Doemdenken in de VS

Optimisme is een spreekwoordelijke Amerikaanse eigenschap. Nu de economie van de Verenigde Staten zienderogen verslechtert wordt dit zwaar op de proef gesteld. Gisteren bleek dat de stemming onder Amerikaanse consumenten, bijgehouden door de Universiteit van Michigan, naar zijn laagste peil is gezakt sinds begin jaren negentig. Een andere vertrouwensindicator, van de Conference Board, wees er donderdag op dat de arbeidsmarkt door de Amerikaanse burger het slechtst beoordeeld wordt in veertig jaar. Ook andere vertrouwensindicatoren duiden er op dat de economische terugval die wordt voorzien op zijn minst vergelijkbaar wordt met de recessie van begin jaren negentig.

Nu zijn verwachtingen niet altijd een goede maatstaf, maar ook de feiten spreken. De Amerikaanse industriële productie daalt, de arbeidsmarkt krimpt sinds twee maanden en wat vooral belangrijk is: de huizenmarkt maakt ongekende prijsdalingen door. Er zijn al zakenbanken die ervan uitgaan dat Amerika op dit moment reeds in een recessie verkeert.

De autoriteiten stapelen intussen maatregel op maatregel om te voorkomen dat de inzakkende conjunctuur uitmondt in een crisis. Een stimuleringspakket voor de consumentenbestedingen moet in de het derde kwartaal van dit jaar een impuls geven aan de economie. De Amerikaanse centrale banken bewerkstelligden twee weken geleden de overname van de wankelende zakenbank Bear Stearns. De twee grote, door de overheid gegarandeerde hypotheekinstituten mogen meer geld gaan uitlenen, en de centrale banken zelf zijn bereid voor honderden miljarden dollars aan defecte hypotheekleningen op hun balans te nemen en zo de banken te ontlasten.

Toch zullen de Verenigde Staten niet kunnen ontsnappen aan wat te lang is ontkend. Het land heeft boven zijn stand geleefd, de burgers hebben nauwelijks gespaard maar juist geleend en het buitenland heeft het resulterende tekort aangezuiverd. Welvaartsgroei wordt – en dat is ook in Europa het geval – niet langer verdedigd als een dagelijks te bevechten verworvenheid, maar is verheven tot een recht dat de burger van staatswege toekomt. De huidige crisis vind zijn oorsprong dan ook voor een groot deel in de kunstgrepen die zijn toegepast om de vorige recessie, van zes jaar geleden, te ontkennen: een oplopend begrotingstekort onder de regering-Bush en een veel te soepel monetair beleid met ultralage rentes. Het resultaat van al het goedkope geld was een ongekende speculatiegolf in de bankwereld, een opgeblazen woningmarkt die iedereen rijk leek te maken en een uit de hand gelopen tekort met het buitenland.

Die onevenwichtigheden zullen hoe dan ook moeten worden rechtgetrokken. De gestegen woningprijzen moeten dalen naar een houdbaar niveau. Pas als de resulterende verliezen op de hypotheken en aanverwante leningen duidelijk zijn zal ook de crisis in het financiële systeem een oplossing kunnen vinden. De kredietcrisis, die ook Europa teistert, mag dan een zuiver financieel fenomeen lijken dat is losgezongen van de alledaagse werkelijkheid; de wildgroei heeft zijn wortels wel degelijk in de reële economie. Die staat er slecht voor. In de rest van dit jaar zullen de Amerikanen al hun optimisme nodig hebben.