Politieke propaganda

Geert Wilders heeft woord gehouden. Hij heeft zijn film Fitna voor 1 april in omloop gebracht en hij heeft zich naar eigen zeggen „netjes” ingehouden. De film, die gisteren toch nog onverhoeds op internet verscheen, is inderdaad niet zo schokkend als in de opgewonden aanloop naar de première werd gedacht. Al is het een gotspe dat de cineast nu van zijn critici eist dat die zich in het debat, dat de politicus zelf stelselmatig uit de weg is gegaan, ook „netjes” gedragen.

Fitna lijkt dus een anticlimax. De maker komt niet verder dan suggesties. De suggestie dat de Koran bijna letterlijk aan de wieg staat van al het geweld dat de wereld teistert. De suggestie dat de islam een bedreiging is voor ieders vrijheid, vergelijkbaar met Hitler en Stalin. De Koran wordt in de film niet echt verscheurd en de bom in de tulband van de profeet, zoals afgebeeld door de Deense cartoonist, ontploft ook net niet.

Heeft Wilders met Fitna nu een proeve van politieke én artistieke bekwaamheid afgelegd? Artistiek zeker niet. Wilders beschikt over onvoldoende creatief talent en is slordig. Dat laatste kan hem nog bezuren. Hij zal zich vermoedelijk voor een of meer rechters moeten verantwoorden. Hij heeft bijvoorbeeld zonder toestemming materiaal gebruikt van de bewuste cartoonist en een rapper valselijk voorgesteld als de moordenaar van Van Gogh. Daarmee heeft hij derden mee gesleurd. Dat getuigt van een onthutsend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Het Openbaar Ministerie onderzoekt ook of Fitna in strafrechtelijke zin aanzet tot haat. Achteraf, en zo hoort het. De vrijheid van meningsuiting, een van de fundamenten van elke democratische rechtsstaat, kan het amateuristische stootje van Wilders wel hebben. Dit vertrouwen wordt bevestigd door de terughoudende reacties tot nu toe. Premier Balkenende heeft in een eerder stadium, door het woord „crisis” in de mond te nemen, bijna een soort noodtoestand aangekondigd. Maar op het langverwachte uur U beperkte de premier zich tot een verklaring waarin de regering de film „betreurde”. Woordvoerders van islamitische organisaties lieten zich op vergelijkbare toon uit. Sommigen reageerden ronduit laconiek. Of Fitna ook zo zal worden opgevat in minder representatieve kring in binnen- en buitenland, is nu dé vraag. Actie en reactie horen nu eenmaal bij elkaar. Regeringen en individuele agitatoren kunnen met dit alibi andere rekeningen vereffenen De rustige ontvangst van de film tot nu toe in Nederland wekt niettemin hoop.

Maar daarmee is het politieke oordeel over de film van Wilders nog niet geveld. Politici van links tot rechts hebben hem afgedaan als oude koek. Ze hebben namelijk geen ‘nieuwe beelden’ gezien. Dat miskent het politieke doel van Wilders. Hij wil helemaal geen dialoog of nieuwe inzichten. Fitna is een wapen in zijn propagandaslag. Zijn politiek is een ‘self-fulfilling prophecy'. Hiermee heeft Wilders de burgers van Nederland, en zichzelf, geen dienst bewezen. Ook dat moet hardop worden gezegd.