Van censuur naar zelfcensuur

Lang niet alle media in China worden geleid door de staat, velen zijn commercieel.

Toch is er een opmerkelijke uniformiteit in het nieuwsaanbod. Hoe kan dat?

Chinezen bij een muurkrant. Commerciële dagbladen zijn er net zo gezagsgetrouw als partijkranten. Foto AP China, Hubei, Wuhan, men reading newspapers in the street hung on wall , bikes. Associated Press

De afdeling propaganda van de Chinese communistische partij reageerde snel op de rellen in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Via de staatszender CCTV werd binnen een dag de interpretatie van de partij op miljoenen televisieschermen in heel China gebracht: een kleine groep Tibetanen in Lhasa, die is opgehitst door de Dalai Lama, heeft een daad van sabotage gepleegd. Zij hebben de veiligheid van de burgers in gevaar gebracht en de sociale stabiliteit ondermijnd. Toch is de Chinese regering in staat om het recht te handhaven en de sociale harmonie te waarborgen.

Einde bericht.

Het is ongebruikelijk dat de Chinese overheid toestemming geeft om gevoelig nieuws naar buiten te brengen, zegt de Duitse politicologe en China-expert Daniela Stockmann, universitair docent aan de Universiteit van Leiden. Maar door nieuwe technologie, zoals mobieltjes en internet, wordt ze daartoe gedwongen. „Toen de luchtwegziekte SARS in 2003 uitbrak, hebben de autoriteiten nog geprobeerd om een informatiestop in te lassen. Dat lukte niet. Via e-mails en sms’jes hielden mensen elkaar op de hoogte. Toen de geruchtenstroom aanzwol, konden de autoriteiten niet anders dan toch informatie naar buiten brengen. Wellicht dat ze daar nu van geleerd hebben.”

Als er nieuws is over een gevoelig onderwerp dan is een reactie zoals die van CCTV voldoende om alle media op één lijn te krijgen. Dit is opmerkelijk, omdat lang niet alle media in China geleid worden door de staat. Eind jaren zeventig heeft de regering de media gecommercialiseerd. Tot die tijd werden ze bestuurd als politieke instituties. Maar de staat had niet genoeg geld de media te financieren. Veel Chinese media worden nu gerund als particulier bedrijf.

„Algemeen wordt aangenomen dat commerciële liberalisering leidt tot meer onafhankelijkheid en persvrijheid”, zegt Stockmann. „Het tegendeel is waar in China.” Stockmann heeft in 2004 en 2005 onderzoek gedaan naar de gevolgen van de liberalisering voor Chinese kranten.

China is een krantenland. Ongeveer 80 procent van de stadsbevolking leest een dagblad. De markt voor kranten groeit snel. Bijna iedere dag verschijnt er wel een nieuwe titel en verdwijnt een andere. Toch is het aantal kranten in China al jaren stabiel, aangezien de regering slechts 1938 licenties verstrekt. Verder zijn er 267 radiozenders en 296 televisiezenders.

„De officiële staatsmedia worden nog steeds als instituties geleid”, zegt Stockmann. „Ze krijgen subsidie en het personeel heeft dezelfde rang en titel als overheidsfunctionarissen. Dan zijn er semi-officiële kranten die afhankelijk zijn van advertenties en commerciële kranten die hun inkomsten halen uit advertenties en uit binnenlandse investeringen.”

De commerciële kranten trekken lezers met slogans als ‘We maken een krant die dicht bij JOU staat’ en ‘De krant die over alles praat’. „Door dit commerciële uiterlijk overschatten veel Chinezen de onafhankelijkheid van deze kranten”, zegt Stockmann.

Op de afdeling propaganda van de partij worden volgens Stockmann alle kranten in de gaten gehouden. „Het departement geeft de grenzen aan. Als er een gevoelig onderwerp in een krant staat, wordt de redactie opgebeld met de boodschap er niet meer over te publiceren. Dit leidt tot zelfcensuur: journalisten krijgen een neus voor dit soort gevoeligheden.”

Voorafgaand aan de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 vond de communistische partij dat de media te ver waren gegaan. De opstand werd neergeslagen en dat was het keerpunt in de liberalisering. Veel partijfunctionarissen vonden dat de media te vrij waren geworden. Na die opstand trok de staat de touwtjes strakker aan. Staatskranten werden een soort moederkranten, waardoor er meer controle kon worden uitgeoefend. Chinese media berichtten bijvoorbeeld pas over de demonstraties in Tibet toen de staatszender CCTV het nieuws bracht.

Alle politieke onderwerpen, vooral over leiders van de communistische partij, worden gezien als gevoelig. Ook opstanden en andere protesten komen niet door de censuur. Maar waar precies de grens ligt van wat wel en niet mag, is niet duidelijk.

Bij al het belangrijke nieuws worden de grenzen van de berichtgeving opnieuw vastgesteld. Zoals over het slavenschandaal dat in juni vorig jaar aan het licht kwam. Zeker duizend arbeiders bleken onder mensonterende omstandigheden slavenarbeid te verrichtten in steenfabrieken in de provincie Shanxi. Televisiejournalist Fu Zhenzhong van Henan Metro Channel bracht het verhaal naar buiten. De eigenaar van de steenbakkerij bleek de zoon van een lokale partijfunctionaris. De partij werd hierdoor ernstig in verlegenheid gebracht en de functionaris werd uit de partij gezet.

Dat dit verhaal werd uitgezonden kwam volgens Stockmann doordat de journalist uit een andere regio kwam. „Journalisten zullen niet snel negatief berichten over leiders in hun eigen regio, omdat ze door hen kunnen worden ontslagen. Schandalen worden vaak op internet gepubliceerd. Journalisten in andere regio’s pikken die verhalen op en berichten erover.”

Maar dit soort kritische verhalen zijn uitzonderingen. Volgens Stockmann kunnen de commerciële kranten, door hun imago van onafhankelijkheid, mensen juist goed overtuigen van het standpunt van de regering. Het is een onbedoeld gevolg, waar de communistische partij baat bij heeft.”

    • Toon Beemsterboer