Elke dag een kerstpakket

De nieuwe consument winkelt op het internet. Slenteren door winkelcentra doet hij alleen nog voor de lol. Dagboek van een week online shoppen.

Maandag 9.00 uur

Nog geen koffie op en de boodschappen voor het avondeten spoken nu al door mijn hoofd. Dat krijg je ervan als je een experiment begint waarin je een week lang alleen maar internetaankopen mag doen. Geen supermarkt, bakker of slager, geen drogist, warenhuis of kledingwinkel zal mij deze week ontvangen. Ik verdwijn uit het winkelstraatbeeld.

Het begon met een onderzoek, de Thuiswinkelmonitor, uitgevoerd door onderzoeksbureau Blauw Research voor Thuiswinkel.org, belangenvereniging voor internetwinkels. In de eerste helft van 2007 kocht de consument voor 1,84 miljard euro via het internet, zo was gebleken. Vervolgens kwam het rapport van SIRC (Social Issues Research Centre), een onderzoeksbureau in Oxford. Het leven online: het web in 2020, heet het. In opdracht van de Engelse internetprovider Rack Managed Hosting onderzocht SIRC onder andere hoe het internet over twaalf jaar ons winkelgedrag zal hebben beïnvloed. E-commerce, bestellingen doen via internet zoals we dat nu kennen, daar zal in 2020 om gelachen worden. Winkelen is volgens SIRC tegen die tijd een virtuele activiteit, V-commerce: in 2020 wandelen we vanachter onze computer door virtuele driedimensionale shoppingcentra, waar we schoenen en spijkerbroeken passen en ter plekke advies vragen aan verkoper of vriendin. Thuiswinkelen is dan niet langer een individuele activiteit, maar een gezellige gebeurtenis. Alsof we met elkaar door de stad slenteren, maar dan computergestuurd.

We zijn dus hard op weg om thuiswinkelen tot de norm te maken. Hoe zou dat zijn, dacht ik, het leven van een hardcore digitale consument? Niet zo één die mp3’s koopt, en eens in de vier jaar een fiets via marktplaats vindt, maar één die niet meer in het winkelstraatbeeld verschijnt. Eén die, wanneer hij boodschappen moet doen, van een vers brood tot postzegels, de deur niet uitgaat, maar zijn laptop open slaat. Hoe zou het leven van een consument in de toekomst zijn?

11.30 uur

Virtueel boodschappen doen voor het eten van vanavond gaat alvast niet lukken. Na een uitgebreide registratieronde bij Albert.nl ben ik eindelijk klaar om de hele winkel leeg te klikken voor een levering van over pakweg een uur of vijf, maar nee. De eerst mogelijke bezorging is morgenochtend tussen tien en twaalf en kost 5,95 euro. Als ik tenminste vóór twaalf uur vandaag de boodschappen doorgeef van tenminste zestig euro, want voor minder belt Albert niet aan. Dat is over een half uur. Paniek.

11.55 uur

Gelukt. Een vliegensvlug virtueel winkelbezoek weliswaar, waardoor net als bij wild-winkelen veel langs me heen is gegaan. Niemand tegengekomen trouwens op de site. Niemand zien chatten over recepten en ook geen virtuele vakkenvullers gesignaleerd bij de uitverkochte biologische volle yoghurt.

Maar volgens Barend Raaff, managing partner van DNBmedia, online communicatiebureau en een van de belangrijkste projectontwikkelaars voor bedrijven in de virtuele wereld van Second Life, staan zulke chat- en verkoopadvies applicaties wel voor de deur. Peering heet die toepassing. Raaff geeft een voorbeeld: „Als je naar restaurantsite Iens.nl gaat is het aantal recensies overweldigend. Lastig, want wat moet je serieus nemen? Je wilt zelf je peers, je gelijkgestemden, uitzoeken. Gezinnen met kleine kinderen willen advies van andere gezinnen met kleine kinderen wanneer ze uit eten gaan.” Hij vervolgt: „Straks ga je naar Wehkamp.nl, een driedimensionale virtuele winkel en het systeem calculeert welke schoenen jouw peers mooi vinden. Of je spreekt er als avatar, je virtuele evenbeeld, af met een peer om de schoenen aan te wijzen die je op het oog hebt.” Overigens ziet Raaff die virtuele driedimensionale shoppingcentra waar peers met elkaar winkelen niet zo snel ontstaan in Second Life. „Dat is toch vooral een spel gebleken, waar mensen het leuk vinden een tweede leven te leiden. Functioneel is het niet echt.”

Dinsdag 10.15 uur

Albert Heijn staat voor de deur. Met twee kratten vol levensmiddelen. Dat is weinig volgens de bezorger, die overdag vooral langs kinderdagverblijven en woongemeenschappen rijdt en ’s avonds veel tweeverdieners bezoekt. Oké, ik was wat voorzichtig en vergeet de tijdsdruk niet. Maar heus, de volgende keer hou ik me niet in, want dit is leuk. Het is net alsof ik een kerstpakket heb gekregen.

Internetwinkelen heeft vooral het laatste jaar een vlucht genomen. De markt voor online consumentenbestedingen bedroeg in 2006 2,8 miljard euro, berekende Blauw Research. In 2007 zal die zijn gestegen naar vier miljard, een stijging van 42 procent. Een van de verklaringen voor die sterke stijging is het forse aantal nieuwe online kopers. In de eerste helft van 2007 kochten 6,2 miljoen mensen een product online. Ruim 1,5 miljoen mensen deden dat voor het eerst. „De drempel om via het internet een aankoop te doen is weg”, verklaart directeur Wijnand Jongen van brancheorganisatie Thuiswinkel.org het grote aantal nieuwe consumenten. „Ze vinden internetwinkelen makkelijk en digitaal betalen veilig.” Reizen zijn veruit het populairst onder internetconsumenten, 45 procent van alle thuiswinkel aankopen zijn vakanties en vluchten. Elektronica, kleding en verzekeringen scoren ook goed.

