ze waren erbij toen oppositieleider Tsvangirai vorig jaar maart bont en blauw geslagen werd. De beelden zijn vaak rommelig en haastig gefilmd. Maar dankzij het echtpaar krijgt de wereld toch te zien wat er echt in Zimbabwe gebeurt.

Elke keer als ik bij dit echtpaar langskom om te informeren naar de laatste oogst, wordt het later dan ik had gepland. Het huis zindert van verhalen. Heb je het laatste nieuws al gehoord? Er is een cameraman gearresteerd in het centrum van Harare, wegens het filmen van oppositieposters. Heb je al gehoord dat Mugabe de Israëlische geheime dienst zou hebben gevraagd hem te beschermen tegen een gewelddadige opstand?

Op hun mobiele telefoons komen ononderbroken sms’jes binnen met het laatste nieuws. Een gebedsdienst is door de politie verstoord. Oppositieposters van de muur getrokken.

Naar schatting dertigduizend blanken wonen nog hier, waarschijnlijk minder. Vierduizend blanke boeren werden in de afgelopen acht jaar van hun land gejaagd. Onder het kopje ‘Farmers’ in mijn telefoonboek is een slagveld aangericht. De Hansens, de Richards, de Mennings. Allemaal verdreven en verdwenen. Het echtpaar Rob en Romee Fisscher, hij Brits-Zimbabweaan, zij Hollands vond ik weken nadat ze van hun land waren gejaagd, in een villa in Harare. Rob had in die paar weken tijd een reusachtige kas gebouwd in de tuin van hun vrienden. De paprika’s en de kolen groeiden er net zo rap als op de twintigduizend hectaren die hij achter had moeten laten. Dit was een boer die niet te stoppen was. Maar op de nummers van hun mobieltjes krijg ik geen gehoor meer.

Driehonderd blanke boeren zijn er nog over. Dat zijn de echte overlevingskunstenaars. Er staat een cirkel rond de naam van Thomas Bieti, textielboer in Chegutu ten zuiden van Harare. Bieti liet zich nooit meeslepen door het enthousiasme van zijn collega’s voor de oppositiepartij MDC, die in 1999 werd opgericht. Bieti stond niet op de foto toen de blanke boeren voor het oog van de camera girocheques overhandigden aan Tsvangirai. Bieti is een Mugabe-man, zeggen ze in het dorp. Op het hek rond zijn erf hangen posters van de president en zijn gebalde vuist. In zijn kantoor hangt hetzelfde portret, met in de lijst een brief waarin de president Bieti persoonlijk bedankt voor de koeien die hij schonk toen Mugabe in 1996 hertrouwde met zijn huidige vrouw Sally. „Ik steun de regering die aan de macht is”, zegt Bieti. „Ik houd de communicatielijnen open. Dat is de enige manier waarop je in dit land kunt overleven.’’

Een gemeentewerker stapt het kantoor binnen en vraagt of Bieti het gras rond het stadion vandaag kan maaien. De president komt morgen op campagne. „Ik steun iedere partij die hier langs komt. Vorige week had ik ze alle drie tegelijk op bezoek: aanhangers van Zanu, van de MDC en van Makoni. Ik heb ze ieder met een vat benzine weggestuurd.”

Bieti bleef tot 2005 buiten schot. Toen stond de staatssecretaris van Informatie voor de deur om het huis van Bieti’s zoon in beslag te nemen en de onderkomens van meer dan honderd boerenknechten. „Gisteren sprak ik de vrouw van de bewindsman. Ze maken aanstalten om te vertrekken. We gaan de verkiezingen verliezen, zei ze. Ze wist het zeker.” Zelfs de trouwste aanhangers van de regeringspartij in Zanu-bolwerk Chegutu zouden zaterdag voor de oppositie stemmen. Bieti buigt voorover en trekt zijn groene kousen nog eens op. De zestig jaar Zimbabwe zijn van zijn gezicht te lezen. „Alles is voorbij, neem dat maar van mij aan.”

Voor meer achtergronden, foto’s en nieuws zie nrc.nl/zimbabwe