Op het mbo gaat onderwijschaos gewoon door

Dijsselbloem liet het mbo buiten het onderzoek. Daar gaat het competentieleren in volle vaart door. De beste docenten wijken voor goedkopere instructeurs, zegt Hans Beertema.

De conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: de afgelopen vijftien jaar zijn er grote risico’s genomen met weinig doordachte onderwijsvernieuwingen, de politiek zat te dicht op de werkvloer, de positie van de leraar werd uitgekleed en wetenschappelijke onderbouwing van de plannen ontbrak.

Het mbo en het hbo ontkwamen aan het onderzoek van de commissie – terwijl juist daar het Nieuwe Leren het verst is doorgevoerd. De experimenten in het mbo met het competentieleren veroorzaakten zoveel chaos dat de minister al uitstel van de integrale invoering had verleend: augustus 2008 werd augustus 2010.

Terwijl de koepelorganisaties van het voortgezet onderwijs zich bewust lijken te worden van de problemen, kiest de MBO-raad voor een heel andere benadering: de totale ontkenning.

Jan van Zijl, de zojuist aangetreden voorzitter, ziet nergens problemen. Tienduizenden mbo-scholieren die ongediplomeerd uitvallen komen heus wel aan de bak in de schoonmaak of de horeca en hun werkgevers zijn echt wel bereid om hun later de gelegenheid te geven om alsnog hun diploma te halen, aldus Van Zijl in het AD van 20 februari. In Trouw beweert hij dat het competentieleren breed draagvlak heeft en dat hij in het mbo nergens het cynisme is tegengekomen dat zo kenmerkend is voor het voortgezet onderwijs.

Het procesmanagement MBO, dat deze onderwijsvernieuwing invoert, geeft deze maand een eenmalig blad uit waarin in zes juichende artikelen wordt uitgelegd dat de vernieuwing in het mbo geheel Dijsselbloem-proof is: er is volop draagvlak, de scholen zijn goed op weg, werkgevers en zelfs de leerlingen zijn uiterst tevreden. Er zijn maar een paar probleempjes: de leraren moeten nog leren inzien dat ze geen onderwijs meer mogen geven, maar de nieuwe rol van procesbegeleider moeten omarmen. En er moet nog een wetenschappelijke onderbouwing komen van nut en noodzaak van het competentieleren, want die ontbreekt. Daar is natuurlijk nog veel extra geld voor nodig.

Het laatste knelpunt dat wordt gesignaleerd is de eis van de overheid om centrale mbo-examens in te voeren om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Die eis moet het ministerie onmiddellijk laten vallen, aldus het MBO-procesmanagement. Want Dijsselbloem zegt dat de overheid het onderwijs met rust moet laten.

Het staat er echt, maar het is de wereld op zijn kop. Met zuivere propagandatechnieken worden alle argumenten van Dijsselbloem omgekeerd om het eigen gelijk te halen.

Leraren willen juist méér vakinhoud en méér lesgeven én ze willen centrale examens. Leerlingen willen niet meer alles zelf uitzoeken en dagenlang achter de computer bezig zijn met het bepalen van hun eigen leervraagjes. Ze willen structuur en inhoud, naast competenties. Ze willen kennis van de wereld van mens, werknemer en maatschappij en ze willen aansluiting krijgen op de main stream.

Intussen hebben vierhonderd werknemers van ROC Horizon College in Noord Holland een discussiestuk toegestuurd gekregen waar ze flink van schrokken. Wat is de kern van het stuk? De stages die de studenten gaan lopen in plaatselijke bedrijven, worden zo uitgebreid dat de mbo-opleiding eigenlijk een bedrijfsschool wordt. De bedrijven bepalen grotendeels de inhoud van de opleiding en de studenten werken er nagenoeg gratis. In het plan staat verder: functiegroepen die toenemen zijn de onderwijsmanagers en het onderwijsondersteunend personeel (vooral praktijkbegeleiders en instructeurs). Functies die afnemen zijn de onderwijsgevenden, vooral in de LC-functie (een salarisschaal voor ervaren docenten). In gewoon Nederlands betekent het dat de leraren met een onderwijsbevoegdheid eruit gaan en vervangen worden door goedkope instructeurs op mbo-niveau en dat het aantal managers groeit. In augustus 2008 moet dit zijn beslag krijgen, twee jaar voor de verplichte invoerdatum.

Dit ROC en de MBO-raad bewerkstelligen precies het tegenovergestelde van wat Dijsselbloem bepleit: onderwijs in vakkennis wordt afgeschaft en vervangen door instructies in vaardigheden waar het bedrijfsleven op dat moment behoefte aan heeft. Dat betekent minder vakkennis, minder aandacht voor basisvaardigheden als rekenen en taal, minder vorming en ontwikkeling, minder aandacht voor integratie en emancipatie. En de vaak al gebrekkige aansluiting op het hbo wordt nog slechter. Tel uit je winst. Als ik Dijsselbloem was, dan zou ik hier van wakker liggen.

Gelukkig zijn er ROC’s die een andere weg kiezen. Daar heeft men geleerd van de fouten en wordt er gezocht naar een betere balans tussen competenties en vakkennis. Daarmee wordt de positie van de docent langzaam maar zeker in ere hersteld.

Het lijkt erop dat het MBO-procesmanagement kiest voor de vlucht naar voren: voordat de discussie over de kwaliteit van het mbo losbarst, snel nog even het competentieonderwijs invoeren. Terugdraaien wordt straks onmogelijk en daarmee stelt men de staatssecretaris en de minister voor een voldongen feit. Het mbo zwabbert zo alle kanten op in het post-Dijsselbloem-tijdperk. Dat is geen verheffend gezicht. Is het tijd voor Dijsselbloem 2?

Harm Beertema werkt als leraar in het mbo en is bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.

    • Hans Beertema