Tefaf vaart wel bij crisis

Verkocht in Maastricht: De opoffering van Iphigenia van Jan Steen (vraagprijs 8 miljoen euro) TEFAF 2008

Zou de kredietcrisis kunstkopers ontmoedigen? Ben Janssens, voorzitter van de kunst- en antiekbeurs Tefaf, proefde begin deze maand enige nervositeit bij zijn collega-handelaren. Een lage dollar, tegenvallende veilingresultaten – reden genoeg voor enige huiver aan de vooravond van The European Fine Art Fair in Maastricht.

Maar van een schrikachtige markt bleek allerminst sprake, constateert Janssens ruim een week nadat 73.000 liefhebbers de 21ste Tefaf hebben bezocht. In feite was eerder sprake van het omgekeerde, zegt hij. „Diverse grote verzamelaars gaven aan dat ze momenteel liever hun geld in kunst en antiek investeren dan in aandelen. Niet dat kunst opeens als substituut voor de stockmarket geldt, maar veel verzamelaars hebben door de dalende koersen toch iets van ‘je leeft maar één keer’.”

Tefaf meldt nooit omzetcijfers. Maar volgens de voorzitter waren veel handelaren na afloop van de beurs tevreden over de behaalde resultaten. Zelf boekte Janssens, die vanuit Londen handelt in Aziatische kunst, dit jaar een omzetstijging van zeker 50 procent vergeleken met de beurs van 2006.

Kunstkopers uit Azië en Rusland compenseerden de terughoudendheid van Amerikaanse verzamelaars, zegt Janssens. „De kunstmarkt globaliseert. Dalen in het ene land worden nu opgeheven door pieken elders. Vóór de beurs informeerde een collega hoeveel Russische klanten ik heb. Niet één – ik dacht dat Russen niet geïnteresseerd waren in Aziatische kunst. Een vergissing. In Maastricht heb ik deze maand twee belangrijke stukken aan Russische verzamelaars verkocht.”

Tefaf investeerde dit jaar ook in het verbreden van de klantenkring. Zo werden twintig belangrijke Chinese collectioneurs uitgenodigd om de beurs te bezoeken. Een langetermijn investering, zegt de voorzitter. „Voor zover ik weet heeft het niet meteen tot grote verkopen geleid. Geeft niet. Wat we willen, is de naam van onze beurs ook in Azië vestigen.”

Tefaf 2008 was de beurs van het object, zegt Janssens. Middeleeuwse sculpturen, zilverwerk, meubels, ze deden het dit jaar opvallend goed. Toch was het duurste kunstwerk dat tijdens de beurs werd verkocht een schilderij: De opoffering van Iphigenia van Jan Steen, waarvoor 8 miljoen euro werd gevraagd.

Dat de twee topstukken van de beurs – een kinderportret van Van Gogh en een zelfportret van Rembrandt – niet staan vermeld op de lijst met prominente verkopen, betekent volgens Janssens weinig. „Werken van dat niveau vergen tijd. En voor de Van Gogh heeft zich een serieuze kandidaat gemeld.”

Janssens betwijfelt of Tefaf wel een echt goede graadmeter is voor de hele kunstmarkt. „Wij zijn de belangrijkste kunstbeurs ter wereld. Handelaren bewaren hun topstukken voor Maastricht. En het beste verkoopt altijd. Bij een financiële crisis valt tweederangs kunst als eerste af. Dat zie je nu op de markt voor hedendaagse kunst. Een Damien Hirst die niet top is, blijft onverkocht.”

Vooruitkijkend naar de volgende Tefaf trekt de beursvoorzitter twee conclusies. Het aanbod moet worden verbreed. Japanse en islamitische kunst mag straks niet langer ontbreken en het aanbod van 20ste-eeuws design moet worden uitgebreid. Daarnaast moet het aanbod kwalitatief worden verhoogd, zegt Janssens. „Willen we de beste beurs van de wereld blijven, dan moeten we heel streng naar ons zelf blijven kijken. Misschien staan op de wachtlijst voor de beurs wel handelaren met een kwalitatief hoger aanbod dan de handelaren die nu jaarlijks worden uitgenodigd. Ik wil dat onze allocatiecommissie, die gaat over de uitnodigingen, daar kritisch naar kijkt.”

    • Arjen Ribbens