Woensdag 13.00 uur

Zou graag even de deur uitgaan om een velletje postzegels te halen. Maar ik mag in het kader van het experiment niet smokkelen nu. Of ik mijn pc met zware software in een frankeermachine wil transformeren?, vraagt een site. Liever niet. Ik koop wel een velletje met Beatrix-zegels. TNT post stuurt ze op, voor 2,50 euro bezorgkosten. Tochtje naar de brievenbus gaat helaas niet door nu; over een bezorgdatum van de zegels wordt niet gerept.

16.00 uur

Een bezoek aan de Hema-site. Een verademing ten opzichte van de fysieke Hema. Geen botsingen met kinderwagens of rollators, geen zoekgeraakte peuter hoeven om te roepen en ook de slakkengang voor de kassa vermeden. Afrekenen, klaar is kees. Volgende week maandag mag ik de spullen ophalen. Ophalen?

Dit zou toch anders moeten, vindt ook Wijnand Jongen: „De nieuwe consument wil op ieder moment van de dag iets kunnen aanschaffen én ontvangen.” Wat dat betreft staat thuiswinkelen volgens hem nog in de kinderschoenen. „De internetwinkel die één op één levert, zonder substantiële wachttijd moet nog worden opgericht”, zegt hij. Maar Jongen is optimistisch. „Over tien, vijftien jaar kan ik al autorijdend internetwinkelen. Dan praat ik op weg naar huis tegen mijn ingebouwde lcd-scherm en bestel ik een bos bloemen die ik vanavond nog wil meenemen naar een verjaardag”, voorspelt hij.

Claudia Angenent is zo’n nieuwe consument. Een online shopaholic noemt ze zichzelf. Maandelijks doet ze acht tot tien aankopen via het internet – muziek, boeken, cosmetica, gadgets, kleding, noem maar op – voor bij elkaar honderd vijftig euro. „Ik werk doordeweeks en op zaterdag winkelen tussen de kinderwagens vind ik verschrikkelijk.”

Internetshoppen vindt Angenent bovendien makkelijk: „Als ik morgen een verjaardag heb, bestel ik vandaag een boek bij bol.com”, en prettig: „Terwijl ik snuffel op de H&M site, kan ik andere dingen doen op het internet.”

Als gevolg van haar virtuele koopgedrag bezoekt Claudia Angenent minder vaak een winkelstraat. Ze is niet de enige, merkt internetsocioloog Albert Benschop van de Universiteit van Amsterdam: „Voor bepaalde deelmarkten gaan mensen niet meer naar de winkelstraat. Reisbureaus en bankfilialen sluiten hun deuren, omdat de consument de noodzaak en de lol er niet van in ziet om ze fysiek te bezoeken.” De huidige generatie jongeren zal die trend volgens Benschop doorzetten, omdat internetwinkelen voor hun vanzelfsprekend is. „Ze uiten hun onvrede wanneer spullen of diensten niet via het internet te verkrijgen zijn. Andere sectoren zullen door het wegblijven van de consument zo ook verdwijnen uit het straatbeeld. Dat is een kwestie van tijd.”

Toch, dat wil volgens Benschop niet zeggen dat de winkelstraten over pakweg tien jaar uitgestorven zijn. „We willen sommige producten kunnen aanraken, ruiken of proeven. En, nu de noodzaak om fysiek te winkelen afneemt, neemt funshoppen toe. We spreken af met vrienden, snuffelen in een paar winkels en lunchen wat.”

Donderdag 11.00 uur

De remmen zijn nu echt los. Aangeschaft: sportkleding, scheurkalender, zaklamp en op afstandbestuurbaar sportautootje. Niets van dat alles heb ik nodig, maar doet dat ertoe? Alle sportautobezitters zijn in hun recensies laaiend enthousiast over het scheurvermogen van het ding. Heb meteen opnieuw boodschappen gedaan bij Albert.nl. Ieder product op de site gezien, want ik wilde niets missen deze keer. De kinderen braken ondertussen niet de supermarkt, maar de huiskamer af. Ben uitgeput.

Vrijdag 14.00 uur

Heb inmiddels de postzegels ontvangen, maar waar blijven de pakketjes? De medewerker op het plaatselijke postkantoor weet het ook niet. Wel zag hij vandaag waterpompen, kinderkleding, geheugenschijven en gezonde voeding voorbij komen. „Iedere dag zie ik dezelfde internetverkopers”, zegt de medewerker. Tegen het einde van de dag ontstaat er meestal een rij in zijn postkantoor. „Mensen komen hun internetpakketten ophalen, of wat niet goed is, terugbrengen.”

Zaterdag 17.00 uur

We hebben zin in friet met mayonaise, van het café om de hoek. Die zijn het lekkerst. Jammer, ze zijn niet lid van thuisbezorgd.nl. Verschillende pizzabezorgers wel. Het is wel geen friet, maar in het kader van het experiment… „Waar ga je naar toe?”, roep ik mijn vriend na die een sprintje trekt op de fiets. „Friet halen!…Het is joúw experiment!”

    • Stefanie Vermeulen