Wat maakt een mens een mens?

Kevin Brooks: Aanwezig. Uit het Engels vertaald door Wiebe Buddingh’. De Harmonie. 16+, 278 blz. € 16,90

De Britse jeugdauteur Kevin Brooks wekt de indruk dat hij alles kan en ook alles tegelijk. Lucas was de geschiedenis van een rebel-met-reden én een onconventioneel liefdesverhaal, met als hoofdpersoon een stoere en toch zachtaardige jongen. Het Dodenpad was een gewelddadige thriller én een rouwverwerking.

Voor zijn jongste jeugdroman heeft Brooks al zijn schrijversvaardigheden nodig. Aanwezig balanceert namelijk geregeld op de rand van de waarschijnlijkheid. Bovendien heeft het stripachtige geweld van zijn eerdere werk plaatsgemaakt voor realistische bloederigheid.

Tijdens een kijkoperatie ontdekken de artsen in het lichaam van een 16-jarige jongen tal van zaken die meer aan een machine dan een mens doen denken. Robert Smith – een echte Elckerlyc-naam – slaat op de vlucht voor zichzelf en een soort veiligheidsdienst. Vanaf dat moment is Aanwezig een lange achtervolging, waarbij Robert ook nadenkt over zijn wezen en verleden.

Alleen al die overpeinzingen maken Being, zoals de oorspronkelijke titel luidt, tot een geslaagde roman. Want wat maakt een mens tot een mens? Zijn herinneringen? Die heeft het weeskind Robert nauwelijks, zo vaak is hij van pleeggezin naar pleeggezin gegaan. Zijn lichaam? Maar Roberts lichaam lijkt in veel opzichten een machine. En toch voelt en denkt en functioneert Robert als een mens – zeker tijdens een amour fou met een vrouwelijke drugsdealer alias computergenie alias meestervervalser.

Brooks is daarbij zeer bedreven in het vertellen van een spannend verhaal. Neem de bloedstollende openingsscène, waarin Robert wordt opengesneden terwijl hij half bij bewustzijn is. De gebeurtenissen worden geregistreerd door Robert, die alleen de lampen ziet en zich moet verlaten op zijn oren. Met elk brokje informatie dat hij hoort, loopt de spanning op – als in een film waarin bijna alles buiten het het gezichtsveld van de camera plaats heeft.

Deze scène bevat twee zwaktes die het hele boek parten spelen. Robert krijgt de situatie in handen door geweld, zonder dat Brooks uitlegt waardoor hij zo handig is met vuurwapens. Over de achtervolgers wordt helemaal niets verteld en dat is net een beetje te makkelijk. Het meest bevredigend is het om de anonieme achtervolgers te zien als de spoken van Roberts verleden en toekomst waarover hij niet wil nadenken.

Dat past wel in de Werdegang van Robert die van walging en wanhoop gaat naar berusting en – heel even – geluk. De lezer ontkomt er daarbij niet aan zelf voortdurend na te denken over de eigen identiteit.