Onverschillig of dom?

Deed de directeur-generaal van de Belastingdienst er verstandig aan in een nevenfunctie financieel toezicht te houden bij een ziekenhuisgroep? Het antwoord is: nee.

Eind februari nam het kabinet nog met instemming een rapport in ontvangst over het ‘Uitdragen van de kernwaarden van de rechtsstaat’. De eerste aanbeveling, ‘in het bijzonder aan alle publieke gezagsdragers’, is: „Geef consequent het goede voorbeeld”. Zij horen zich in woord en daad te voegen naar de door henzelf uitgedragen normen, zeker als zij in functie zijn, maar ook daarbuiten. Doen zij dat niet, dan kunnen zij zelf niet geloofwaardig functioneren en ondergraven zij het gezag van de instituties van de rechtsstaat.

De directeur-generaal in kwestie is verantwoordelijk voor het gedetailleerde integriteitsbeleid van de Belastingdienst. Dat ademt in elke lettergreep terughoudendheid, het scheiden van belangen, onkreukbaarheid en onafhankelijkheid.

De fiscus loopt hierin binnen de rijksoverheid voorop. Al jaren zijn belastingambtenaren gewend aan strenge regels. Ook voor hun privéleven en hun familierelaties. Vertrouwelijkheid, zwart werk melden, relatiegeschenken, documentbeveiliging: voor ieder gat is een net gespannen. Nevenfuncties worden gemeld en getoetst. Tot diep in de organisatie worden ‘dilemma trainingen’ gegeven. De meeste financiële of fiscale nevenactiviteiten zijn hun verboden. Geen aangiften van anderen invullen, geen adviezen geven, liefst nergens penningmeester worden of boekhoudingen bijhouden. Met als bottom line dat de integriteit van de dienst nooit in het geding mag komen. „Zonder meer verboden” zijn particuliere werkzaamheden voor organisaties die hun fiscale verplichtingen niet nakomen, legt de directeur-generaal zelf uit in de brochure Spelregels Integriteit Belastingdienst.

Hoe komt de hoogste ambtenaar er dan bij de regels niet op zichzelf toe te passen? Wat te denken van deze topambtenaar die als financieel adviseur ‘ontdekt’ dat de ziekenhuisgroep BTW-afdracht ontgaat met constructies die de Belastingdienst juist bestrijdt? Waarna zij besluit rustig aan te blijven als toezichthouder? Is er dan sprake van onverschilligheid, arrogantie of domheid? Of is de kwalificatie ‘ongeschikt’ voldoende? Waarom laat de politieke leiding van het ministerie van Financiën dit passeren?

In het rapport over de kernwaarden van de rechtsstaat werd gewaarschuwd voor „rechtsvervreemding” bij de burger. Langzaam daalt het vertrouwen in de rechtsstaat, het wantrouwen ten opzichte van het bestuur groeit. De legitimiteit van de rechtsstaat is gevoelig voor incidenten en voor opkomende onvrede, schreef de commissie. Daarom zijn die kernwaarden zo belangrijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. De belastingdienst is nu gecompromitteerd. Ze is een essentieel onderdeel van de rechtsstaat, waarin de burger vertrouwen moet kunnen hebben.

Hier wordt een helder besluit gevraagd.

Integriteitsregels voor de fiscus: integriteitoverheid.nl/sectorinformatie/rijk_0/ministerie_van/belastingdienst