3x daags hoofdpijn

Honderdduizenden Nederlanders slikken bijna elke dag pillen tegen de hoofdpijn. De pijn wordt daar juist erger van. Toch mijden de meesten de dokter. Femke van ’t Hof

Twee op de drie mensen met chronische hoofdpijn slikt bijna elke dag pijnstillers. Zouden ze daarmee stoppen, dan hadden ze ook minder last van hoofdpijn. Maar velen zijn aan de pillen verslaafd. foto luuk van der lee/hh Nederland. Velp. 16 januari 2008 Bord met pillen paracetamol en lepel. Foto : Luuk van der Lee / Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Bijna iedereen grijpt weleens naar paracetamol bij een stevige hoofdpijnaanval. Dat pijnstillers bij overmatig gebruik juist zelf hoofdpijn veroorzaken, is echter niet algemeen bekend. Natalie Wiendels, neuroloog in opleiding in het Leids Universitair Medisch Centrum, laat voor het eerst de omvang van dit probleem in Nederland zien. Meer dan de helft van de patiënten met chronische hoofdpijn slikt overmatig pijnstillers, concludeert ze in het onderzoek waarop zij vorige maand promoveerde.

In Westerse landen lijdt een op de 25 mensen aan zogenaamde chronisch frequente hoofdpijn: zij hebben er langer dan drie maanden en meer dan twee weken per maand last van. Meestal is hun probleem begonnen met aanvallen van migraine of spanningshoofdpijn. De aanvallen zijn dan overgegaan in een chronische vorm.

Waarom aanvalsgewijze hoofdpijn soms chronisch wordt, is onduidelijk, maar het slikken van te veel pijnstillers lijkt een belangrijke oorzaak. Uit eerdere studies blijkt namelijk dat stoppen met de pillen een gunstig effect heeft, zoals een Zweedse studie uit 2000. Hierbij waren 101 chronische hoofdpijnpatiënten abrupt gestopt met hun overmatige pijnstillergebruik. Na drie maanden was de hoofdpijn bij 56 procent van de deelnemers minstens gehalveerd.

Natalie Wiendels onderzocht de risicofactoren voor ontwikkeling van chronisch frequente hoofdpijn nu voor het eerst bij de Nederlandse bevolking. Meer dan zestienduizend mensen uit de omgeving van Leiden en Den Haag beantwoordden er vragen over.

De opvallendste uitkomst was dat maar liefst 62 procent van de mensen met chronische hoofdpijn overmatig veel pijnstillers gebruikt: minstens vijftien dagen per maand. De meerderheid van de patiënten leek lichamelijk afhankelijk van de pillen. Ze hadden bijvoorbeeld een steeds hogere dosis nodig voor hetzelfde pijnstillende effect, of hadden zelfs geen enkele baat meer bij de middelen.

Volgens Anita Mensing van de Nederlandse Vereniging voor Hoofdpijnpatiënten (NVH) zijn mensen zich niet bewust van de gevaren van pijnstillers. “We spreken in Nederland met te veel gemak over een ‘paracetamolletje’, zonder ons te realiseren dat het wel degelijk een echt medicijn is met risico’s zoals verslaving.”

bijsluiter

Frans Dekker is huisarts en organiseert nascholing over hoofdpijnbehandeling voor andere huisartsen. Volgens Dekker is het lastig om hoofdpijnpatiënten met verslavingsrisico op te sporen en voorlichting te geven. Allereerst komt dit omdat de pillen zonder doktersrecept verkrijgbaar zijn. Dekker: “In de bijsluiter zou dus een waarschuwing moeten staan. Nu staat het verschijnsel ‘medicatie-afhankelijke hoofdpijn’ hierin niet eens genoemd.”

Daarnaast is de gemiddelde hoofdpijnpatiënt geen hulpzoeker: de huisarts ziet slechts 5 procent van de mensen met hoofdpijnproblemen. Ook medicijnverslaafde patiënten gaan voor hun pillenmisbruik niet gauw naar de dokter. In een studie die Wiendels in huisartspraktijken uitvoerde, reageerden de patiënten zelfs nauwelijks op aangeboden hulp en informatie over de risico’s van hun overmatige medicijngebruik. Van de 79 mensen die bij de huisarts werden uitgenodigd, kwamen er 27 opdagen en stopten er uiteindelijk slechts 4 met de pillen.

Patiënten die wel hulp zoeken bij de arts, krijgen het advies om radicaal te stoppen met alle pijnstillers. In de afkickperiode die hierop volgt, neemt de hoofdpijn eerst hevig toe. Na de ontwenningsfase van enkele maanden blijft de oorspronkelijke, aanvalsgewijze hoofdpijn over. Zoals het Zweedse onderzoek al liet zien, is deze pijn minder hevig dan de chronische hoofdpijn.

Het probleem kan dan worden behandeld met preventieve medicijnen. Deze moeten, in tegenstelling tot de pijnstillers, juist wel dagelijks gebruikt worden om hoofdpijn te voorkomen. Zo kunnen bètablokkers of sommige anti-epileptica helpen bij migraine. Van de hoofdpijnlijders in Wiendels onderzoeksgroep gebruikte slechts 13 procent preventieve medicijnen.

Mensing van de NVH: “Huisartsen zijn onterecht terughoudend met het voorschrijven van andere middelen dan de algemeen verkrijgbare pijnstillers. Ze volgen de eerste stappen van hun richtlijn bij hoofdpijnklachten: paracetamol en ibuprofen. Maar dat hebben patiënten zelf al geprobeerd. Ik hoor dan ook vaak dat patiënten teleurgesteld zijn na het eerste huisartsbezoek. Eenderde van de patiënten komt hierna zelfs niet meer terug voor hun hoofdpijnprobleem.”

hulpvraag

Volgens Frans Dekker bespreken huisartsen juist wel voldoende de mogelijkheid van preventieve medicatie, maar niet op het juiste moment. “Patiënten komen naar de huisarts met een andere hulpvraag. Ze willen een beter middel om de aanvallen zelf te behandelen, maar zijn vaak nog niet toe aan de preventieve medicatie die ze dagelijks moeten slikken. Ze willen zich nog niet ‘chronisch ziek’ voelen.”

Maar wat is dan wel het goede moment? Dekker: “Het initiatief om terug te komen bij de huisarts, ligt nu volledig bij de patiënt zelf. Het is de vraag of dit terecht is.” Dekker suggereert dat de huisarts beter zélf het initiatief kan nemen voor een controle-afspraak, zodat dan over preventieve medicijnen gepraat kan worden. “Maar of dat werkt, dat moet nog worden onderzocht."

    • Femke van 't Hof