De cirkel van Soleiman

Soms let ik niet op tijdens de les. Dan lees ik de column van A.L. Snijder voor de tachtigste keer, genaamd ‘Farao’, die ik in mijn lerarenagenda heb geplakt.

Als ik opkijk zie ik achterin het lokaal een eenakter in drie bedrijven. Soleiman pakt zijn passer en haalt een rubberen dopje van het pootje af. Hij kijkt ingespannen naar de passer. Er zit niemand naast hem, hij zit elke les alleen. Ik kijk naar hem. Ik ben blij dat hij een passer nodig heeft voor het vak Frans. Wat geef ik toch een creatieve, spannende lessen. De rest van de brugklassers heeft nog niet door hoe spannend en creatief deze les wel niet is en werkt gewoon met een pen verder.

Soleiman zet de passer op de bladzijde in zijn schrift. Hij fronst. De passer doet blijkbaar niet wat hij wil. Hij draait hem om en kijkt naar de pootjes. Hij probeert het nog een keer.

De succeservaring blijft uit. De frons is veranderd in een verbeten blik. Hij tikt met zijn vingers tegen de naald van de passer. Een laatste poging lijkt ook te mislukken. Er staat nog steeds geen cirkel op het papier.

Nu tikt hij heel hard tegen de naald van de passer. Hij prikt zich in zijn vinger.

Er verschijnt een druppel bloed op zijn wijsvinger. Hij steekt zijn vinger in z’n mond.

Ik durf bijna niet te kijken. Met gebogen hoofd schrijft Soleiman in zijn werkboek.

Er vallen een paar tranen op de bladzijde.

De passer ligt verloren op tafel, wachtend op een tweede kans.

Joyce de Grand

    • Joyce de Grand