Bidsprinkhaankreeft

In het artikel `Bidsprinkhaankreeft communiceert met een geheime” lichtcode` (W&O 22, maart) wordt opgemerkt dat er tot nog toe geen dier was gevonden dat circulair gepolariseerd licht kon zien. Als wij de mens hierbij betrekken, is deze opmerking niet correct. Nadat Haidinger in 1844 heeft ontdekt dat het menselijk oog het vermogen heeft om lineair gepolariseerd licht van ongepolariseerd licht te onderscheiden, heeft Shurcliff in 1955 aangetoond dat wij ook in staat zijn circulair licht als zodanig te onderscheiden. Voor beide vormen van polarisatie zien wij een 8-vormig gelig figuurtje in het midden van ons gezichtveld verschijnen dat afwezig is als het invallend licht ongepolariseerd is. In het geval van lineaire polarisatie hangt de stand van de 8 samen met de richting van de polarisatie; in geval van circulair gepolariseerd licht maakt de 8, afhankelijk van de draairichting, een hoek van +45° of -45° in het gezichtveld: het wijst naar de 1:30 uur positie voor rechtsdraaiend gepolariseerd licht en naar de 10:30 uur positie voor linksdraaiend gepolariseerd licht.

Ons vermogen lineair gepolariseerd licht te zien is sterk: ik ben vrijwel niemand tegengekomen die het 8-vormige figuurtje niet zag. Door oefening (door een polarisatiefilter voor het oog rond te draaien en naar een egaal verlicht vlak te kijken) neemt dit vermogen toe. Ons vermogen om circulair licht als zodanig te zien is wat minder sterk, maar toch nog aanzienlijk.

Wij kunnen in principe lineair en circulair gepolariseerd licht van elkaar onderscheiden door het hoofd te kantelen en te bezien of het 8-vormige figuurtje met het hoofd meedraait. Naar mijn weten is de precieze responsie van het menselijk oog op mengvormen van lineair en circulair gepolariseerd licht nog niet goed onderzocht.

Soest

    • Dr G. P. Können Soest