De skyline

Kristian Koreman, filosoof / architect Rotterdam, 5 maart 2008 filosoof Kristian Koreman met de skyline van Rotterdam in de plas. Foto: Dolph Cantrijn Cantrijn, Dolph

‘Zie je dat gebouw van Nationale Nederlanden?”, vraagt filosoof en landschapsarchitect Kristian Koreman. „Rotterdam staat vol met dit soort torens. Aan de Schiekade moet er zelfs een van 200 meter hoog komen. Die torens scheppen verwachtingen, zijn werelds en groots. Maar ze zijn gebouwd vanuit een mannelijke logica: hoe hoger, hoe goedkoper, hoe beter. Fallussymbolen zijn het, die de publieke ruimte er met hun schaduw en de wind die ze veroorzaken niet beter op maken. Een bezoeker of passant zal ze ervaren als een decorstuk, een lijn in de lucht. Als je de stad op ooghoogte bekijkt, dan merk je dat die torens vrijwel geen betekenis hebben. Ze hebben geen aandacht voor het echte leven, dat zich beneden afspeelt.

Die spanning tussen de skyline en het functioneren van een stad is kenmerkend voor Rotterdam. Rotterdam is een immigratiestad, een stad van minderheden.

De vraag is hoe dit tot uitdrukking kan komen in de omgeving. Door de prestatiedrift die tot de bouw van deze torens leidt, worden culturele kansen over het hoofd gezien. Er wordt alleen aan de economische functie gedacht.

Neem het Hofplein. Het vormt met de grootse fontein en imposante gebouwen de belangrijkste entree van de stad. Duizenden auto’s rijden hier langs, allemaal op weg naar elders. Voor voetgangers en fietsers is weinig ruimte.

Maar je ziet dat in perioden van feest en rouw, mensen richting de fontein trekken. Als Feyenoord kampioen wordt of Turkije een wedstrijd wint bijvoorbeeld, of toen Pim Fortuyn overleed. Hier willen ze dan blijkbaar graag zijn. De stadsentree verandert dan in een ontmoetingsplek en een podium waar verschillende culturen zich manifesteren. Maakt het wat uit dat het autoverkeer dan stil komt te liggen? Op zulke momenten vinden er belangrijke uitwisselingen plaats.

In dat opzicht is Rotterdam een buitengewoon boeiende stad omdat er die constant voelbare spanning hangt tussen grootstedelijke pretentie en de menselijke behoefte tot expressie.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk stelt dat de wereld opgebouwd is uit een veelheid van sferen. De kleinste sfeer ben je zelf, het individu. Als je in gesprek bent met iemand, dan is dat al een iets grotere sfeer. Zo worden die sferen groter, ze raken en overlappen elkaar. Een goede stad voorziet in een veelheid van ruimtes die een constant wisselend gebruik en diverse beleving mogelijk maken.

In plaats van meer torens zou er extra aandacht moeten komen voor de sociale en culturele betekenis van plekken die tot ontmoeting uitnodigen. Er zou minder ruimte voor de auto moeten komen en meer voor voetgangers en fietsers. Mensen moeten kunnen flaneren. Dat zou een stad als Rotterdam nog interessanter maken.”

Opgetekend door Antoinette Brummelink.Foto Dolph Cantrijn