‘Niet Rusland maar NAVO gooide de deur dicht’

Rusland wilde in 2001 lid worden van de NAVO. Maar de NAVO zei nee, en sindsdien zijn de relaties steeds moeizamer geworden, zegt een Russische politicologe.

„Het is misgegaan in oktober 2001, kort na de aanslagen op het World Trade Center in New York in september”, zegt politicologe Nadia Arbatova over de verstoorde verhoudingen tussen Rusland en het Westen. „Poetin was toen in Brussel op bezoek bij de NAVO om zowel over de oostwaartse uitbreiding als eventuele toetreding van Rusland te praten. Direct na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is van dat laatste meermalen sprake van geweest. Maar hij kreeg een resoluut ‘nee’ te horen en keerde met lege handen terug.”

Poetin nam met dat bezoek volgens Arbatova een groot risico. Het werd hem van tevoren door de haviken in het Kremlin niet in dank afgenomen.

„Vervolgens keerde hij ook nog eens met lege handen terug. Het zou voldoende zijn geweest als de NAVO Rusland had uitgenodigd om serieus over toetreding te onderhandelen, ook al was het op niets uitgelopen. Nu werd de indruk gewekt dat de NAVO wel geïnteresseerd was in Georgië en Oekraïne, maar niet in Rusland. Het raam op het Westen stond dus open, maar werd door datzelfde Westen dichtgegooid. Sindsdien voelt Rusland zich bedrogen.”

Volgens Arbatova, verbonden aan het Instituut voor Wereldeconomie en Internationale Betrekkingen in Moskou, waren de Russen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 volledig bereid om met de NAVO samen te werken. „Rusland wilde deel uitmaken van de beschaafde wereld”, zegt ze. „De Russische democraten creëerden daartoe een gunstig klimaat en hoopten dat hun land als volwaardige partner geaccepteerd zou worden. En nu heeft Rusland als enige voormalige Oostblokstaat geen nieuwe plaats in de nieuwe wereldorde gevonden. Het is een geïsoleerd land geworden.”

Rusland heeft herhaaldelijk geprotesteerd tegen het eerste stadium van oostwaartse uitbreiding van de NAVO in 1999, toen Tsjechië, Polen en Hongarije werden toegelaten. Ook de Russische democratische krachten namen toen deel aan dat protest. „Zij meenden dat die uitbreiding slecht zou zijn voor het imago van het Westen in Rusland en daardoor contraproductief voor de ontwikkeling van de democratie. Maar toenmalig president Jeltsin ging er uiteindelijk toch mee akkoord, in ruil voor het lidmaatschap van de G7, de groep van de grote industrielanden.”

In 2004 mochten ook Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Roemenië en Bulgarije het bondgenootschap versterken. In vijf jaar tijd had de NAVO alle voormalige Warschaupactstaten opgeslokt, terwijl Rusland zelf nog altijd buitenspel stond. Arbatova vindt het dan ook niet vreemd dat het zich bedreigd voelt door een mogelijke nieuwe uitbreiding met Georgië en Oekraïne. „De NAVO is een defensieve militaire instelling uit de Koude Oorlog die nieuwe missies zoekt. En juist die nieuwe missies, zoals vredeshandhaving, kunnen door Moskou als een bedreiging worden opgevat. Alleen daarom al zal de NAVO de stabiliteit in Oost-Europa nooit kunnen garanderen. De EU, die niet wordt gehinderd door dat imago van de Koude Oorlog, is daar veel beter toe in staat.”

Dat Russische wantrouwen was al behoorlijk vergroot doordat de voormalige Warschaupactleden steeds maar riepen dat hun NAVO-lidmaatschap tegen Russische agressie was gericht. Volgens Arbatova reageert Rusland daarom altijd als een stier op een rode lap zodra Oekraïne en Georgië het NAVO-lidmaatschap ter sprake brengen. „Zowel de Oranjerevolutie in Oekraïne van 2004 als de Rozenrevolutie in Georgië een jaar eerder, die door het Westen op grote schaal zijn gesteund, werden door het Kremlin als een bedreiging gezien. Daarom heeft Poetin zich toen actief bemoeid met de Oekraïense presidentsverkiezingen. Maar achteraf gaf hij toe dat hij het bij het verkeerde eind had.”

Zolang het zelf geen lid van de NAVO is zal Rusland volgens haar het uitbreidingsproces met Georgië en Oekraïne dan ook willen verhinderen. „Een toelating op korte termijn van Oekraïne brengt zelfs het risico met zich mee dat het land, dat een grote Russisch-sprekende bevolking heeft die tegen dat NAVO-lidmaatschap is, met geweld uiteenvalt. In dat geval zullen Rusland als de NAVO daarbij betrokken raken. In plaats van de stabiliteit te bevorderen veroorzaakt de NAVO dan dus het tegenovergestelde.”

Van de beschuldiging dat Rusland zijn gas en olie als chantagemiddel gebruikt om zijn voormalige bondgenoten onder druk te zetten, wil Arbatova niets weten. „Ik zal niet ontkennen dat die prijsverhogingen op een behoorlijk grove manier zijn ingevoerd. Maar ze laten wel zien dat Rusland die landen als onafhankelijk beschouwt en normale betrekkingen met hen wil hebben. Onder Jeltsin kregen ze goedkope brandstof in ruil voor hun loyaliteit. Wraak voor de NAVO-uitbreiding zal heus wel hebben meegespeeld, maar er is absoluut geen sprake van politieke chantage. Vergeet niet dat ook voor Ruslands bondgenoten Wit-Rusland en Armenië de energieprijzen zijn verhoogd.”