Baby loves disco

Een tamelijk ranzige nachtclub opent zijn deuren voor baby’s.

Disco Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Heather Monteith leidde een trendy leven in Philadelphia als ‘performancedanseres’. Toen kreeg ze een baby en kon ze het uitgaansleven niet meer in. Ze begon thuis dansfeestjes voor andere, snakkende moeders te organiseren. Baby’s en kleine kinderen mochten ook komen.

Heather, zegt zij beschouwelijk, had haar huidige succes voorzien. Wat zag zij in de dierentuin, de speeltuin of het kindvriendelijke museum? „Dat Amerikaanse kinderen steeds meer als geïsoleerde wezens worden behandeld. Je brengt ze naar plaatsen waar alles voor kinderen is ingericht, of je houdt ze thuis. En ouders moeten overal voor ze op de knieën.”

Maar, stelt Heather niet zonder pathos vast, wij ouders zijn ook mensen! „Mensen met behoeftes! En een geschiedenis! Dus daarom heb ik een nieuwe trend in het ouderschap uitgevonden.” Ze kijkt er heel tevreden bij.

Au. Nu rent er een peuter tegen mijn benen aan. Hij blijft duwen en trekken en met die vingertjes in mijn kuiten prikken, ik geloof dat hij er langs wil, naar buiten. Zijn moeder komt er licht verwilderd bij: „Ik geloof dat hij er langs wil, naar buiten”, giechelt ze. En dan trekt ze hem weer naar binnen: Abba! Dancing Queen!

Het is zaterdagmiddag en Heather en ik praten in de hal van Rock and Roll Hotel, een tamelijk ranzige nachtclub in noordoost Washington. We bevinden ons op H Street. Het uitzicht op het Witte Huis is al een blok of vijfentwintig geleden, hier is het straatleven verpauperd en zwart. Straks zullen om onduidelijke redenen zes politieauto’s gierend tot stilstand komen bij een carry-out. Mannen met gouden tanden staan op de stoep verbaasd in de nachtclub te turen.

De middagbezoekers van het Rock and Roll Hotel zijn namelijk allemaal wit en ergens in de dertig, en ze manoeuvreren moeizaam met peuters in kinderwagens (de moeders) of doen zwierig met baby’s in draagzakken (de vaders). Zij komen voor de schepping van Heather: Baby Loves Disco.

„Fastfoodrestaurants!”, foetert Heather. „Snoepmachines! Disney! Strategisch geplaatste souvenirwinkels! Nergens ontkom je eraan!” Haar feesten waren meteen een succes. Toen huurde Heather haar favoriete nachtclub in Philadelphia af voor een zaterdagmiddag. Al snel gebeurde dat maandelijks. Daarna leerde ze iemand in New York kennen die daar ook nog een nachtclub wist. En nu is ‘Baby Loves Disco’ van oost- tot westkust een fenomeen in dertig Amerikaanse steden. En altijd uitverkocht. In Londen doen ze het intussen ook. Tel Aviv begint er komende maand aan.

Het idee lijkt niet onlogisch. Kleine kinderen zijn gek op dansen. Hun ouders zijn nu van de discogeneratie en niet geneigd hun eigen jeugd op te geven. Dus ja. Waarom zou je niet eens samen naar de disco gaan? Waar bovendien het volume wat zachter is gedraaid, bellenblaasmachines voor de kinderen zijn neergezet, en manden met sambaballetjes? En waar de ouders gewoon eens een kalmerend glas bier of wijn kunnen bestellen – heel verfrissend in een land waar alcoholgebruik in het bijzijn van kinderen vaak als een bijna-misdrijf wordt beschouwd.

Dus ik loop naar binnen. Het eerste dat opvalt is de borende blik van de vaders. Help, het schoolfeestgevoel. Maar ach, verderop klinkt al een schel ,,oe!, oe!, oe!” van hun echtgenotes, die los gaan in de mommy-and-me competitie. Zij discodansen met hun baby’s. En dan krijgen ze een prijs.

Er zijn ballonnen opgeblazen. Steeds als er weer één knapt in de stijgende temperatuur, begint een kind te huilen. Op het podium is een chill out zone ingericht. Hier zitten de ouders op zachte matten in een kring, onhandig in de weer met hun baby’s en de spuugdoekjes, de koud geworden flesjes melk en de camera’s. Zoals rond zandbakken.

Bij de bar staan kluitjes vaders onhandig hun vertrouwde positie van weleer te hervinden: benen een beetje te wijd in de grond geplant, één hand in de broekzak, in de andere een bierfles. Zij hebben hun coolste T-shirts aangetrokken.

‘Red Hot Chili Peppers’.

‘Nashville guitars’.

‘Men who change diapers rule’.

Wat opvalt, is dat geen kind zijn ouders meesleurt om te dansen. Het is andersom. De vrouwen onder de glitterbal verbeelden de tweestrijd uit het moderne moederschap volmaakt. De bovenste helft van hun lichaam danst voorovergebogen en verontschuldigend naar het kind toe. Sambaballetjes erbij, hoi-hoi! Maar hun onderste helft schudt en wiebelt de andere kant op en wil heel ander dingen. Dingen van vóór de zichtbare vermoeidheid en de gewichtstoename rond mismoedige heupen. Desperaat wilde dingen.

De danscompetitie voor vaders maakt er een einde aan. Of nee. Het wordt erger. In hun strijd om de hoofdprijs, een luierrugzak (,,Stukken aantrekkelijker dan een luiertas, dads!”) smijten de vaders, aangemoedigd door de moeders, als betrof het hier een scène uit Saturday Night Fever, hun peuters roekeloos naar alle kanten. Eén vader houdt zijn eenjarige ondersteboven en schudt hard en ritmisch. Hij wint.